Boekbespreking: Christina Henry, Looking Glass

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Christina Henry, Looking Glass (2020)
Gebruikte [= de Britse] editie: Titan Books, London 2020

Prequels, sequels, feminiseringen, genderiseringen en allerlei andere varianten op en van klassiekers zijn, zou je kunnen zeggen, aan de orde van de dag, voornamelijk in fantasy tegenwoordig. Het internet is vergeven van fanfictiesites waarop best goede en veel slechte schrijvers los gaan op Alice in Wonderland, Pinokkio, Pride and Prejudice, Peter Pan, Harry Potter, enz. De meesten blijven onopgemerkt, anderen krijgen fans, sommigen brengen het tot een boekpublicatie. In veel meteen als boek uitgebrachte verhalen vind je dezelfde onderwerpen en motieven als in fanfictie. Daarvan wordt weer een deel vertaald naar het Nederlands, zoals de Alice-zombieboeken van Gena Showalter.

Christina Henry, nog niet in een Nederlandse vertaling, is populair in het (young) adult-segment horror en dark fantasy. Looking Glass is het afsluitende boek van haar trilogie over Alice, waarvan de eerste twee delen gepresenteerd werden als ‘The Alice Chronicles’: Alice (2015) en Red Queen (2016). Het eerste deel leunt qua personages zeer sterk op Alice in Wonderland en een beetje op Spiegelland. Red Queen is veel minder gebaseerd op Carroll, wel is er een belangrijke rol weggelegd voor een Black King, een White en een Red Queen.

Zoals te verwachten bij een auteur als Henry ligt de nadruk helemaal op de donkere mogelijkheden die Wonderland biedt: naargeestige mannetjes van wie Alice buitengewoon weinig steun krijgt en akelige koninginnen.
In haar eerste boek Alice waarover ik nu eerst iets vertel, blaast ze Uit Wonderland de Rabbit en Caterpillar, en uit Spiegelland Walrus en Carpenter op tot gruwelijke proporties. Gangleiders en keiharde buurtchefs in de slumbs van de Old City zijn het, die niet bang hoeven te zijn voor ingrijpen vanuit de New City. Daar houden ze de tent gewoon gesloten.

Sommige jongeren van de rijke mensen in de Nieuwe Stad laten zich verleiden eens rond te kijken in de Oude. Voor de jongens verloopt dat zonder problemen. Ze komen weliswaar berooid terug, maar de ouders doen niet moeilijk. Op een dag lokt Dor [Dormouse] haar vriendin Alice mee. Voor meisjes loopt het nooit goed af, daar. Meisjes en vrouwen lopen in deze twee boeken constant het gevaar bezit (‘de pop’) te worden van walgelijke mannen. Allemaal vrouwenverslinders, Mr. Walrus zelfs letterlijk, zo hoopt hij eens Alice of een andere tovenares te verschalken en zo haar magie te bemachtigen. De beide meisjes worden een prooi van de Rabbit. Dor wordt jarenlang zijn bezit, Alice wordt gruwelijk verkracht door hem en gebrandmerkt met een grote snee in haar prachtige gezicht. Maar zij weet hem ook stevig te verwonden én een oog uit te steken (zie het voorplat). Totaal overstuur komt ze terug bij haar ouders, die haar verhaal niet kunnen duiden en haar dan maar in een gesticht onderbrengen.

In dat gesticht begint het verhaal, als Alice daar al 10 jaar zit in totale afzondering. Ze krijgt na enige tijd een buurman, Hatcher, met wie ze via een muizengat communiceert. Dankzij een brand in het gesticht weten ze te ontsnappen, maar tegelijk met hen komt uit de kelders het monster Jabberwocky [1] vrij. Dat laatste is sinds enige tijd (ook) een veel voorkomend element in het Alice-verhaal, versterkt door Disneys film uit 2010. Het levert meteen de brandstof voor de altijd aanwezige queeste in het genre, in dit geval: de wereld redden door het monster te verslaan.

Ook de Mad Hatter (die hier dus Hatcher heet) trouwens is sinds enige tijd een must in dit soort bewerkingen. Niet vreemd, hij is immers zo’n beetje de enige mensfiguur in Wonderland, weliswaar een tikje onbenaderbaar maar hij heeft ook zijn grappige kanten. Alice en de Hatter raken gewoonlijk verliefd, dan wel worden een stel.

Alice en Hatcher keren terug naar de Old City om wraak te nemen, wat dankzij de magie van Alice en de bijl van Hatcher prima lukt. Ze krijgen daarbij op afstand vileine maar nuttige hulp van Chesire, passend bij zijn rol in Wonderland. Ook de Jabberwocky wordt verslagen. Alice tovert hem om tot vlinder en stopt hem in een potje.

In Red Queen verlaten Alice en Hatcher de Oude Stad, op zoek naar Hatchers dochter Jenny (queeste!). Die blijkt onvrijwillig getransformeerd naar gemene Witte Koningin. Alice raakt haar potje met het monster kwijt, daarmee een vette cliffhanger leverend voor een derde deel. Hatcher wordt getoverd naar half mens-half wolf.

Dat derde, afsluitende, boek kwam er dus met Looking Glass. Het is het in literair opzicht interessantste deel van de trilogie. Het bestaat uit vier novellen die samen een aantal elementen uit de eerste twee boeken verhelderen, in het licht zetten en/of verdiepen. Vooral uit boek 1, vandaar de brede aandacht hierboven daarvoor.

Het eerste verhaal, ‘Lovely Creature’,  speelt ongeveer gelijktijdig met de periode uit boek 1 dat Alice terug is in de Oude Stad. Het verhaal wordt verteld vanuit Alice’ zusje Elizabeth Hargreaves(!). Elizabeth raakt geïrriteerd én geïntrigeerd (start van de queeste) als eerst de butler en later moeder haar per ongeluk ‘Alice’ noemen. Ze begrijpt op een gegeven moment (mede dankzij de opnieuw helpende Chesire) dat ze eigenlijk in de plaats gekomen is van deze Alice, en sterk op haar lijkt. Het verhaal geeft een mooi inkijkje in de Nieuwe Stad, waar de gepriviligeerden wonen. Elizabeth, een kritisch type, denkt anders over de Oude Stad dan haar ouders. Ze weet zeker dat er behalve misdadigers ook allerlei hardwerkende en anderszins goede mensen wonen. Ze constateert verder een hoop autoritair gedrag van de gezagdragers. Hun zogenoemde ‘City Father’ bij voorbeeld is een buitengewoon kil schepsel, met een bekende naam voor Carrollians: Dodgson. ‘He really is an old monster’ (p. 39). Bij de vertegenwoordiger van deze Dodgson moet ze met enige regelmaat op schoot zitten, ze weet waarom (viezerik). Elizabeth heeft de magie van haar moeder geërfd, net als Alice. Die weet ze mooi aan te wenden in een straf voor de figuur Dodgson en later in het verhaal ook, als ze een Vogelman volgt (zoals Alice ooit Konijn) naar de Oude Stad. Die blijkt het potje met de Jabberwocky, daar is het!, te hebben, maar heeft Elizabeth nodig om dat te openen.

Elizabeth neemt zich heilig voor nooit maar dan ook nooit iemands bezit te worden, iemands pop-in-een-verzameling, een motief dat het verhaal sterk verbindt met Alice. De opdracht  van Looking Glass draait daar ook om: ‘For all the girls who save themselves/and all the girls still learning how. En passant vertelt Henry dus even hoe zij denkt over Alice (Liddel-)l Hargreaves’ relatie met Dodgson.

In ‘Girl in amber’, het tweede verhaal, zijn we terug aan het eind van Red Queen. Alice wil graag in een huis wonen tijdens de winter, Hatcher gaat voor haar uit, op zoek. Wat volgt, is een test in magie, Alice is nog niet volleerd tovenares, maar bewijst in dit verhaal dat ze op de goede weg is door een jongen die haar magie wil stelen te verslaan. Hatcher heeft intussen een plek gevonden, in een huisje in het bos van een goede heks. Voordat ze uit dat huis vertrekken, wat wordt beschreven in het laatste verhaal, heeft Alice van alles van de heks geleerd, ook het huishouden, trouwens, want ze is zwanger. Hatcher en Alice gaan in dat slotstuk, ‘The Mercey Seat’, op reis naar de plek die Alice al in haar dromen heeft gezien. Ze moeten alleen nog even langs een stelletje fundamentalisten….

Bijzonder is verhaal drie, ‘When I first came to town’. Dat is namelijk het verhaal van de vormingsjaren van Hatcher, die toen nog Nicholas heette. Van hem wisten we nog relatief weinig, alleen dat hij erg ruig geleefd heeft tot pakweg zijn 18e. Wat er in dat laatste jaar gebeurde, lezen we hier: zijn gevecht met de sterkste (en goorste) ringfighter van de Oude Stad, die als patroon de Rabbit heeft. Rabit heeft aan een ketting steeds een meisje bij zich (weer dat motief van de man als gewelddadige bezitter van vrouwen en meisjes). Hij neemt zich voor haar vrij te kopen.

Het verhaal is echt spannend, met ook mooie aandacht voor de flard magie die Rabbit en Nicholas bij elkaar en zichzelf voelen. Voor de Wonderland-liefhebber is het ook geslaagd door het bijzonder fraaie portret erin van Chesire.

Een rijke en interessante bundel, voor mij vooral door wat Henry met Wonderland doet. Je moet uiteraard wel van fantasy en de bijbehorende magie houden, maar Looking Glass is in dit opzicht relatief gematigd. Je hoeft je bij voorbeeld niet door flauwekul heen te worstelen als een vrouwenetende Walrus, die verslagen wordt door een reusachtig schaap dat vervolgens de Oude Stad verlaat met de door de schurk gevangen gehouden, en nu geredde, vrouwen. Het kan zijn dat de diehard fan van dark fantasy dit deel wat te soft vindt.

Voetnoten

[1] Bas Savenije wees me erop dat strikt genomen ‘Jabberwocky’ het gedicht is, en de ‘Jabberwock’ het monster. Henry gebruikt alleen de naam Jabberwocky