Hoe ik per ongeluk Alice tegenkwam

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Er zijn een heleboel bewerkingen en vertalingen van “Alice” in het Nederlands verschenen. Vele daarvan zijn behoorlijk raar.  Ze laten Alice vreemd uitgedost rondlopen of verhalen van avonturen die de vertaler zelf verzonnen heeft. Ik herinner me vaag dat ik als kind deze versie gezien heb:

Ik vond er geen barst aan. Stomme plaatjes, stom verhaaltje zonder kop of staart. Ik moet 9 of 10 toen geweest zijn.

Nee, dan de Narnia-cyclus van C.S. Lewis over de  Pevensie-kinderen die uit hun treurige bestaantje geroepen werden om een alternatief universum te redden… dat was iets waarvan ik kon dromen dat mij dat ook zou overkomen.

Het lot wilde dat er elk jaar weer een verjaardag van me op de kalender stond, en dat op één van die verjaardagen, ergens na mijn twintigste, iemand me een cadeautje daarvoor wilde  geven. Wist ik iets? Ik herinnerde me vaag dat er ergens in een krant een leuke recensie over een uitgave van Alice in Wonderland met aantekeningen had gestaan. Nu ik dat met de delpher-zoekmachine probeer terug te vinden, kan het het mooie verhaaltje van Raoul Chapkis (pseudonym van Hugo Brandt Corstius) in het “Algemeen Handelsblad” van 21-07-1965 zijn geweest, maar ik ben bang dat het een klein stukje,  een paar jaar later, ook in het Handelsblad (09-05-1970), is geweest. De laatste regel van dat stukje gaf waarschijnlijk de doorslag om het als cadeautje te vragen. Dat zei: ”De Annotated Alice kost f 7.10.” Het cadeautje mocht niet te duur zijn.

Ik lees vlug en slordig en de eerste bladzijden waren niet echt spectaculair. Het gedicht sloeg ik over, er was een konijn en een gat in de grond. Maar dan… Alice valt en valt, en zegt dat ze nooit meer bang zal zijn om te vallen, zelfs als het van het dak is. Logisch, als je iets vaker doet, dan geloof je wel dat het goed gaat. En dan schrijft Martin Gardner droogjes, met een referentie naar William Empson van 1935, dat dit de eerste van vele grappen over doodgaan is.

Op dat moment had ik me waarschijnlijk bezorgd moeten maken over tere zieltjes die beschadigd raken, maar in plaats daarvan was ik “verkocht”, dit was echt leuk. En dit had ik zelf nooit opgemerkt. En Alice en Gardner gingen door met in hoog tempo goede grappen, leuke woordspelingen en rare gedachtensprongen te maken. Prachtig!

Zo ben ik per ongeluk bij Alice terechtgekomen. Enige jaren later werd versie 1.0 van het genootschap opgericht, en kreeg ik nog vele andere kanten van Carroll te zien van de verschillende leden bij de bijeenkomsten. Heel vaak fascinerend. Erg leuk was om met Rolf van de Kamer aan een stukje over Carrolls logica-spelletje te werken, waarbij Carroll dacht dat kinderen het leuk zou vinden on lange redeneringen te ontleden. Het spelletje werkt. Misschien is er ooit wel eens een kind geweest dat een lang syllogisme uitgewerkt heeft. Bas Savenije heeft later uitvoerig over Carrolls logica-interesse geschreven.

En de tere kinderzieltjes? Project Gutenberg heeft verschillende versies van Alice online staan. Een versie vermeldt Copyright 1916 by SAM’L GABRIEL SONS & COMPANY NEW YORK. Dit was een speelgoedfabrikant en -uitgeverij gesticht in 1910. Gelukkig is dat nare zinnetje over van het dak vallen in hun uitgave verdwenen. Iemand van die uitgeverij heeft voor publicatie van de herdruk in de V.S. deze grap al ver vóór Gardner en Empson begrepen en ervoor gezorgd dat de generatie Amerikanen die nu over de 100 is, niet getraumatiseerd is geraakt door de nare grappen van een geniale Engelse auteur. Gecanceld!