Lekker adapteren!

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

(De schrijver van) Alice in Wonderland verschijnt in:

Sjoerd Kuyper: Meneer Droste van het Kinderboekenmuseum. Met illustraties van Sylvia Weve. Hoogland & Van Klaveren, 2020

Het hoofdpersonage van dit verhaal, Tiuri (met dank aan Tonke Dragt), vraagt voor zijn tiende verjaardag ‘Dat een schrijver een boek over opa schrijft. Om aan opa te geven als hij afscheid neemt [opa is nachtwaker en wordt 67] van het Kinderboekenmuseum’. Tiuri heeft interessante gesprekken met de gevonden auteur, zoals het volgende:

‘Kun je het leren?’

‘Wat?’

‘Schrijver zijn.’

‘Ik ken een mop,’ zei de schrijver. ‘Ken je Alice in Wonderland?’

‘Daar vind ik niet veel aan,’ zei Tiuri.

‘Komt nog wel. Lang geleden was er in Engeland een dokter. Het was midden in de nacht en er wordt op zijn deur gebonsd. Hij komt uit bed, doet open en daar staat een man: “Dokter, kom gauw, mijn vrouw heeft weeën, ik denk dat ons kindje ieder moment geboren kan worden.” De dokter duikt in zijn kleren, springt in zijn laarzen, gaat met de man mee. Het giert van de regen, storm geselt de wereld, maar ze zijn op tijd en alles gaat goed. De dokter komt thuis, wringt zijn kleren uit en duikt ijskoud naast zijn vrouw in bed. “Jezus,” zegt de vrouw, “wat heb jij toch een afschuwelijk beroep!” “Nou, vandaag niet!” zegt de dokter. Weet je wie ik op de wereld heb geholpen? De schrijver van Alice in Wonderland!”

‘Wacht even…’ zei Tiuri.

‘Een mens wordt geboren als schrijver. Schrijf jij wel eens?’

‘Alleen verlanglijstjes.’ (p. 19)

Op zich lijkt dit maar een beetje over Alice in Wonderland te gaan. Je kunt ook (de schrijver van) een ander boek gebruiken als voorbeeld. Toch gaat het om meer, door twee zinnetjes in het begin van het citaat. Tiuri vindt Alice niet zo’n leuk boek. Dat heeft hij gemeen met vrij veel kinderen, tenminste als het om de volledige tekst gaat, daar is onderzoek naar gedaan. Het ligt anders als ze begonnen zijn met een bewerking of een adaptatie, zoals een Disney-film. Maar opa is vol vertrouwen: ‘Komt nog wel’.

Bij mij triggerde dit de hele, uitgebreide discussie over de vraag: is Alice in Wonderland een kinderboek? Bij Alice is deze discussie volgens mij heftiger dan bij andere klassiekers.

Kuyper lijkt de schrijver hier het standpunt te laten innemen van aardig wat onderzoekers en bewerkers (vooral van hen die de donkere kanten van het verhaal benadrukken) die menen dat Alice slechts in schijn een kinderboek is, eigenlijk dus een boek voor volwassenen. Of in elk geval een boek dat je interessant of leuk gaat vinden als je er ‘de leeftijd voor hebt’.

Anderen zetten hier, naar mijn idee terecht (kinderen en volwassenen lezen het boek elk op hun manier), vette vraagtekens bij.

Ik ben niet een echt komt-nog-wel-geval, want ik heb het boek in mijn jeugd nooit gelezen, maar ben wel pas laat ‘tot Alice bekeerd’. Ik kocht Alice in de vertaling (1981) van Eelke de Jong toen ik begin dertig was. De oudste dochter las het met veel plezier, de jongste vond er niets aan. We zagen een toneelbewerking, die van Het Zuidelijk Toneel: Alice, Alice(1990), enorm saai en braaf. Nicolaas Matsier vond hem erg goed, want getrouw. Vele jaren later, in 2010, vond mijn daverende bekering plaats. De oudste dochter wilde graag samen naar museum Nairac in Barneveld, waar een tentoonstelling gewijd was aan Alice. Borden, kopjes, poppen, kleding, tientallen edities, allerlei illustraties, affiches, films. De potentie van het boek werd nog duidelijker door de fantastische en bizarre interpretatie voor toneel van Ko van den Bosch, ook in 2010. Toevallig waren er in dat jaar nóg een paar interessante, en weer heel andere toneeladaptaties, die van Orkater en van Matzer.  ik deed op dat moment de master jeugdliteratuur aan Tilburg University en besloot op die toneelversies van Alice af te studeren.

Nog altijd ben ik eigenlijk alleen geïnteresseerd in wat er gedáán wordt met de twee Alice-delen. Ik ben niet nieuwsgierig naar Lewis Carrolls andere werk en de biografieën heb ik vooral gelezen met de bril op: wat kunnen ze me leren over hoe Alice in de loop der tijd geïnterpreteerd is, geadapteerd en anderszins gebruikt. Ik hou van vrije film- en toneeladaptaties, heb geen angst voor bewerkingen van de tekst en koester de illustratoren die onder het ‘juk’ van Tenniel en Carroll zelf proberen uit te komen. Ze leren je veel over het origineel! Ik ben op dit moment bezig met de verschijningen van Alice in de popmuziek.

 De twee kleinkinderen, trouwens, zijn (nog?) niet ‘in’ Alice. De oudste kwam er niet doorheen, de jongste had geen enkele behoefte eraan te beginnen.

 

[mijn scriptie (met een hoofdstuk over: ‘Is Alice in Wonderland een kinderboek?’) vind je onder de knop ‘bibliografie’- scripties op deze, onze site]