Boekdwalen, naar school gaan en mediteren met Alice

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Anna James: Pages & Co
Scott Reintgen: De held van Fabel
Marneta Viegas: Relax Kids; sprookjesmeditaties voor kinderen

Alice volgens illustratrice Paola Escobar
Matilda en de boekdwalers [Pages & Co 1],
p.67 en 279

Alice is overal, dat weet iedereen. In de kranten, in de titel van een aflevering van een tv-serie, in museums, in voorstellingen, ….
Eens kijken hoe het er wat ‘haar’ betreft in de boeken aan toe gaat. Bij een beetje rondstruinen (trefwoorden: Alice in Wonderland) in een bibliotheekcatalogus om te zien of ze de laatste twee jaar nog een beetje actief is, kom je haar op allerlei plekken tegen. Verwachte: nieuwe edities, bewerkingen, meelifters als Alice in Tinderland. Deze recenseren of signaleren we bijna altijd wel. Hieronder bespreek ik  iets minder vaak voorkomende: Alice als personage in een ander boek, en wat onverwachtere ‘ontmoetingen’: Alice als ‘hulpmiddel’ bij meditatie.

Eerst een voorbeeld van Alice als personage

Anna James: Matilda en de boekdwalers en Mathilda en de verhalenbewaarders

‘Het hele boek [AiW] is raar,’ zei Matilda. ‘Daarom vinden mensen het ook
leuk.’  (Anna James. Matilda en de boekdwalers, p. 318)

Recent verscheen de vertaling van deel 3 van de reeks Pages & Co van de Britse auteur Anna James: Matilda en de verhalenbewaarders. Aan de afronding te zien leek dat het slotdeel. De hoofdpersoon, de 11-jarige, half-echte en half-fictieve Matilda Pages begint namelijk aan het eind daarvan te schrijven aan boek 1, Matilda en de boekdwalers. In dat eerste deel vind je een mooi portret van Alice. In deel 3 speelt ze een veel bescheidener rol. In boek 2, Matilda en de verloren sprookjes, komt ze niet voor.
Inmiddels is er (toch) een deel 4: Tilly and the Book Smugglers.

Alice in Wonderland is een van de twee lievelingsboeken (het andere is Anne en het Groene Huis van Lucy Maud Montgomery) van Matilda. In het origineel heet ze Tilly, maar deze naam voor de Nederlandse vertaling is goed gekozen, met herinnering aan Dahls hoofdpersoon, net als deze Matilda dapper, nieuwsgierig en gek van boeken. Ze is een zogenoemde boekdwaler: ze heeft de gave rond te reizen in boeken, een heel intense manier van lezen eigenlijk, waardoor je het boek dat je leest niet alleen in je fantasie bezoekt, maar ook in het echt. Matilda is zowel dochter als kleindochter van een boekdwaler. Haar moeder is verdwenen (waarschijnlijk in een boek), Matilda woont bij haar opa en oma, die een boekwinkel runnen. Vooral boekhandelaren en bibliothecarissen kunnen boekdwalen.

Matilda beleeft bijzondere avonturen, waarin op allerlei fantasierijke manieren alles wat te maken heeft met boeken aan de orde komt. De eerste druk die bewaard wordt door de British Library, bedreigingen (zoals vernietigen, inbinden, achterhouden en de magie ervan stelen, de afname van de verkoop, het in vergetelheid raken), de kracht van de magie van het lezen en het boek zelf en de liefde voor boekhandels en bibliotheken.

Dankzij de boekdwalers komen in deze drie jeugdromans (voor 10+) beroemde personages en, in deel 3, ook schrijvers langs: Anne en Alice dus (in het bijzonder in boek 1), Roodkapje, Rapunzel en andere sprookjesfiguren (in boek 2) en vooral Will Shakespeare (in boek 3).

We weten uit deel 1 dat Alice nu en dan in de boekhandel verschijnt om gedag te zeggen en even wat te kletsen. Alice in Wonderland is een van Matilda’s favoriete plekken om te boekdwalen. In dit derde boek gaat het anders: broer en zus Underwood, die de baas zijn in de zogenoemde Bronbibliotheek onder de British Library, hebben haar verboden te dwalen. Wel  komt het boek tijdens het lezen ervan even naar haar toe, in de vorm van bloemen en vogels. Verder is er een quote hier en daar (“ ‘Begin bij het begin,’ zei Orlando. ‘En ga net zo lang doortot je bij het einde bent. Dan moet je stoppen,’ vulde Matilda de rest van de uitspraak in Alice in Wonderland aan.’ ”)of een glimlach als van de Kolderkat. En in het slotstuk gaat Alice met Anne personages uit boeken optrommelen om met hun magie de schurken uit te schakelen. Alice is niet meteen overtuigd, het lijkt haar een heleboel werk….

In boek 1 daarentegen krijgen we een geestig en uitgebreid portret van Alice. Alice krijgt ook een plekje op de cover. Matilda heeft een exemplaar van Alice in Wonderland en leest daar graag in. Op een dag verschijnt Alice in de winkel, ergens boven, een meisje in een blauwe jurk met een lange rok. Ze maakt een nette buiging bij het kennismaken en hecht belang aan goede manieren. Liever wacht ze even met thee en iets erbij, ‘Ik eet of drink eigenlijk liever niets als ik op een nieuwe plek ben tot ik weet waar ik aan toe ben.’ En ook: ‘Zo te zien zijn we allebei even groot, dat is een goed teken. De problemen beginnen altijd als je niet verhouding staat tot degene met wie je praat.’ Over boeken is ze redelijk positief, ‘….want het [een boek] kan soms ineens van pas komen, al weet je pas wat erin staat als het te laat is, is mijn ervaring’(p. 68).

Het veranderen van formaat komt een paar keer geestig aan de orde, o.a. als Alice Matilda opnieuw ontmoet. ‘O! Wat bijzonder,’ zei Alice. ‘Je bent hetzelfde als de vorige keer’ (p.81).

In hoofdstuk 11 (p. 104 e.v.) discussieert Matilda met een geestige Alice over ‘echtheid’ en gaan ze samen naar het bekende theepartijtje, het is Matilda’s boekdwaaldebuut. Een heel eind verderop gaan Matilda en Alice, op aandringen van Alice, nog een keer naar Wonderland. Deze keer beginnen ze bij het tafeltje om vervolgens samen door het deurtje naar de rozentuin te gaan. Het levert een gaaf gesprek van Matilda met de Kolderkat op over de echtheid van een en ander, van haar, van Alice, van verhalen.

—-‘Je kunt aan het einde van elk verhaal gewoon doorlopen’, zei de kat.
—-‘Maar kijk uit waar je je voeten zet. En vertel ze niet dat ik het
—-verklapt heb.’ (p.293)

Met Alice praat Matilda over het belang van verstandig zijn. Alice meent dat dat niet altijd hoeft, je nieuwsgierigheid volgen en je fantasie aan het werk zetten leveren betere avonturen op!
Een lijntje in het verhaal is verder nog een groot, door de boekhandel georganiseerd Wonderlandfeest, een themafeest voor de herfst. En in het slot, waarin we te weten komen of Matilda haar moeder gaat vinden, spelen de schutbladen van het fysieke boek nog een belangrijke rol.
Gaat het je alleen om Alice, dan heb je aan deel 1(dus) genoeg, en anders kun je je storten in een meer dan 1000 pagina’s boekenavontuur met een behoorlijke hoeveelheid magie. ’t Gaat best snel, hoor (vaart, grote letter), en: plaatjes!

Een tweede voorbeeld van Alice als personage:

Scott Reintgen: De held van Fabel

‘Ik ben Alice. Dit is “Hoe je gevangen raakt en op het nippertje weer ontsnapt”. Dit is geen gewone les, maar ik ben dan ook geen gewoon meisje.’ Terwijl Alice ging zitten, bolde haar hemelsblauwe jurk op. Ze knipte in haar vingers en een van de konijnen hupte naar haar toe. (p. 131)

Het hangt zeker in de lucht: ook De held van Fabel (2021, oorspr. 2019) van Scott Reintgen  gaat over boeken en twee voor de meesten afgescheiden werelden, de echte wereld en die van de fictie. Ook in dit boek wordt de loftrompet getoeterd over boekhandelaars en bibliothecarissen en is er een hoop magie. Het draait hier vooral om de personages.

Hoofdpersoon is Indira Novelle (vertaling van Story). Haar leeftijd is wat onduidelijk, ze wacht al ‘haar hele leven’ op de mogelijkheid een goed personage in een boek te worden, liefst natuurlijk de held. Ze woont op Oorsprong, waar ze een van de beloftes is met de hoop op een dag uitgenodigd te worden naar Fabel te verkassen om leerling te worden op de Praktijkschool voor Protagonisten. Er zijn nog een paar andere locaties. Haar broer bij voorbeeld zit op Huiver, hij kon geen personage worden, en dus niet naar Fabel, maar doet wel belangrijk voorbereidend en ondersteunend werk voor schrijvers. O.a. door lastige verhaaladers open te bikken tot er zuivere verhaalideeën overblijven. En dan is er nog Etter. Daar vinden we de slechteriken en andere antagonisten.
Je snapt het al: Indira mag komen. Ze wordt, hoewel ze slim, avontuurlijk en betrokken is, na de auditie ingedeeld bij de bijpersonages. Iemand lijkt haar ook tegen te werken. Zo is bij voorbeeld de inkt van het door haar ingeleverde huiswerk onleesbaar gemaakt. Dit blijkt het slimme voorbereidende werk van de slechterik (m/v) te zijn, die een gevaar is voor het voortbestaan van Fabel. Een tamelijk bekend gegeven, ook structuur en afwikkeling (met ook nog zo’n irritante alwetende verteller die de ‘beste lezer’ nu en dan toespreekt) blinken niet uit qua originaliteit. Middenin het verhaal is er het gebruikelijke dieptepunt (‘stuur mij maar naar Etter’) en ook is Indira vast van plan om de antagonist samen met haar twee vrienden te verslaan. Maar het eindigt gewoon ouderwets in een heftig tweegevecht. Drie maal raden: blijft ze een bijfiguur of wordt ze een held?

Alice
Een en ander wil niet zeggen dat het niet een voor 10-plussers lekker avontuur kan zijn, er zit ook voldoende vaart in. De charme zit ‘m (ook voor volwassenen) vooral in de docenten en de zogenaamde brainstormers, die tussen de twee werelden kunnen reizen. Een van de docenten is professor Darcy, hij wordt erg mooi te kakken gezet in z’n kleffe romantiek.

En een andere is, jawel: Alice. Het zijn maar een paar plekken waar ze actief is, en er wordt maar één les (met als basis een raadsel) van haar helemaal beschreven, maar zij steelt voor de fan uiteraard de show. Haar vak is ‘Hoe je gevangen raakt en weer ontsnapt’, tijdstip: ‘maar één seconde’. Ze heeft uiterst originele methodes om je in haar lokaal te krijgen. Een plotselinge glijbaan die je in een kelder brengt, een nogal agressief konijn dat je dwingt in een etensliftje te kruipen dat uitkomt in de leslocatie, e.d. Enkele geëigende citaten komen langs, ook hier het beroemde ‘Begin bij het begin’ e.v., deze keer uit de mond van Alice zelf. Ook deze Alice hecht bijzondere waarde aan het avontuur, en voelt aan dat Indira alles in zich heeft om een held te worden. Ze ontpopt zich op bescheiden, maar desondanks beslissende wijze tot helper: ‘Zo te horen moet je op avontuur. Dat is voor mij altijd een geldige reden om afwezig te zijn’. (p. 243/4) Een beetje zoals de Chesire kat in Alice. Vlak voor de beslissende confrontatie passeert Indira een groepje personages en leraren, Alice heeft een sluwe grijns op haar gezicht. Langzaam wordt ze Indira’s lievelingsleraar, eentje die nooit via eenzelfde route verschijnt en bij het haardvuur verkwikkende (Indira moet opknappen na haar gevecht) verhalen vertelt ‘over krimpen tot het formaat van een vingerhoed en ontmoetingen met absurd geklede koninginnen’.
Een interessante, en uitbreidende blik op het Alice-personage.

Beide Alicen hechten veel belang aan het toegeven aan je nieuwsgierigheid en aan avontuur. Bij de jonge Alice van Anna James is er nog een restantje welgemanierdheid, de volwassen Alice van Scott Reintgen heeft dat overboord gegooid.

 

Nu een voorbeeld van zo’n wat onverwachtere ‘ontmoeting’.

 Relax Kids

Blijf daar maar een poosje, … (p.18)

Marneta Viegas bewerkte een flink aantal sprookjes (en een paar kinderversjes) tot meditatieteksten.

Na een instructie voor ouders en leerkrachten over het gebruik van het boek volgen iets meer dan 50 meditaties op grond van bij voorbeeld Pinokkio, Het vliegende tapijt, Raponsje, De prinses op de erwt, Sinbad, de zeeman. Ieder sprookje krijgt een dubbelpagina: eentje voor de tekst, de andere voor een illustratie, die meestal nog wat doorloopt op de tekstpagina. Ieder verhaal wordt éen keer gebruikt, maar, hé, Alice in Wonderland maar liefst drie keer. Bijzonder. Het zal niet verbazen dat de keuze is gevallen op de meest iconische scènes: het groter worden na het drinken uit een flesje (Alice in Wonderland (1), p. 18-19, het krimpen na het eten van een stuk taart met een kaartje ‘Eet me’ (Alice in Wonderland (2), p.44-45) en Theevisite bij de gekke hoedenmaker (p. 100-101).

Elk verhaal uit de bundel begint met dezelfde tekst: Doe je ogen dicht, wees heel stil en stel je voor dat je die en die/daar en daar  bent/dat en dat doet. Dan zorgt de auteur er voor dat je het verhaal in geleid wordt, bij voorbeeld door iets over de wereld die daarin geschetst wordt te vertellen. Ze pikt er vervolgens iets uit om de meditatie te sturen naar iets wat ze wil bereiken, rust of ontspanning vaak, maar ook een gevoel van veiligheid, vrijheid of blijheid. Langzaam brengt ze je terug naar de ‘gewone wereld’. Om vervolgens met een vaste tekst af te sluiten. In een vette letter staat het resultaat van de meditatie onder de tekst.

Nadeel van de gekozen formule kan zijn dat veel kinderen allerlei sprookjes en ook Alice in Wonderland niet kennen. In de eerste twee Alice-meditaties levert dat misschien wel wat kleine problemen op. Na de beginscène zal het waarschijnlijk wel van een leien dakje gaan, met het vrolijk gekleurde, heerlijk ruikende en inderdaad ook nog erg lekkere drink-mijdrankje. Het drinken daarvan maakt je heel lang en brengt je hoofd in de wolken, een heel prettig, vredig gevoel.

De tweede Alice gaat over het tegenovergestelde: het krimpen na het eten van, in dit geval, een stuk taart. De introductie brengt je waarschijnlijk sneller in de andere wereld dan bij de eerste. Je kunt ook nét een klein deurtje door, avontuur!
Het resultaat is bij de twee Alice-in-Wonderlandmeditaties hetzelfde: ‘Ik ben ontspannen, Ik ben ontspannen’. Voor de tweede Alice in Wonderland, en de vaste meditatie-elementen: zie de afbeelding hieronder.

De meditatie op basis van de Theevisite (‘Stel je voor dat je net als Alice in Wonderland op theevisite bent bij de gekke hoedenmaker’), zal wellicht iets moeizamer gaan. Hierin worden nogal wat personages bekend verondersteld, in formuleringen als ‘de rups is er ook’. We krijgen er trouwens ook de bekende vermenging met Looking-Glass, door de aanwezigheid van Tweedledum en Tweedledee. Maar de feeststemming zal zeker opgepikt worden. Wonderland wordt zonder problemen aangepast voor het goede doel (“Ik ben blij, ik ben blij”), naar een land van eindeloze gezelligheid en vrolijkheid, ‘iedereen is er altijd blij’, ‘de hartenvrouw deelt haar heerlijke gebakjes uit’.

Alice is overal, ze is er dus ook om alle overprikkelde kindertjes van deze wereld momenten van rust te brengen of een kind ontspannen in bed te krijgen. Maar mediteren is uiteraard ook geschikt voor de niet-stuiterballetjes. Leuk voor de Alice-fan:  je (klein)kind, je logeetjes, je groep rustig, ontspannen, blij, of enz. maken met een van je lievelingspersonages! Je hoeft uiteraard niet te blijven plakken aan Alice, er zijn vast andere sprookjespersonages met wie je wat hebt. En na de meditatie, kun je met elkaar aan de praat over het verbeeldingsreisje, bij voorbeeld aan de hand van de vrolijke, echt op jonge kinderen gerichte illustraties. Die overigens niet slaafs de tekst volgen, en, in het geval van Alice, eveneens Wonderland-elementen bekend veronderstellen.

 

De besproken edities:

Anna James: Matilda en de boekdwalers [Pages & Co]. Illustraties Paolo Escobar. Vertaling van Tilly and the bookwanderers (2018) door Sandra C. Hessels. Veltman, Utrecht 2019, 14,99, ISBN 9789048317219
[Anna James: Matilda en de verloren sprookjes [Pages & Co 2]. Illustraties Paolo Escobar. Vertaling van Tilly and the Lost Fairy Tales (2019) door Sandra C. Hessels. Veltman, Utrecht 2019, 14,99, ISBN 9789048318087]
Anna James: Matilda en de verhalenbewaarders [Pages & Co 3]. Illustraties Paolo Escobar. Vertaling van Tilly and the Map of Stories (2020) door Sandra C. Hessels. Veltman, Utrecht 2021, 14,99, ISBN 9789048318155

Scott Reintgen: De held van Fabel. Vertaling van Saving Fable (2021) door Merel Leene. Moon, Amsterdam 2021, 16,99 euro, ISBN9789048858644

Marneta A Viegas: Relax Kids: Sprookjesmeditaties voor kinderen [vertaling van Relax Kids, Aladdin’s Magic Carpet]. AnkHermes, Utrecht 2020 [nieuwe uitgave, oorspr. 2004], 18,50 euro, ISBN 9789020216462