Symposium 2021

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Op 29 oktober vond het jaarlijkse symposium van het Lewis Carroll Genootschap plaats in het pittoreske Zaltbommel, bekend van ‘de brug’, maar toch zeker ook als de geboorteplaats van Fiep Westendorp. Een vruchtbare plek dus, zowel literair als kunstzinnig. Plaats van handeling was de fraaie Gasthuiskapel, waar we werden ontvangen met koffie en een heerlijk taartje.

Na een kort welkomstwoord door Bas Savenije, onze voorzitter, vond de inleiding van Nicolaas Matsier plaats, die in het teken stond van Carrolls gebruik van aanhalingstekens. Hieronder het verslag van Liliane Waanders, dat onlangs verscheen op haar zeer interessante weblog ‘HANTA’.

Ik ging naar… Ja, ik ging inderdaad naar Bommel, maar niet om de brug te zien. Ik ging naar Zaltbommel om te horen wat Nicolaas Matsier te vertellen had over aanhalingstekens. Niet over aanhalingstekens in het algemeen, maar over de manier waarop aanhalingstekens gebruikt worden in de Alice-boeken van Lewis Carroll. Of eigenlijk over wat er van die aanhalingstekens overbleef, nadat hij zijn vertaling van Alice in Wonderland en Through the Looking-Glass and What Alice Found There ingeleverd had.

Nicolaas Matsier handhaafde in zijn vertaling alle aanhalingstekens. Het maakte hem niet uit of er door Alice en de anderen iets gezegd of gedacht werd. Daarmee lapte hij de Nederlandse interpunctieregels rondom aanhalingstekens aan zijn laars, en dat was tegen het zere been van degene die bij de uitgeverij verantwoordelijk was voor het zorgvuldig doorvlooien van het manuscript van zijn vertaling. In het betoog waarmee hij het 5e Lewis Carroll Symposium – georganiseerd door het Lewis Carroll Genootschap – opende, maakte Nicolaas Matsier uitermate aannemelijk dat het de bedoeling van Lewis Carroll was om verwarring te zaaien.

Lewis Carroll laat met name Alice zich op heel veel verschillende manieren uiten. Alice zegt dingen. Ze denkt. Ze denkt dingen hardop. Ze zegt dingen in zichzelf. En in al die gevallen staan er in het origineel aanhalingstekens (maar niet in het manuscript van Alice’s Adventures under Ground). Het is – zeker als je daar door iemand op gewezen wordt – volstrekt duidelijk dat het gebruik van de directe rede, de indirecte rede en de vrije indirecte rede dat extra zichtbaar wordt door het gebruik van aanhalingstekens onderdeel is van het taalspel dat Lewis Carroll speelt.

Die aanhalingstekens stonden er lang ook in de Nederlandse vertalingen, maar ergens tussen de eerste – Lize’s Avonturen in het Wonderland (1875) – en het moment dat de vertaling van Nicolaas Matsier voor het eerst gepubliceerd werd (1989), waren ze dus niet langer nodig/gewenst.
In eerste instantie legde Nicolaas Matsier zich hier bij neer, maar toen ook zijn vertaling voor een herdruk in aanmerking kwam, maakte hij zich sterk voor de aanhalingstekens op die plaatsen waar Alice denkt of iets hardop in zichzelf zegt (wat ook een vorm van denken is), en nu staan ze tot zijn grote tevredenheid weer allemaal in zijn vertaling

Tot zover dit verslag, ga vooral naar HANTA (https://www.hanta.nl/hanta/) voor meer mooie literaire besprekingen.

Daarna volgde er een kort intermezzo onder leiding van Wilma Vlug. Aan de hand van meerkeuzevragen kon je erachter komen wat je lievelingsfiguur uit de Alice-boeken was. Daarna was het tijd voor de lunch, met een flinke tijd om een mooie wandeling door Zaltbommel te maken of om met andere leden te spreken en eventueel ontbrekende boeken aan te schaffen uit het aanbod van verschillende leden.

Na de pauze was er allereerst een wandeling door Oxford aan de hand van foto’s en korte toelichtingen door Judith van den Berg. Zij woonde ruim een half jaar in Oxford dus ze had de tijd om alle bijzondere ‘Carroll-plekken’ te bezoeken en op zich in te laten werken.

Vervolgens hield Casper Schuckink Kool een verhandeling aan de hand van voorbeelden over de grenzeloze fantasie van  antiquaren om een duizelingwekkende vraagprijs te rechtvaardigen in dit geval antiquarische uitgaven van The Hunting of the Snark.

Het was een kort maar hilarisch verhaal onder de titel For the Snark was a Boojum, you see!

 

 

 

 

Ten slotte volgde het hoogtepunt van deze bijeenomst: de presentatie van de facsimile uitgave van de allereerste vertaling in het Nederlands uit 1875. Ons mede-lid Henri Ruizenaar verzorgde de publicatie van deze uitgave en behalve de integrale weergave van deze Nederlandse uitgave, overigens als eerste uitgave ter wereld in kleur, bevat het boek een voorwoord van Bas Savenije en aanvullende artikelen van Henri Ruizenaar en Casper Schuckink Kool. Het is een gelimiteerde, genummerde oplage van 300 exemplaren met Engelse summaries, zodat het ook voor internationale verzamelaars een interessante uitgave is.