Grenzen

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Ondanks dat ik als docent Nederlands werkzaam was aan een Pedagogische Academie en dus veel met “jeugdliteratuur” werkte, had ik tot 1989 “de echte Alice” nooit gelezen. Alleen zo’n vreselijke Disney-versie. Tijdens een vakantie van ons gezin ontmoetten we haar in Oxford. Een enthousiaste mevrouw leidde ons rond en vertelde van alles aan de hand van de “Alice in Wonderland windows”, de glas-in-loodramen in Christ Church Cathedal. Er ging een wereld voor ons open en zoon Jur en ik werden alletwee “verliefd”… nee, niet op de mevrouw. Op bescheiden schaal gingen we een beetje verzamelen en natuurlijk veel lezen; die vakantie kwamen we al met twintig “Alice-jes” terug in Nederland. We hadden er nog geen idee van hoeveel verschillende er zouden zijn. Ook Gardner was erbij, een mooi gebonden exemplaar en alle noten werden grenzeloos geconsumeerd.

Natuurlijk werden we lid van The Lewis Carroll Society.

In de jaren negentig schreef ik enkele bijdragen voor de “Wonderland-Spiegel” waarvan één over de Friese vertaling van Tiny Mulder; ook de gedichten vind ik goed en mooi vertaald. Misschien zijn er meer vrienden die het Fries een warm hart toedragen en kan er nagedacht worden over mogelijkheden Through the Looking Glass te (laten) vertalen. Ik vroeg toen via Peter Kuipers, de redacteur èn uitgever van de “Wonderland-Spiegel”, aan Tiny Mulder dat te doen, maar dat kon ze niet meer opbrengen schreef ze. Toen ik voorstelde dat ze dan alleen de gedichten zou vertalen zei ze dat ook dat niet meer zou lukken. Ze kende haar grenzen. In 2010 is ze op bijna 90-jarige leeftijd overleden.

In 1998 hebben Jur en ik het “Centennial” in Oxford bijgewoond, de viering ter gelegenheid van de honderdste sterfdag van Dodgson. Een indrukwekkende week in Christ Church vol excursies, lezingen en films. Ontbijt, lunch en diner in The Great Hall, evensong in de Cathedral, logeren in een studentenkamer, wandelen o.l.v. Edward Wakeling naar Binsey en de Treacle Well, met de bus naar Nuneham en met de boot terug, de Bodleian Library, de one man show “Crocodiles in Cream” van Kevin Moore die daarmee een portret schetst van Carroll … Twinkle twinkle little star, de tuin van de deanery met “the little green door”, uitzicht vanuit je kamer op Peckwater Quad en Tom Tower, de kamers van Dodgson … bijna een overdosis CLD en het genoemde is maar een kleine, willekeurige greep: genieten zonder grenzen!

Daar leerden we Henri kennen en natuurlijk vele andere niet Nederlanders onder wie de – latere – oprichtster en voorzitter van de Lewis Carroll Society of Brazil, Adriana Peliano.

We waren een dag eerder naar Oxford gegaan om ook nog even in London te kijken, o.a. in Charing Cross Road, toen nog ‘s werelds beroemdste boekenstraat … één winkel had uitsluitend tweedehands Carrolliana en ook de hele etalage lag vol! Binnen zagen we enkele Nederlandstalige waarvoor je toen “bij ons” hoogstens twee kwartjes zou neerleggen; hier was de goedkoopste 10 pond! Ons budget was gelukkig begrensd…

Tot de dood van Alan White,10 jaar geleden, de “editor” van The Lewis Carroll Society, schreef ik af en toe een recensie in de “Lewis Carroll Review” en verzamelde nieuwtjes uit Nederland voor “Bandersnatch”. In 2000 bezocht ik de meeste plaatsen waar Dodgson ooit was … fantastisch! Ook boeiend te lezen hoe anderen dat ervoeren, zoals Lovett of Matsier. Van zo’n trip die ik iedereen kan aanbevelen, maakte ik een gedetailleerd verslag. Misschien is er belangstelling genoeg om in “Phlizz” af en toe een deel ervan te plaatsen? Op de laatste dag zocht ik Alan op. Zijn indrukwekkende verzameling probeerde hij te begrenzen … dat lukte hem niet maar het moest wel gezien zijn beperkte ruimte; hij zette mij zeker aan het denken.

Er gaat eigenlijk geen dag voorbij of ik kom Alice wel even tegen en het boek blijft eindeloos boeien. Tijdens vakanties lees ik graag een biografie over CLD, deze zomer een kleintje, die van Stephanie Lovett: veel illustraties maar toch ook weer mij onbekende feitjes. Heel goedkoop te krijgen via internet! Maar ook met betrekking tot biografieën moet je grenzen trekken, over Dodgson is elke biografie welkom, over de echte Alice natuurlijk ook maar hoever ga je met beroemde kennissen en vrienden van CLD zoals Tennyson, Tenniel of Terry? Dat wordt weer een extra kast. En andere beroemde kinderliteratuur? Bij ons is ook al een plankje Milne.

Vorige week liep ik nog even kringloop “De Fugelpits” in Dokkum binnen … midden op een lege tafel lag daar zómaar FOAR ALLE IS IN TIID It libbensferhaal van Tiny Mulder van Geart de Vries (Ljouwert, 2006). Zij vertaalde niet alleen Alice, maar ook andere kinderboeken zoals van Rudolf Töppfer, Beatrix Potter, Max Bolliger en James Krüss. Zelf schreef ze ook kinderboeken, verhalen, enkele gedichtenbundels en twee romans. Een bescheiden oeuvre dat mij enorm aanspreekt waarschijnlijk doordat veel ervan geen fictie is. De biografie boeit meteen; De Vries laat Tiny aan het woord die eigenlijk “gewoon” over haar leven vertelt. Ook over het vertalen van Alice. Dat verscheen in de door haar verzorgde kinderrubriek van het “Friesch Dagblad”. “Alle wiken in stikje en dan as feuilleton. Dan komt it fansels ôf, want dan moatte je wol. Al fier fan tefoaren tocht ik nei oer wurdboarterijen (woordspelingen) en ûnsinferskes dy ’t komme soene; tiden koe ‘k deroer prakkesearje (…). Het vertalen van Alice was dus een jarenlang proces en het is begrijpelijk dat toen ze al met pensioen was, zij geen puf meer had aan “Spiegelland” … ze zou over haar grenzen zijn gegaan.