Waar was Alice?

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Alice Liddell ‘slapend’, foto door Lewis Carroll, 1860, IN-0537.

Mary MacDonald ‘dromend’ van haar vader en broertje, foto met dubbele belichting door Lewis Carroll, juli 1863, IN-1026.

Louisa Barry ‘dromend’ van haar broer en zus, foto met dubbele belichting door Lewis Carroll, augustus 1863, IN-1061.

Thomas Doughty, In Nature’s Wonderland, 1835, oil on canvas.
Detroit Institute of Arts, Founders Society Purchase, Gibbs-Williams Fund, 35.119.

Het antwoord lijkt simpel: ze was in Wonderland. Toch blijkt dit op verschillende manieren te worden uitgelegd. Waar staat Wonderland voor? Bestond het woord wonderland al vóór Alice? En bovenal, wat wilde Carroll er zelf mee zeggen? In dit essay hoop ik daar antwoorden op te geven. Of in ieder geval mijn antwoorden.

Fascinatie voor slaap en droom
Alice’s Adventures in Wonderland onthult aan het eind waar Alice werkelijk geweest was. Ze was helemaal niet in een wonderbaarlijk land geweest. Ze had zelfs geen stap verzet en ze had al die tijd liggen slapen naast haar zuster. In een diepere laag bestond ze zelfs alleen in het hoofd van de schrijver die haar dromen als verborgen personale verteller kon zien en beschrijven[1]. Carroll was gefascineerd door slaap en droom. Lang voor Die Traumdeutung van Freud uit 1899, was hij al geboeid door het in elkaar overvloeien van werkelijkheid, herinnering, fantasie en droom. Zijn twee droomboeken over Alice worden afgesloten met het melancholieke gedicht A boat, beneath a sunny sky, een acrostichon op Alice Pleasance Liddell, met als laatste regel: “Life, what is it but a dream?”. Het latere Sylvie and Bruno begint met een acrostichon op Isa Bowman, met als eerste regel “Is all our Life, then, but a dream?”. Carroll vervaardigde ongeveer 30 foto’s van ‘slapende’ kinderen[2] en nog meer van rustende – misschien dagdromende – kinderen[3]. Bij de eerste groep is ook een foto van een ‘slapende’ Alice Liddell uit 1860[4]. In 1863 deed hij een niet zo geslaagde poging – met een dubbele belichting – om Mary MacDonald dromend uit te beelden, met ‘doorzichtige’ droombeelden aan het voeteneinde van haar bed[5]. Een maand later probeerde hij dit opnieuw uit te beelden met de kinderen Barry en toen lukte het wel.

De keuze van de titel
In een brief uit 1864 schrijft Carroll: ”The whole thing is a dream, but that I don’t want revealed till the end”[6]. De brief is gericht aan de toneelschrijver en uitgever van Punch, Tom Taylor (1817-1880). Tom Taylor had Carroll op diens verzoek geïntroduceerd bij Tenniel[7]. Carroll vroeg hem nu, haast achteloos, in een wel heel uitgebreid postscriptum, of Taylor hem wilde helpen bij het vaststellen van een titel voor zijn boek. Hij schreef dat hij de aanvankelijke titel Alice’s Adventures Under Ground bij nader inzien te veel vond klinken als een lesboek over mijnbouw. Hij had Alice’s Golden Hour laten vallen omdat hij het vermoeden had dat er al een boek Lily’s Golden Hours bestond. Hij legde aan Taylor andere titels voor: Alice among the elves (of among the goblins), Alice’s hour (of doings of adventures) in elf-land (of in wonderland)[8]. Daarna schreef hij: “Of all these I at present prefer ‘Alice’s Adventures in Wonderland’.”  Het voorbehoud (at present) dat hij maakt, is nog nadrukkelijker aanwezig in de daarop volgende slotzinnen: “In spite of your ‘morality’[9], I want something sensational. Perhaps you can suggest a name better than any of these[10].” Hieruit blijkt dat Carroll nog niet geheel tevreden was over de Wonderland-titel die hij blijkbaar niet sensationeel vond. Taylor, die als mens bekend stond om zijn hoge normen en waarden (“morality”), heeft hem blijkbaar niet iets ‘beters’ aangedragen. Voor Carroll was het toch de dromerige, mystieke bijklank van wonderland die de doorslag gaf om dit woord in de titel op te nemen. Dit wordt al meteen bevestigd door zijn inleidende gedicht bij Alice in Wonderland “All in the golden afternoon”. Hierin wordt beschreven hoe het verhaal ontstond en hoe de kinderen luisterden naar hoe “the dream-child [is] moving through a land of wonders wild and new”. De beide Alices, ieder op andere wijze een dream-child, lijken hier samen te vloeien. Aan het eind is het zelfs duidelijk Alice Liddell die wordt gevraagd het verhaal te bewaren: “Alice! (…) Lay it where Childhood’s dreams are twined – In memory’s mystic band”. Dromen vervlochten met herinnering, fantasie vervlochten met werkelijkheid. Dat is het mystieke Wonderland dat Carroll bedoelt.

Wonderland in de romantiek
Het woord wonderland is niet bedacht door Carroll. In Westerse landen bestond het al aan het eind van de 18de eeuw. Het had een mysterieuze en romantische annotatie[11]. Het werd in Engeland gebruikt in plechtige poëzie met titels als A Dream of Death (1861). In andere gedichten komen gedragen fragmenten voor als “in the misty distance dies away – the Wonderland, it’s past and gone” (1851) of “view that glorious wonderland – oft visited in dreams” (1861). Ook werd wonderland gebruikt in proza dat verre landen beschreef die nog een idyllisch, sprookjesachtig imago hadden. Edmund Evans schreef een jeugdboek (1860) met de titel The Sydenham Sindbad: a narrative of his seven journeys to wonder-land, waarin de hoofdpersoon vertelt over zijn reizen door onder andere Egypte, Spanje en Griekenland. In Nederland was dit niet anders[12]. Het Nederlandse wonderland werd ook al lang voor Alice gebruikt als metafoor in gedragen, romantische poëzie en als omschrijving voor verre, arcadische landen. In het amateurgedicht Heimwee van den Grijze uit 1838 wordt het woord herhaaldelijk gebruikt als zinnebeeld voor de verloren gegane jeugd: ‘’t Wonderland van onbeschrijfbare weelde, het Wonderland van ongestoord geluk”. Tijdens de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) werd wonderland door de Nederlandse patriot Gerrit Paape gebruikt als ironische omschrijving van Engeland, juist vanwege de romantische betekenis. Hij schreef toen onder pseudoniem een boek met de titel Reize naar het Wonderland, Waterland en eenige andere landen (1780). Hierin wordt het ‘wonderland’ Engeland belachelijk gemaakt, zonder het bij naam te noemen. Waterland staat daarbij voor het nuchtere Nederland. Een recensent schreef aansluitend over “de buitensporige dwaas- en ongeregeldheden van dat wonderland” (1782).

Een wonderbaarlijke droomwereld
Met de voorbeelden uit deze plechtige, gedragen poëzie en het voorbeeld van Gerrit Paape zou het verleidelijk zijn te veronderstellen dat Carroll zijn Wonderland ironisch heeft bedoeld. Idyllisch lijken de avonturen van Alice immers niet te zijn. Carroll stak bovendien graag de draak met plechtstatige, moralistische gedichten uit het begin van de negentiende eeuw. Zie alleen al zijn You are old Father William, dat hij met zijn persiflage ironisch ontdeed van de oorspronkelijke, stichtelijke strekking[13]. Toch blijkt het wel degelijk de poëtische associatie bij wonderland te zijn die de doorslag heeft gegeven. Alice heeft, nadat ze is wakker geworden, een romantisch gevoel over de droom: “thinking (…) what a wonderful dream it had been”, een prachtige of wonderlijke droom. Daarna heeft Carroll nog een epiloog toegevoegd, die op het eerste gezicht wat misplaatst lijkt. Blijkbaar vond hij het belangrijk om nog een overpeinzing over de inmiddels klaarwakkere Alice toe te voegen. Hij had daar een stijlbreuk voor over. Hij wisselt van perspectief en schrijft plotseling vanuit de gedachtewereld van de oudere zuster. Carroll heeft zijn eigen bespiegelingen hier verhullend naar de oudere zuster verplaatst. De ‘oudere zuster’ dagdroomt op idealiserende wijze over Alice. Ze omschrijft Wonderland als het dromenland waar Alice was. De Alice uit Wonderland en de levende Alice vloeien in deze epiloog steeds meer in elkaar over en aan het eind gaat het alleen nog over Alice Liddell. Opnieuw maakt Carroll duidelijk hoe we het woord Wonderland moeten begrijpen. Het is de droomwereld van zijn heldin Alice, met romantische en mystieke bijklanken en verwijzingen naar de werkelijkheid. Wonderland is een wonderbaarlijk dromenland.

Niet verwonderd, maar onderzoekend
Daarmee zou mijn betoog kunnen eindigen, maar dan zou ik voorbijgaan aan anderen die een geheel andere betekenis aan de titel met Wonderland geven. Met name gaat het hier om Nicolaas Matsier. Hij suggereert in zijn essay Alice in Verbazië in het gelijknamig boek[14] dat bij het woord Wonderland in de titel het accent “eerder op verbazing ligt dan op ‘wonder’ in de zin van mirakel”. Matsier had zelf, zo verklaart hij, daarom de titel van het boek liever vertaald als Alice in Verbazië of Alice in Verwonderland. Hij doelt hierbij niet op de verbazing die de lezer zou kunnen ervaren. Volgens Matsier is het Alice zelf die in het boek voortdurend verbaasd of verwonderd is. Hij schrijft zelfs: “Alice is het boek over de kinderlijke verbazing.” Dit vraagt om een analyse van het woord wonder met betrekking tot de gevoelens van Alice. Als we de keren tellen dat wonder valt in het boek (al dan niet in een samenstelling), is dat, afgezien van de titel, 32 keer[15]. Het grootste deel hiervan, 21 keer, bestaat uit vervoegingen van het werkwoord to wonder in relatie tot de beleving van Alice. Hiervan gaat het in twintig gevallen om de transitieve (overgankelijke) vorm van to wonder, dat wil zeggen dat het gaat om benieuwd zijn naar of jezelf iets afvragen. In maar één geval gaat het om de intransitieve (onovergankelijke) vorm van to wonder en dat betekent zich verbazen of zich verwonderen. Het aardige is dat juist dit enige geval gaat over het niet-verbaasd zijn van Alice tijdens het avontuur. Al in de derde zin van het verhaal zet Carroll de toon als hij alvast haar gedachten van na het avontuur weergeeft: “It occurred to her that she ought to have wondered at this, but at the time it all seemed quite natural”. Het is de bedoeling van Carroll geweest om al vroeg in het verhaal duidelijk te maken dat Alice niet een meisje is dat met “kinderlijke verbazing” rondkijkt, maar meteen nieuwsgierig en voortvarend aan de slag gaat met onderzoek.

Een brandende nieuwsgierigheid
Alice rent vervolgens “burning with curiosity” achter het Konijn aan. Uit een brandende nieuwsgierigheid dus, niet uit verbazing. Carroll kiest zijn woorden zorgvuldig. Als ze kort daarna diep naar beneden valt, is ze evenmin verbaasd, maar vraagt ze zich in nuchterheid af waar ze terecht gaat komen en welke gevolgen dit zal hebben. Bang is ze evenmin. “She had plenty of time as she went down to look about her, and to wonder what was going to happen next”. Ze vraagt zich tijdens de val met een haast wetenschappelijke belangstelling af wat er gaat gebeuren. Carroll vermijdt in het hele verhaal om haar verbazing toe te schrijven. Verbazing is blokkerend. Alice is daarentegen leergierig en onderzoekend. Tijdens haar avonturen is ze – in ieder geval taalkundig bezien – maar één keer verbaasd, namelijk wanneer ze naar de staart van de muis kijkt. “It is a long tail, certainly, said Alice, looking down with wonder at the Mouse’s tail”. Carroll laat haar verbaasd zijn over een gewone staart (tail) en niet over een muis die een verhaal (tale) vertelt. Daarna laat ze ook nog één keer een verbaasde toon horen, wanneer de Gryphon iets totaal onbegrijpelijks zegt: “Does the boots and shoes!’ she repeated in a wondering tone”. Alice is niet verbaasd dat ze met een levende griffioen spreekt; haar verbaasde toon betreft een onbegrijpelijke uitspraak van de griffioen. Alice toont zich daarnaast tijdens haar avonturen negen keer min of meer surprised, ofwel verrast, waarvan drie keer in verband met het groter en kleiner worden of het uitblijven daarvan. Ze toont geen verbazing over het verschijnsel van het krimpen en groeien zelf. Ze noemt het aanvankelijk zelfs beschouwend een curious feeling, een merkwaardig gevoel. Later schrikt ze alleen nog een keer vanwege een onverwachte krimp. Verder is er nog een situatie waarbij ze iets met ironie een wonder noemt. De levende creatures zelf ziet ze daarbij niet als wonder, maar wel dat ze alle na verloop van tijd nog in leven zijn: “The great wonder is that there’s anyone left alive!”.

Andere emoties
Alice laat nog andere emoties zien. Ze ervaart de wereld om haar heen herhaaldelijk als queer (eigenaardig, vreemd) en enkele keren als absurd (bespottelijk), maar dat zijn geen uitingen van verbazing. Het zijn kalme observaties. Ze is enkele keren frightened (bang) en er is enkele keren sprake van delight (genoegen). Ze voelt zich verder een keer unhappy (ongelukkig), omdat ze – te groot geworden – geen kans lijkt te hebben ooit nog uit het huis van het Konijn te komen. Paniek is er desondanks niet. Wel barst ze in de eerste drie hoofdstukken drie keer in tranen uit. Eén keer omdat ze door het krimpen niet meer bij de sleutel kan komen, één keer omdat ze zich alleen voelt en één keer omdat ze zich eenzaam en neerslachtig voelt. Het is een vorm van onmacht die ze in de loop van het verhaal weet om te buigen naar een zelfstandig oplossen van haar vragen en problemen. Ze krijgt daarbij geen hulp van de haar omringende creatures die symbool staan voor volwassenen. Alice moet alles alleen oplossen en dat doet ze ook. Ze gaat de creatures tegenspreken, ze wordt brutaler en opstandiger. Uiteindelijk bevrijdt ze zich van hen. Ze is nu pas echt gegroeid. Dit is wat Carroll beoogt: hij wil de lezer verbaasd laten staan over de groeiende zelfstandigheid van zijn heldin. En dat in een tijd waarin meisjes geacht werden volgzaam te zijn. De lezer raakt er misschien van in verbazië of verwonderland, maar Alice niet.

Samenvatting
Samenvattend is er geen aanwijzing dat Carroll met het woord Wonderland heeft willen verwijzen naar gevoelens van Alice tijdens haar avontuur. Het woord wonderland had al lang voor Alice een romantische, mysterieuze betekenis. Dit sprak Carroll aan bij de keuze voor een titel. Uit het inleidend gedicht en de epiloog blijkt dat Carroll zijn Wonderland zag als de wonderbaarlijke droomwereld die we allemaal kennen en waar Alice in terecht kwam. Hij wilde in de titel niet al over een dromenland spreken omdat hij dat pas aan het eind wilde onthullen. Hij zag de droomwereld als iets avontuurlijks, als iets moois en wonderlijks, als een mystieke boodschap die je kan helpen om te groeien. Carroll was gefascineerd door het in elkaar overvloeien van werkelijkheid, herinnering, fantasie en droom. Hij fotografeerde graag zogenaamd slapende en dromende kinderen. Hij vergeleek het leven dan ook herhaaldelijk met een droom. Life, what is it but a dream?

Noten

[1] Carroll is in Alice een enkelvoudig personale verteller. Hij schrijft vanuit het perspectief van Alice. De verteller komt zelf niet voor in het verhaal, maar weet alles van de hoofdpersoon Alice, ook wat zij denkt en voelt.

[2] Eigen telling op basis van: Edward Wakeling, The Photographs of Lewis Carroll (Austin: University of Texas Press, 2015).

[3] Hier moet worden aangetekend dat Carroll nooit gebruik maakte van de door kinderen gevreesde fotografische standaard met stalen klemmen. Deze werd door professionele portretfotografen vrijwel altijd gebruikt om, vanwege de relatief lange belichtingstijden, het lichaam en vooral het hoofd stil te houden. Als alternatief liet Carroll zijn modellen met het hoofd bijna altijd rusten tegen objecten of andere personen.

[4] The Photographs of Lewis Carroll, 98, IN-0537.

[5] The Photographs of Lewis Carroll, 140, IN-1026 idem 142, IN-1061.

[6] Brief van Carroll aan Tom Taylor, gesigneerd en gedateerd Christ Church, Oxford, 10-06-1864, nu in The British Library. Transcriptie op internet door The Morgan Library and Museum, New York.

[7] In een brief van Carroll aan Tom Taylor, gesigneerd en gedateerd Christ Church, Oxford 20-12-1863, vraagt hij of Taylor hem bij John Tenniel wil introduceren. (Zoals weergegeven in de appendix bij een wetenschappelijke uitgave van beide Alice-boeken met Richard Kelly als editor (Peterborough, Ontario: Broadview Press, revised edition, 2011).

[8] Carroll beschouwde elves als geheel andere creatures dan fairies. Elves konden, anders dan de sprookjesachtige fairies, allerlei verschillende mythologische wezens zijn. In zijn brief aan Tom Taylor d.d. 10-06-1864 schrijft Carroll nadrukkelijk “The heroine spends an hour underground, & meets various birds, beasts etc. (no fairies) endowed with speech.”

[9] Voor de duidelijkheid: Carroll doelt hier niet op moralisme, maar op de hoge moraliteit (zedelijkheid) van Tom Taylor. Ellen Terry (1847-1928), vriendin van zowel Carroll als Taylor, beschrijft Taylor als “one of the most benign an gentle of men” (68, 69) en “more of a father to me than my father in blood” (170). Ellen Terry, The Story of my Life (New York: Doubleday, Page & Co, 1908).

[10] In de biografieën die ik tot nu toe las (maar ik las ze lang niet alle) wordt genegeerd dat Carroll aanvankelijk niet geheel tevreden was over de titel Alice’s Adventures in Wonderland, omdat hij die niet sensational vond. In de vrij recente biografie van Robert Douglas-Fairhurst, The Story of Alice. Lewis Carroll and the Secret History of Wonderland (Cambridge, Massachusetts, Harvard University Press, 2015), 154, suggereert Douglas-Fairhurst zelfs – ten onrechte – dat Carroll de Wonderland-titel prefereerde omdat hij die sensational vond.

[11] The British Newspaper Archive (internet).

[12] Delpher Kranten Archief (internet).

[13] Robert Southey (1774-1843): The Old man’s Comforts and How He Gained Them.

[14] Nicolaas Matsier, Alice in Verbazië (Amsterdam: De Bezige Bij, 2009), 61.

[15] (Interpunctie en hoofdletters aangepast.) Inleidend gedicht: The dream-child moving through a land of wonders wild and new / Thus grew the tale of Wonderland. Hoofdstuk 1: It occurred to her that she ought to have wondered at this, but at the time it all seemed quite natural. / She had plenty of time as she went down to look about her and to wonder what was going to happen next. / I wonder how many miles I’ve fallen by this time? / I wonder what Latitude or Longitude I’ve got to? / I wonder if I shall fall right through the earth! / But do cats eat bats, I wonder? / She walked (…), wondering how she was ever to get out again. / I wonder what I should be like then? Hoofdstuk 2: Oh, my poor little feet, I wonder who will put on your shoes and stockings. / I wonder if I’ve been changed in the night? Hoofdstuk 3: It is a long tail, certainly,’ said Alice, looking down with wonder at the Mouse’s tail / Oh, my dear Dinah! I wonder if I shall ever see you any more! Hoofdstuk 4: Where can I have dropped them, I wonder? / As there seemed to be no sort of chance (…) no wonder she felt unhappy. / I do wonder what can have happened to me! / I wonder what they’ll do next? / I wonder what they will do next! Hoofdstuk 5: The next thing is (…) how is that to be done, I wonder? / Hoofdstuk 6: She stood looking (…) and wondering what to do next. / Hoofdstuk 7: Twinkle, twinkle, little bat! How I wonder what you’re at! Hoofdstuk 8: Alice joined the procession, wondering very much what would happen next. / The great wonder is, that there’s any one left alive! / She was looking about (…) and wondering whether she could get away. Hoofdstuk 9: ‘I dare say you’re wondering why I don’t put my arm round your waist,’ the Duchess said. Hoofdstuk 10: ‘Does the boots and shoes!’ she repeated in a wondering tone. / She had sat down (…) wondering if anything would ever happen in a natural way again. Hoofdstuk 12: Thinking (…) what a wonderful dream it had been. Hoofdstuk 12, epiloog: Thinking of little Alice and all her wonderful Adventures. / She (…) half believed herself in Wonderland. / (…) perhaps even with the dream of Wonderland of long ago.