Skip to main content Scroll Top

Boekbespreking: Alice. Nieuwe avonturen in Wonderland

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

bespreking van:

Alice. Nieuwe avonturen in Wonderland. Samenstelling en eindredactie Finn Audenaert. Poespa Producties, Gent 2025, 624 p. ISBN 9789083439990, 32 euro
[coverart: Steven Van Hasten]

Poespa Producties is een Gentse uitgever, met als een van drie specialisaties de uitgave van fantastiek. Fantastiek,  fantasy, SF en sprookjesverhalen vind je volop in deze overvolle nieuwe publicatie, een vuistdikke paperback: Alice. Nieuwe avonturen in Wonderland. Met daarin een mengeling van gevestigde auteurs (als Tais Teng, Heleen van den Hooven, Guido Eekhaut, Anna López Dekker, Frank Roger) en schrijvers die alleen nog in eigen beheer of op schrijfforums en fanfiction/fantasysites actief geweest zijn, en beginnende schrijvers. De jongste debutant is 12 jaar, Nora De Baerdemaeker.

Een aantal verhalen heeft al ergens anders gestaan. Zo zijn onder andere de drie bijdragen van Bruno Lowagie (‘Reflectie-Inflectie’, ‘Een kwestie van perspectief’ en ‘De liefde achterna’) al een keer gepubliceerd in het Engels; het verhaal van Tais Teng (‘Vorpalzwaarden en de Zee der Tranen’) vind je ook op edge-zero.com (met een intrigerende illustratie); Johan Klein Hanevelds bijdrage ‘De dodo en de domineeszoon’ is geplaatst op www.historischeverhalen.nl; ‘Een wekkertje voor iedereen’ van Remi Lootens en ‘Gejeremieer’ van Ada Martens op ootwo-magazine.weebly.co. Dat is een site waarop je ook een paar interviews kunt vinden met medewerkers aan de bundel.

Na het motto, het oergeestige ‘statement’ van Alice in het begin van de Disney-film van 1951 ( (If I had a world of my own, everything would be nonsense. Nothing would be what it is because everything would be what it isn’t. And contrariwise, what it is, it wouldn’t be, and what it wouldn’t be, it would. You see?), leidt de samensteller de bundel verhalend in.

We starten deze keer niet met een afdaling in het konijnenhol, maar we gaan de lucht in. Meteen bij het klimmen worden lezer en schrijver 7 jaar, waarmee Audenaert de opdracht van de bundel (‘Voor al wie nog speelt’) inkopt.
De schrijver neemt de lezer mee naar een paar wolken, waar de bekende personages klaar staan voor hun volgende avonturen. Die wolken leveren al gauw een paar woordspelingen op, en ook zijn er al een raadsel en een enorme huilbui, deze keer van Carroll zelf. Op een wolk dichtbij zien we hem, hij belooft het verhaal Through the Clouds, and What Alice Found There die avond meteen op te schrijven.

Daarna start een ware stortvloed aan korte en lange(re) verhalen, een paar gedichten,  enkele raadsels (een paar in verhaalvorm) en een cryptopuzzel. De raadsels en de puzzel zijn van Frank Beckers.
Zoals vaak gebeurt, laat in deze bundel een flink aantal schrijvers Wonderland en Spiegelland lekker door elkaar lopen. De Jabberwock en Humpty Dumpty in Wonderland en het Witte Konijn in Spiegelland, en dergelijke. Soms als metagrapje (zoals in ‘De vrouw met het zwaard’, zie hieronder).
Leuker dan er een paar van de aardig wat zwakkere verhalen aan te wijzen is het noemen van een stelletje echt gelukte of door het onderwerp of door een originele invalshoek interessante bijdragen.

Fantastiek is ‘van alle tijden’. Een verhaal kan in het verleden spelen, in het nu of (heel vaak, ook hier) in de toekomst. En verder is er van alles aan los in de tijd staande varianten op (elementen uit of delen van) het origineel.

‘Nu’
Een leuk voorbeeld van zo’n ‘nu’-verhaaltje is meteen de eerste bijdrage: ‘Reflectie-inflectie’ van Bruno Lowagie. De spiegel is zichzelf niet meer. Via een raadsel weet Alice hem ervan te overtuigen dat hij teveel op de sociale media geweest is.
De spiegel is trouwens populair in deze bundel.
‘De boekhoudersquadrille’ van Peter De Groot is een gezellig verhaaltje over vier pragmatische meiden in en aan zee, die allemaal een danspartner zoeken waar ze ook zakelijk wat aan hebben. Zo neemt Alice een belastinginspecteur mee om onder zeker genot wat kleine financiële overtredinkjes uit te wissen. Ze kussen elkaar alvast vol op de mond.

‘Toen’
Uiteraard vind je treffende voorbeelden van historiserende fantasy. Het aardigst is ‘De dodo en de domineeszoon’ van Johan Klein Haneveld, waarin de ik-figuur Dodgson ontmoet in het Oxford University Museum of Natural History. Er worden een paar grappen gemaakt richting groot en klein, er wordt gesproken over de actuele kwestie van de evolutie. De kernscène is die waarin de twee voor de resten van de dodo staan. De dodo moet wel een nulwaardig beest geweest zijn, stelt de ik-figuur. Nee, dat kan niet, zegt domineeszoon Dodgson, God schiep niets voor niets, dus niets verdwijnt. Hè, de dodo is toch uitgestorven?! Dodgson redt zich er aardig uit.
Een ander, wat traag verteld maar wel origineel verhaal, is  een wat-als: ‘De andere geschiedenis van de wereld’, van Guido Eekhaut. Wat als Dodgson een bepaald boek wel had willen schrijven, maar het uiteindelijk alleen had verteld aan een stel meisjes? Zouden personages daaruit hem nu met enige regelmaat boos opzoeken, omdat ze willen dat hij hen bevrijdt door dat boek wél te schrijven?

Dodgson/Carroll verschijnt nog een paar keer, onder andere met verwijzing naar zijn bij sommigen dubieuze reputatie, zoals in het gezellige verhaaltje van de samensteller: ‘Alice en Skeleton Lode’.  Alice gaat nog een laagje dieper, samen met de hoed van de Hoedenmaker en lost een oud conflict tussen piraten (.omgekeerd praten piraten De)  en indianen op. Ze heeft het wel even moeilijk als Konijn ‘m zomaar smeert:

….en gaat er met een rotvaart vandoor. Alice gelooft haar oren niet. Ze vindt anderen net heel belangrijk. Ze denkt aan haar zus —één snik— aan haar kat Dinah —twee snikken— en zelfs aan de oudere man van twijfelachtig allooi die vaak met haar gaat roeien en haar allerlei verhaaltjes vertelt —een hik en geen snik voor hem. (p. 532)

SF
Logisch bij deze uitgeverij is een flink aantal verhalen dat nadrukkelijk een toekomstige wereld oproept, met, zoals dat hoort, vaak onbegrijpelijke techneutentaal. De enige mogelijkheid (naast natuurlijk zo’n verhaal over je schouder te gooien) hier is je simpelweg over te geven aan het besef van avontuur en de nog altijd herkenbare emoties van de mensen die de auteurs in dit genre kennelijk als onuitroeibaar zien. 
Soms is er relatief weinig ‘Alice’ in zo’n  verhaal, zoals in ‘Alice in Kwamtumland’ van Charles van Wettum. Veel meer dan de naam van een ruimteschip, Cheshire Cat, waarmee Alice versmelt en het beeld dat Alice heeft van de ruimte: haar Wonderland, is het niet. Het speelt  in een zeer verre toekomst, met een zwaar gehandicapt geraakte, zeer geleerde (natuur- en wiskundig genie) Alice en haar eveneens geleerde geliefde Eva.
Gemakkelijker, en geestiger, met nauwelijks technische elementen maar meer leunend op Wonderland, is ‘Verzet is …. zinloos?’ van Anna López Dekker. Twee wetenschappers van een andere planeet hebben op de machine een droom voor Alice, een mens, een soort waar ze op neerkijken, gecreëerd. Ze proberen op allerlei manieren en met allerlei personages (de bekende) Alice van haar stuk te krijgen, tot en met een rechtszaak. Maar dat blijkt verrekte lastig…
Relatief goed te volgen is ook een (qua uitgangspunt originele, maar wel wat lang uitgesponnen) vertelling van Anna Mattaar waarin je de toekomstige toeristenindustrie aan het werk ziet:  ‘Wederwaardigheden van een Kollumer Kat’. Hij zet samen met de Wonderland-techneuten activerende rondleidingen uit voor Bezoekers, in dit geval Alice.
In Jasper Polanes ‘De vrouw met het zwaard’ wordt een volwassen Alice naar Alice in Wonderland in kwantumland gestuurd, met Lewis als programmeur, om samen met de kleine Alice het incestueuze monster in haar kleine-meisjeskamer te verslaan: de Japperwok. Ook Humpty Dumpty komt even langs, weliswaar dus in Wonderland, maar ach. Het ‘vorpalen zwaard’ krijgt een belangrijke rol. Het hele gedicht ‘Japperwokkig’, in de vertaling van Polane, staat onderaan in het verhaal. Weer eentje voor de verzamelaars!

Nog meer Jabberwock
Er is best veel Jabberwock, trouwens, met een hoofdrol voor het vorpalzwaard, een paar keer gehanteerd door Alice.

Bij Tais Teng zit het al in de titel: ‘Vorpalzwaarden en de Zee der Tranen’. Een lang, slim verhaal waarin Alice Liddell, een oudere dame, door de Britse regering via Mycroft Holmes benaderd wordt om met een vertegenwoordiger door de spiegel te stappen om spullen uit Wonderland (als de cake, het flesje en het vorpalzwaard) te gaan halen om daarmee te vijanden van het Britse rijk te verslaan.
In ‘Jibberjabber’van Edward van Egmond doet de Jabberwock, hier en daar behoorlijk poëtisch, aan introspectie. Een meisje is meegekomen met het Witte Konijn, dat door de Jabberwock al lang een irritant personage wordt gevonden. Hij voelt een soort dreiging van het einde, toch valt hij aan. Verstandig? Alice hanteert het vorpalen zwaard….
Ook in ‘Als in een rode droom’ van Marius Vahlkamp doet ze dat, vlak nadat ze door de Rode Koning bijna doodgedroomd is.

Dromen
Het ligt voor de hand dat er een meer verhalen zijn die een droom (een variant op die van Alice vooral) centraal stellen. Een paar voorbeelden.
In ‘Een straatkat uit Cheshire’ (leuke titel) van Marleen Oosterbaan is het niet Alice, maar zijn het twee hongerige jongens die apart en samen een soort Wonderland-droom beleven, geleund tegen de ramen van een Subway, waar ze eten hoopten te vinden in de afvalcontainers.
Ruben De Baerdemaeker geeft in ‘Auditie’ de actrice Alice, die net geauditeerd heeft voor ‘De kleine zeemeermin’, een geinige droom. Daarin figureren twee meisjes, een niet-pedofiel die hen ook niet bespiedt, en twee over grammatica en denken zeurende mannen aan een theetafel.

Andere vondsten
‘De Ekster en de marmelade’ van Pam Hage is een wel wat lang maar hier en daar geestig verhaal met als heel origineel uitgangspunt de (bijna) lege pot marmelade die Alice op haar val het konijnenhol in terugzet. Dat blijkt voor de deur van de Ekster te zijn, die haar achterna vliegt. In Wonderland komt ze steeds net te laat, Alice is al geweest, bij voorbeeld aan de tafel van de theevisite (wat hier weer varianten op de (logica)grappen oplevert. Ekster geeft niet op en wordt beloond.
Nel Goudriaan levert met ‘Het avontuur van Konijn en Haas’ een goed vertelde fabel over de tijd, aan de hand van de twee gehaaste Wonderland-personages. Dankzij de Rups en de Kat leren ze een les over de tijd.

Dit is meer een ‘vondst’: ‘Wat mij toch ter (enorme) ore kwam!’ door Eveline van Dienst. Een poging een verhaal te schrijven over iemand (die ineens bij iedereen grote oren en ogen ziet) met het Alice-in-Wonderlandsyndroom. Die iemand, de ik-figuur, krijgt deze diagnose gratis en voor niets van  de kassière van de plaatselijke super. Dat de auteur dit serieus neemt, laat ze zien door onderaan het verhaal een link naar informatie over het syndroom te zetten.

De liefde en de Hartenkoningin
Als het om de liefde gaat, vinden Alice en de Hoedenmaker elkaar soms in deze bundel (populair sinds de Tim-Burton-film van 2010). Voor de liefhebbers is er zelfs een heus mini-liefdesromannetje, geheel opgetrokken uit de erbij horende clichés en gekende Wonderlandnamen en -situaties: ‘Een hart voor bloemen’ van Ellen Kusters. Een verhaal dat ook in Alice-fantasy  bekende motieven gebruikt: Alice die als tiener haar ouders bij een verkeersongeluk verliest en de verliefdheid Alice-Hoedenmaker, hier Mats geheten.

Maar, opvallend: een paar keer zijn of worden Alice en het Witte Konijn geliefden. Het ontroert de Hartenkoningin, in het verder wat voortkabbelende  ‘Spelevaren op de Sillas en de Celadon’ van  Ada Martens. In een aantal verhalen heeft ze de van haar bekende rol, maar hier is ze eens een keertje gewoon een best vriendelijk mens. Voor de vorm roept ze wel nu en ‘Kop eraf’, maar ze doet dat tamelijk nonchalant.
‘Voor de rode spiegel’ van Paula Sheperd en Maarten Luikhoven is in koninginnenopzicht het meest interessant. Een introspectieve (Rode) Koningin, met de kenmerken van de Hartenkoningin, heerseres over het schaakbord, een uitgestrekt rijk, staat voor de spiegel en peinst, in een feitelijk zwak moment. Wie ben ik, als niemand kijkt?, bij voorbeeld. En ook: ‘Alice, altijd Alice’, die weigert een pion te zijn. Zou ze eigenlijk niet ook zo willen zijn, zo vrij, zo eigen? Wie weet, het is een mogelijkheid…..

Lekker keten
Een paar echte nonsensverhalen, de eerste twee hieronder, behoren tot mijn favorieten. Niet alleen omdat ze echt een gekke wereld oproepen, maar ook doordat ze dat lekker laconiek doen, ook in de afronding.

Remi Lootens laat in ‘Een wekkertje voor iedereen’ Alice door de Rode Koningin (die haar kwijt wil, ze is niet zo aardig deze keer) op de trein zetten, die van Spiegelland. Volgt een heerlijk absurd verhaaltje met een paar bekenden: een Geit, een Kever, een Man in het Wit en de Kaartjesknipper. En ook een Bandersnatch, de jaloerse echtgenote van de Kaartjesknipper. Hoe het afloopt? In ieder geval met een erg geestige slotzin: ‘That’s the spirit!’ sloot de Kever alweer een ongelofelijk avontuur van Alice af.
Ook ‘De allervreemdste manier om aan je einde te komen’ van Thomas de Vries is een lekker keetverhaal. Eentje waarin Alice tijdens het oppassen op het kindvarkentje Hatta sterft in de keel van de Chesire Kat, die zelf ook sterft. De Gravin komt thuis, samen met de Koningin, en vindt hen.
In ‘Hump of dump?’ van Marius Vahlkamp oefenen en spelen twee acteurs, Alice en HumpDump, een scène van de film ‘Western in Wonderland’. Met als kern HD’s  beroemde zin ‘Elk woord betekent wat ik wil dat het betekent’.

Alles bij elkaar
Een zeer afwisselende verzameling vertellingen, met allerlei varianten op en herkenningen van geliefde personages en scènes uit de twee Alice-boeken. Soms is het lijntje naar de Alice-verhalen vrij dun. Veel van je waardering zal afhangen van wat er gedaan wordt met je favoriete personage. De bekendste personages krijgen veel aandacht: Alice, het Witte Konijn, De Hartenkoningin en de Jabberwock. Ook Carroll/Dodgson komt een paar keer langs. De Hoedenmaker is in deze bundel niet uitbundig aanwezig, wat ook geldt voor Humpty Dumpty en de Tweedles.

Het nawerk
Op p. 571 start het met wat ik dan meer even het nawerk noem met ‘Logica in Wonderland’ (uit 2010, maar geactualiseerd, met leestips), van de hand van Jean Paul Van Bendegem.
Daarna is er een stuk van Patrick Van de Wiele over de song ‘White Rabbit’ van Jefferson Airplane, met de ontstaans- en covergeschiedenis daarvan. Overigens vind je ook nog wat verwijzingen naar deze song in het aardige toekomstverhaal ‘Konijnenjacht’ van Beck Palmas.

Finn Audenaert schreef, naast dus de inleiding, en drie verhalen, zelf de teksten van drie informatieve stukken: ‘De ware geschiedenis van Wonderland’, met daarin de ontstaansgeschiedenis’ van de verschillende Alice-boeken en het manuscript, een wat willekeurig aantal parodieën en illustratoren en een lofzang op The Annotated Alice van Martin Gardner. Een ‘Biografie van Alice Pleasance Liddell’ (de zogenoemde echte Alice), waarin aandacht voor de breuk tussen Carroll en het gezin Liddell, de speciale vriendschappen van hem met meisjes, en zijn (naakt)foto’s. Met als derde twee pagina’s ‘Biografie van Charles Lutwidge Dodgson’. Hoewel adequaat is dubieus daarin de stelling dat Carrolls tweede Alice-boek het gevolg zou zijn van een ontmoeting met een zekere Alice Raikes. Dat meisje ontmoette hij namelijk pas toen hij Spiegelland al bijna afhad. (Met dank aan Bas Savenije die dit voor me nakeek in: The Story of Alice van Robert Douglas-Fairhurst. London: Harvill Secker, 2015, p. 197/8).

Volgt een flink aantal pagina’s met biografietjes van de medewerkers, voorafgegaan door een geestig motto: ‘we’re alle mad here’.
Ten slotte is er aandacht voor de illustrator van de cover, Steven Van Hasten. Na een biografietje en een typering van zijn werk krijg je een aantal voorstudies van de covertekening.
Hiernaast zie je één van de 8:

Voor welk publiek?
Ik vermoed dat dit boek vooral zal circuleren binnen een volwassenenpubliek. Voor de young-adults is het waarschijnlijk niet aantrekkelijk genoeg. Van de belangrijkste kenmerken van YA-fantasy: aandacht voor identiteit en groeien naar een plek in de wereld, het oproepen van parallelle werelden, en de duistere kanten daarvan, met vaak enige maatschappijkritiek, is hier nauwelijks sprake. Het gaat hier redelijk vaak om verhalen met een volwassen insteek, met ook vaak volwassen hoofdpersonages. Soms zelfs met van die slappe pikanterietjes, die sowieso niet boeiend zijn.
Een heel actueel thema binnen YA, genderidentiteit, komt nagenoeg niet aan de orde. Er is één keer sprake van een lesbische relatie (in ‘Alice in Kwantumland’) en in ‘Spiegelland … Hoe het verder ging’ van José Vandenbroucke zwaait het Witte Konijn een keertje jolig met een LHBTQIA+-regenboogvlag (maar verder hoopt hij vooral dat Alice zich ontbloot).

Is er sprake van een teveel?
In zekere zin wel. Het is heel veel tekst zonder illustraties behalve dan die helemaal aan het eind. Wellicht hadden er een paar van de voorstudies of andere tekeningen van Van Hasten tussen de teksten gekund. Aan de andere kant: het is nu een kans voor veel, vooral de onbekendere auteurs iets van hun werk te tonen en je kunt het bezwaar ondervangen door het boek lekker in etappes tot je te nemen, als koffietafelboek-zonder-plaatjes. Het heeft er wel toe geleid dat het niveau onmogelijk de hele tijd hoog kon zijn. Heel sterke en/of originele verhalen worden afgewisseld met vrij zwakke of totaal mislukte, dat moet je voor lief nemen bij zo’n dikke bundel. Dat zijn dan vooral teksten die te veel hun best doen expliciete verwijzingen meteen aan het begin te zetten of te erg uit zijn op woordspel. Hier en daar kráakt een verhaal van het verzinnen.
De nawerkstukken zijn kort gehouden, maar interessant genoeg. Met een paar thema’s en  kennismaking met Lewis Carroll.

Hieronder zie je de rug van de ‘baksteen’:

Op 20 september zullen Finn Audenaert en Ruben de Baerdemaeker het boek presenteren op het symposium van het Lewis Carroll Genootschap, zie in de rubriek ‘A Mad Tea-Party’ van dit nummer.