Alice waagt zich in een pretpark

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Boekbespreking van: Alice Ventures Beyond Wonderland.
Tekst Robin G. Smith, illustraties Helena Chessher.
Uitgegeven door Treefire Creative, september 2020, 67 pagina’s, 22 x 30 cm Paperback £ 6.50 Hardback £ 12.50 + £ 7.55 verzendkosten.

Te koop via:

https://www.treefirecreative.com/product/alice-ventures-beyond-wonderland/

https://www.alicebeyondwonderland.com

 

 

Via de facebookpagina van de Britse Lewis Carroll Society kwam ik op de hoogte van de publicatie van Alice Ventures Beyond Wonderland (in het Engels), aangeprezen als “Alice in Wonderland reimagined for a new audience”. Het zou in de stijl zijn van Alice in Wonderland maar dan eigentijds. Het is primair geschreven voor kinderen maar de subtiele humor zou ook volwassenen aanspreken.

Mijn verwachtingen waren niet echt hooggespannen, omdat eerdere vergelijkbare beschrijvingen me meestal teleurstelden. Maar in dit geval is het nauwelijks teveel gezegd.

Het verhaal gaat over een meisje Alice maar er wordt geen directe link gelegd met Alice in Wonderland. De overeenkomst is dat Alice ook hier in een vreemde wereld belandt met allerlei curieuze figuren, vooral dieren, en reageert op een wijze die doet denken aan Carrolls Alice. Het verhaal staat ook vol met taalgrapjes en logische kronkels, die kinderen zeker zullen aanspreken (en bij volwassenen inderdaad een glimlach kunnen oproepen).

Aan het begin van het verhaal zit Alice op het bed van haar oma en bladert ze in één van oma’s boeken. Al snel ziet ze in het boek een trap die vervolgens op miraculeuze wijze aansluit op haar bed. Ze daalt de trap af en ontmoet een wandelend houten wegwijzer-bord. Als ze achter het bord aan loopt, komt ze in de Boekerij, een plek waar boeken wachten om geschreven te worden. Sommige boeken vliegen als lege documenten in de rondte, sommige huilen, andere (betreurenswaardige slachtoffers van een writer’s block) proberen vergeefs wat te fladderen om vervolgens weer neer te vallen.

Via de Verrassingenhal, waar ze Rupert de Kangoeroe ontmoet, komt ze in het Hof van Gezond Verstand, een rechtbank met een Uil (met een pruik) als rechter: “I am here to help, using common sense, which is sadly not very common”. De rechtbankjury bestaat uit slapende salamanders, die volgens de Uil overigens niet slapen maar rusten met hun ogen dicht. Omdat ze geen Engels verstaan, kunnen ze de rechtszaken niet volgen, maar dat is volgens de Uil geen enkel probleem: hij vertelt hen wel hoe ze moeten stemmen. “Er is steeds maar één antwoord en dat spreekt vanzelf, dus het is alleen maar eerlijk als de rechter ze dat vertelt.” Dat roept bij Alice de vraag op of er dan geen klachten komen. “Nee,” zegt de uil. “Nog geen klacht gehad. Niemand wil echt een eerlijk resultaat, men wil alleen maar winnen.” “Dus uit angst te verliezen, blijft iedereen weg?” “Precies,” zegt de uil, “Teveel trots.”

Alice’ volgende stop is de Excuuswinkel met een Vos als winkelier. Alice wil graag van hem weten wat de beste smoes is. “Vastzitten in een sneeuwstorm,” antwoordt de Vos. “Niet dat het ooit voorkomt, maar als je het in je verhaal kunt gebruiken, wordt het altijd geloofd.”

Dan gaat Alice op weg naar de Spekkoningin (Queen Bacon), een varken met nogal slordig geklede helpers. Ze verblijft te midden van een groot aantal stenen beelden van kikkers; wie deze beelden aanraakt wordt zelf ook van steen. Als Alice hoort dat één van de kikkers een versteende prins is, wil Alice de prins bevrijden; ze herinnert zich dat haar vader ooit zei: “Je moet heel wat kikkers kussen voordat je een prins vindt” en ze bedenkt dat dit nu wel eens van toepassing zou kunnen zijn. Omdat aanraken riskant is, probeert Alice het met kushandjes, en warempel dat werkt. De stenen beelden veranderen in levende eekhoorns, vogels, insecten en tenslotte ook een prins.

“Laat ons wat gelukstof verzamelen,” stelt de Koningin voor. “Wat is dat? Stof van feeën?” wil Alice weten. “Feeën hebben we hier niet,” zegt de Koningin: “We moesten van ze af: ze bemoeiden zich overal mee, met goede daden, het repareren van wat kapot was, kinderen helpen om te slapen en meer van die dingen.” “Maar dat is toch goed?” reageert Alice. “Je bent jong, dus ik vergeef het je,” antwoordt de Koningin. “Teveel van het goede kan slecht zijn. Teveel succes verliest zijn waarde, veel regenbogen worden saai, teveel vrienden zijn ook maar tot last.”

De koningin houdt van raadsels en omdat Alice die ook leuk vindt, geeft ze een raadsel aan de Koningin: “Wat wordt nooit gezien maar steeds gevoeld?” Maar als de Koningin na enige tijd nog steeds niet heeft gereageerd, geeft Alice zelf maar het antwoord: “De wind”.  Geïrriteerd zegt de Koningin: “Ik was nog niet klaar met denken en het is sowieso niet leuk als je vragen stelt waarop ik het antwoord niet weet. Hoe kan ik dan altijd gelijk hebben?”

Als Alice de Koningin verlaat, gaat ze naar de Geheugentuin, de tuin van Regalia, de zus van de koningin. “Wat moet ik hier onthouden?”, wil Alice weten van Rupert de Kangoeroe die daar ook is; het is tenslotte een geheugentuin. “Dat Regalia ook een koningin is,” antwoordt hij.

De tuin heeft veel mooie bloemen, nachtbloemen, volgens Rupert. “Maar het is toch geen nacht?” zegt Alice. “Dat weet ik ook wel,” zegt de Kangoeroe, “Maar dat vertellen we de planten niet.”

De volgende ontmoeting is een  grote naaktslak (Glorious O’Malley). “Hoe heet je?” vraagt hij aan Alice. “Alice Jones”. Dat vindt de slak maar een saaie naam, maar Alice is er wel tevreden mee: “Mijn ouders hebben de naam gekozen en ik vind hem wel mooi.” “Wat weten ouders er nou van? Ze kiezen maar een naam die ze zelf mooi vinden, zonder rekening te houden met wat voor persoon je bent. Je kunt mij Glorious noemen want dat ben ik.”

Via de Verleidingsboom, waar kinderen door hun ouders heen worden gebracht zonder dat ze iets mogen aanraken, komt Alice tenslotte bij de Wenswalvis (Wishing Whale) waar ze een wens mag doen. Dat komt goed uit, want Alice wil zo langzamerhand wel weer naar huis. En ineens bevindt ze zich weer in bed in haar kamer, waar net haar oma binnenkomt. De lezer komt nu in de verleiding te denken dat Alice alles gedroomd heeft, maar het einde (dat ik nu maar niet verklap) zet je dan toch op het verkeerde been. Het omgekeerde van Carrolls Alice dus, bij wie aan het eind onverwachts alles een droom blijkt te zijn geweest.

Het verhaal verloopt, evenals bij Carroll, via verschillende episodes. Maar in Alice Ventures Beyond Wonderland doen ze toch wel sterk denken aan attracties op een kermis of een pretpark. Dit vergroot vermoedelijk de herkenbaarheid voor kinderen maar is voor volwassenen toch wat banaal.

Het boek bevat zeker leuke vondsten in de geest van Lewis Carroll maar mist de gelaagdheid van het origineel. Dat is geen schande, uiteraard, maar het is daardoor weinig uitdagend voor volwassenen om nog maar te zwijgen over wetenschappers. Het is echter geschreven voor kinderen en is ongetwijfeld een leuk (voor)leesboek voor kinderen vanaf zeven jaar.

De illustraties van Helena Chessher zijn vrolijk en origineel. Helaas bevat de tekst diverse slordigheden en ziet de vormgeving er wat rommelig uit. Vermoedelijk is daarop bespaard wat wel weer als voordeel heeft dat de prijs laag is.