Gotisch Wonderland

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Het juli/augustusnummer 2020 van Filosofie Magazine zag er voor ‘ons’ veelbelovend uit: Alice  op het voorplat én een min of meer directe vermelding in de ondertitel van het nummer: Fantasie: Met Plato naar Wonderland. Aan het eind van zijn Voorwoord wenst Coen Simon ons “een fantastische zomer. Aan deze of gene zijde van Wonderland”, want zoals de hengelaar ons leert: “there’s more to the picture than meets the eye.”

Daarna blijkt dat we het moeten doen met één artikel, een essay van Florentijn van Rootselaar onder de titel ‘Onbegaanbare waarheden’ (p. 20-25).

Het stuk heeft twee illustraties die behoren bij de Alice-boeken, het artikel lijkt dus over Alice in Wonderland te gaan. Dat blijkt maar zeer ten dele het geval. Het boek komt niet voor in inleiding, onderzoeksvraag en afronding. Daarin draait het om een sub-genre van de fantastische literatuur, een specifieke griezelroman: de gotische roman/gothic novel. De auteur, die ruimhartig goochelt met kenmerken, stelt: “Ook een kinderboek als Alice in Wonderland (1865) van Lewis Carroll, pseudoniem van Charles Ludwige Dodgson, doet nogal gotisch aan”. Zijn argumenten daarvoor zijn niet heel overtuigend. “de poort naar een ander rijk” (dat is meer een algemeen kenmerk van fantastische literatuur). “De sfeer is droomachtig, zoals vaker in gotische romans”. Het woord ‘vaker’ maakt het al een vrij vaag punt, maar ‘droomachtig’ kun je plakken op aardig wat genres: sprookjes, magisch-realistische verhalen, romances. “….hoofden moeten rollen”, jawel, maar die rollen vervolgens niet. Ook de tweede verwijzing naar Alice is tamelijk lukraak. “Alles wordt vloeibaar in de gotische roman, ook de menselijke identiteit. [……] Ook bij Alice in Wonderland wordt, op speelse wijze, een spel gespeeld met de vaste identiteit”. Volgt een deel van de Rups-scène.

Verder ontbreken in Alice onder andere de stuwende kracht van de angst uit de gothic novel en het tamelijk willoze vrouwelijke slachtoffer. Het voelt bovendien een beetje vreemd een boek dat pas pakweg jaren dertig (en dan vooral ‘dankzij’ Dodgsons aangepaste reputatie) van de vorige eeuw óók donker geïnterpreteerd werd, met terugwerkende kracht het etiket ‘gotisch’ op te plakken. Ja, in ónze tijd is er een enorme hoeveelheid dark en gothic Alice, in druk, en online, maar dat is een gevolg van het sterk uitvergroten van enkele donkere elementen, die er zeker inzitten. Hetzelfde zie je gebeuren met sprookjes en andere klassiekers, zoals Pinokkio. Overigens is Alice daarin (ook) meestal actief, en graag zichtbaar met bebloed mes….
Misschien waren de tekeningen (of was het plan ervoor) er eerder dan de tekst en moest die er een beetje naartoe geschreven worden.

De geslaagde illustraties zijn van de in Rotterdam gevestigde kunstenaar Levi Jacobs. Het voorplatbeeld is ook van hem. Zijn werk wordt op de eigen site (www.levijacobs.nl) als volgt getypeerd: ‘His style is eye-catching, especially his use of colors and textures which have a refreshing escapist quality’ [cursivering van mij, HvV].

Op het voorplat hebben we een samenvoeging van twee Alice-ruimtes. We zien vooral de bij veel illustratoren, in het kielzog van Carroll zelf en Tenniel, populaire weergave van Alice’ kamervullende lijf in het huis van Konijn. Die is gecombineerd met de aankomstgang van Alice na haar val, met de kleine deur, het tafeltje met de sleutel erop, iets aangegetens, de stoel, en een van de plafondlampen. Aangevuld met een zwarte kat, meer Dina of Kitty dan Chesire -, maar óók een gotisch element. In de kamer heb je vier vloeren (of plafonds).
Het is een eigentijdse Alice: ze is tamelijk sportief gekleed, en draagt Nikes.

De twee binnenillustraties ogen niet meteen onheilspellend. De eerste van de twee is dat echter zeker wel, en past goed bij de enge, fantastische literatuur die besproken wordt. We zien Alice op de rug. Ze moet over een schaakbordvloer (uit Spiegelland, populair op dark-Alice-pagina’s), niet richting een mooie tuin, maar naar het zwarte gat van een tunnel waarboven een grote kat (Chesire -) loert. Neus en snorharen vallen samen met de muur boven het gat, de tunnel is meteen het keelgat van de kat. Langs twee bekende figuren moet ze, Rups en Konijn. Konijn, die zogenaamd niet kijkt, ziet er vet onbetrouwbaar uit, Rups is meer ongenaakbaar. Ze hebben hun tentakels, de uitlopers van ‘hun’ paddenstoel, al verbonden met Alice’lijf, die gaan over in haar benen.
Ja, het verhaal gotisch máken, dat kan een goede illustrator.

De tweede illustratie is wat traditioneler, zij het dat de waterpijp meestal óp de paddenstoel staat. Alice, die helaas ontbreekt, heeft dan ongeveer de afmetingen van de waterpijp hier. Haar hoofd komt net boven de rand uit. Paddenstoel en waterpijp hebben wel een donkerder, of in elk geval: volwassener,  lading gekregen, vooral vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw,  toen de nadruk kwam te liggen op de geestverruimende werking ervan. Maar deze illustratie lijkt toch vooral bedoeld om het stukje over ‘spelen met de identiteit’ te begeleiden.

Filosofie Magzine, juli/augustus 2020.

Henk van Viegen

P.S. voor extra informatie over de gothic novel, zie: https://www.feedyourneedtoread.com/gothic-novel-10-key-elements/