
Bespreking van:
Alice in Wonderland: a Musical Dream Play
Book and Lyrics by Lewis Carroll and Henry Savile Clarke,
with music by Walter Slaughter
Edited with an Introduction and Annotations by Matthew Demakos,
with the assistence of Catherine Richards
Stuffing the Teapot Press, Chatham 2025
164 p., 34,49 euro,
ISBN 9798195957544 [te bestellen via Amazone]
Binnen een jaar na Clare Imholtz’ Lewis Carroll and Alice on Stage: The Saville Clarke Letters (2025), over en met de geannoteerde brieven van Carroll aan de dramaturg/regisseur [1], verschijnt er nog een boek over de Alice-in-Wonderland-operetta. Het betreft deze keer een geannoteerde uitgave van het libretto. Beter gezegd: een verantwoorde synthese van de vier libretto’s die er verschenen zijn. Met in de annotaties evenveel aandacht voor de tekst als voor de muziek. Immers: zonder kennis van de tekst is de muziek niet te begrijpen en zonder kennis van de muziek zou je aardig wat missen van wat er nu precies gebeurt op het toneel. [2]
Matthew Demakos is al een poosje bezig met dit project. Op de site https://lewiscarrollresources.net/ van Mark en Catherine Richards kun je, onder de knop ‘Savile Clark Stage Alices’ een paar prachtige, enthousiasmerende lezingen van hem aanklikken, waarin hij toelichting geeft op de muziekscore van de operetta.
Wellicht het op twee na beste Alice-boek van Carroll
Demakos begint met een fraai statement. Hij noemt Carroll als eerste auteur, maar dat is ook een kwestie van alfabet. Maar liefst 95% van de dialoog in het Dream Play komt letterlijk uit de twee Alice-boeken. Heel verstandig van dramaturg en regisseur Clarke: het publiek herkende die. Hier en daar heeft hij een tekstje toegevoegd om een scène iets te verduidelijken of om een overgang mogelijk te maken. Verder is de helft van de 22 liedjes door Carroll geschreven, genoeg reden dus!
Tot groot verdriet van Demakos is het al een eeuw geleden dat er een opvoering van het stuk was, en dat terwijl het lange tijd enorm populair was: in 1886 161 opvoeringen, in 1888 (de reprisereeks) 40 keer. In 1898 128 maal, in 1900 nog eens over de 160. Vanaf dat jaar, op drie jaar na, is het altijd gespeeld in de kerstperiode. Tot 1926, toen viel het stil. Zonder dat er melodieën zijn blijven hangen, trouwens.
Hoog tijd, vindt Demakos, dat deze Alice ontwaakt, om met de begin- en eindsituatie van het Dream Play te spreken. Hij draagt het boek dan ook op aan hen die een volwaardige/degelijke uitvoering willen gaan produceren van Alice in Wonderland: A Musical Dream Play in de 21e eeuw.
Opfrissing
Nog even wat feiten om er (weer) in te komen.
De start was, volgens Carroll, een brief aan hem van Henry Savile Clarke (zie afb. hiernaast), augustus 1886, met de vraag of hij de Alice-boeken zou mogen opvoeren als operetta. Carroll ging snel akkoord, met maar weinig voorwaarden. De belangrijkste: geen onvertogen toestanden! En: geen vermenging van de twee boeken. Dat laatste was voor Clarke pittig, dramaturgen willen altijd vrijheid van handelen op zo’n punt (ook later werden de boeken voortdurend gemixt). Maar hij ging akkoord: Wonderland (Act I) voor de pauze, Spiegelland (Act II) erna. Wel zorgde hij voor een ander slot van Wonderland, zodat Alice ‘kon blijven slapen’, hij liet haar pas wakker worden aan het eind van Act II. Ook nam Clarke Carrolls wens over naast kinderen volwassen acteurs in te zetten.


Vier maanden later al ging het stuk in première, uiteraard in de kersttijd, in het Prince of Wales Theatre. Carroll bezocht de voorstelling pas op de 30e december, de 6e opvoering. Hij zat, meestal vergezeld van een of meer vriendinnen, graag op de eerste rij van het eerste balkon. Hiernaast zie je wat een mooie plek dat was.
Een paar dagen later spreken Carroll en Clarke elkaar. Carroll heeft gelezen en gezien dat de Carpenter/Walrus-scène niet goed afgerond wordt, en er een nieuw einde voor geschreven, met daarin een optreden van drie oestergeesten die wraak nemen op de Walrus en de Timmerman. Hij redde daarmee niet alleen deze scène, maar dankzij een van de kindacteurs en de geinige dansmuziek werd het zelfs een van de hoogtepunten.
Het libretto
Carroll was verantwoordelijk voor titel en ondertitel. Clarke selecteerde, en liet een aantal scènes weg, nagenoeg altijd om redenen van allerlei (meest technische) uitdagingen. In Act I missen we de afdaling in het konijnenhol, het groter en kleiner worden, de verkiezingsrace (geen Dodo dus) en het partijtje croquet. Scène 1 toont Alice in slaap, leunend tegen een boom, in Scène 2 hebben we de ontmoeting met de Rups. Hij voegde wel een paar songs toe. In Act II ontbreekt de ontmoeting met de Witte Ridder, en dus ook diens lange gedicht ‘A-Sitting on a Gate’. Nu ja, er is wel een Witte Ridder, maar die heeft teksten van de Rode, een verandering van Clarke, waarmee beide personages sprekende rollen konden krijgen.

De cover van het libretto (hierboven afgebeeld is het 4e, van de reprise uit 1888) laat een iets grotere letter zien voor de naam van Carroll dan voor die van Clarke en de componist Walter Slaughter, en eert ook, met een illustratie van het Witte Konijn, de oorspronkelijke illustrator. Tijdens de provincietour was er regelmatig geen libretto te koop, tot grote ergernis van Carroll.
Vanaf het begin bestookte Carroll Clarke met voorstellen tot verbetering en (later) met voorstellen tot veranderingen en nieuwigheden. Carroll achtte dat laatste noodzakelijk in 1888: als je nog eens ging, moest je weer van andere dingen kunnen genieten. Demakos eindigt zijn boek liefdevol met een citaat van Carroll hierover:
If I were the author of an “Alice” play, I should reproduce it,
regularly, every Xmas. And people should ask each other “Well, what is the new “Alice” like, this time?
[uit een brief aan Clarke van 12 februari 1889, met de van Carroll bekende beklemtoning hier en daar]
Er zijn vier versies van het libretto, het originele, twee keer een gereviseerde versie en een vierde voor de reprise in 1888 (zie afb. hierboven).
Dan is er ook nog een zogeheten ‘prompt’- libretto, met rechts de tekst van de operetta en op de blanco gehouden linkerpagina’s allerlei aantekeningen voor de souffleurs en de toneelmensen. Over opkomsten, de start van de muziek, entreacten, kostuumwisselingen, etc., een belangrijke extra bron dus.
De muziekscore
Het is bijzonder handig dat Demakos met deze geannoteerde versie allerlei zaken lekker bij elkaar heeft gezet. Vooral dankzij de vele aanwijzingen uit de recensies (voornamelijk dankzij het verzamelwerk van Catherine Richards) krijgen we een veel beter beeld van wat er allemaal op het toneel gebeurt.
Maar spectaculair is deze uitgave in elk geval door de met veel kennis van zaken gebrachte aandacht voor de muziek.
Er is hier sprake van veel variatie: grote koren, snelle liedjes, zoete deuntjes, een mars, een gavotte, hier en daar een romantische song, dansjes, instrumentele mopjes en zelfs exotisch klinkende muziek die landen-ver-weg suggereren. Let wel: het mag dan een operetta voor kinderen zijn, de muziek is op hoog niveau en werd even belangrijk gevonden als die voor een strikt volwassen publiek.
Het interessantste is eigenlijk: wat je niet weet. Hoe snel moest er gespeeld worden, hoe dienden de strijkers de snaren te beroeren, wat gebéurde er tijdens de muziek, hoe bewogen de personages, wat speelde zich af tijdens de tussenstukken/overgangen waarin muziek was? Veel zaken die onmogelijk af te leiden zijn uit alleen het libretto.
Er is geen volledige partituur bewaard gebleven. Er zijn alleen twee zogenoemde short scores (de tweede gebaseerd op de eerste), te vergelijken met de op zich volledige partituur voor piano en zang die pas in 1906 gepubliceerd werd. Na de dood van Carroll dus. Hij heeft een paar keer geprobeerd de muziek gepubliceerd te krijgen, vergeefs.
De dirigent had dus niet de helemaal uitgeschreven partituur, zo’n dik boek, voor zich liggen zoals je dat ziet bij concerten, waarin alle partijen bij elkaar uitgeschreven staan. Wel zijn er bladen met de muziek voor de afzonderlijke instrumenten. Demakos nam de taak op zich deze full score dan maar zelf te fabriceren, en daarna ook te interpreteren: snelheid, nadruk, stemming, hoe aangepakt op het instrument, etc. Het orkest zal wel bestaan hebben uit zo’n 26 spelers: twee groepen blazers, een volledige strijkerssectie en twee percussionisten.

De componist Walter Slaughter
gravure, naar een foto van J.H. Soper
De annotaties
De annotaties zijn voornamelijk gebaseerd op de producties tijdens Carrolls leven, en nog een beetje op de producties uit 1898 en 1900. Er bleek enorm veel informatie te vinden, met als basis vijf bronnen: de brieven van Carroll aan Clarke; de flinke hoeveelheid besprekingen van en artikelen over de operetta; de twee dirigentenpartituren, die Demakos kon bestuderen in The Nationale Library of Australia, de vier libretto’s (en dan vooral de verschillen daartussen) en het promptboek); en de libretto’s gelegd naast de twee Alice-boeken.
Soms gebruikt Demakos ook Carrolls dagboek, bij voorbeeld als Carroll kritiek uit op drie volwassen actrices, iets wat hij niet in het openbaar deed.
De annotaties zorgen ervoor dat je het libretto veel zorgvuldiger gaat lezen en ook dat je echt een goed beeld krijgt van wat er allemaal op het toneel gebeurt. Oftewel: de voorstelling komt tot leven. Als de Hertogin de varkensbaby richting coulissen gooit (in plaats van naar Alice, zoals in het boek) onder de kreet: “Here catch!” maakt Demakos een en ander nog geestiger en smakelijker door informatie te geven uit een recensie: de zaal lacht én gilt, hier en daar ook van ontzetting.
Uit de recensies blijkt ook dat de Mars van de Kaarten in Act I een groot succes was, maar de Gavotte daarna nog veel meer. Encores alom. Demakos legt ook nog even uit wat een gavotte is.
In Scène 2 van Act II van de revivalreeks valt de Witte Koning achterover, met zijn voeten richting publiek. Carroll ziet het op 3 januari gebeuren….Meteen een brief naar Clarke: dat hadden ze niet afgesproken! Clarke regelt deze ‘King business’ vervolgens afdoende.
Elke kolom van het libretto heeft een kolom aantekeningen, in de kleine letter van noten, met zeer diverse informatie, uit verschillende bronnen.
Side bars en blauwe pagina’s
Met enige regelmaat (12 keer) wordt het libretto ‘onderbroken’ met wat Demakos noemt een side bar, een zijbalk, te vertalen met ‘een uitgebreid terzijde’, op wollig-lichtbruin gekleurd papier, of een op blauw papier gedrukte toelichting op een muzikale passage (ook 12 keer).
In de side bars geeft Demakos allerlei informatie die teveel ruimte zou innemen in de annotaties. Zo tref je een pagina aan over de het kostuumdesign, de Mad Tea Party (de meest gefotografeerde scène) en The Prince of Wales Theatre, over de plek waar de muziekscore bewaard wordt en het gedurfde, poëtische slot van het stuk. Carroll vond het te traag, maar Clarke, die zich gesteund wist door verschillende, enthousiaste critici. hield z’n poot stijf.
De leukste blauwe pagina’s zijn die over de start van de operetta (“Sleep, Alice, sleep’), die over de toegevoegde oesterscène (“The Oyster’s Hornpipe”) en die over het slot (“Drink to our Alice”) waarin Demakos uiterst gedetailleerd, en bijna per instrument, vertelt wat er gebeurt.
Demakos danst haast van vreugde op de eerste pagina’s hier (zie ook de video’s/youtube-filmpjes). Startbeeld is een tegen een boom zittende, slapende Alice, die wakker gemaakt dient te worden door een stelletjes fairies. Ze lijken aanvankelijk kwaad in de zin te hebben, en de muziek ondersteunt dit, de kinderen in de zaal huiveren….Maar al snel worden dans en muziek liefjes. Echt een geintje om de zaal even op het verkeerde been te zetten. Dankzij een illustratie in één van de recensies zien we ook wat de muziek hier nog meer laat horen: een soort van wakker tikken van Alice.
De Oester-scène werd een enorme hit, door de populariteit van de hornpipe maar ook door de vertederende, frisse actrice die hier danste. Carroll had ook graag nog een oesterkoningin op het toneel gezien, maar Clarke had wel door dat het hem vooral ging om een vriendin aan een rol te helpen, en ging er niet op in.
(p. 100)
Er zijn ook fijne opmerkingen bij kleine stukjes muziek waarbij Demakos reconstrueert wat ze begeleiden. Overtuigend vult hij ze in. Na het fraaie ‘Lied van de beul’ klinkt nog wat instrumentale muziek: hier lopen de beul en de koning vast en zeker wat lullig te zoeken naar waar het hoofd van Cheshire, dat er af moet, is (je hoort o.a. hoorns, er wordt immers jacht op iets gemaakt!); of: hier huppelen de Hoedenmaker en de Maartse Haas binnen met de theetafel. Uit de recensies weten we dat de slapende Slaapmuis erop ligt. Ook geinig: de muziek die het lopen van de Nepschildpad laat horen: hoog-lang, en dan kort: plof.
In het algemeen schrijft Demakos best toegankelijk op deze muziekterzijdes, volgens de aan zichzelf in het Voorwoord gegeven opdracht ‘…..striven to make the musical commentary understandable contextually to even those who do not read or are not well-versed in musical terminology’. Slecht een enkele keer laat hij zich in zijn enthousiasme een beetje verleiden tot jargon.

De appendixen
Jawel, bijna klassiek Noord-Amerikaans te noemen: je bent al verwend met een hoop informatie, maar daarna komen nog graag een stelletje appendixen. Je kunt die overslaan, is dan de met valse bescheidenheid gebrachte, geinige gedachte. Maar ze zitten propvol fantastisch materiaal.
De eerste gaat over het veranderde slot in de reprise van 1888. Het lied ‘To the Looking-Glass World’ werd vervangen door ‘Sound the Festal Trumpets’. Dit kan om muzikale redenen gebeurd zijn, maar wellicht (tegelijk) ook om Carroll te plezieren, die hield van veranderingen (zie hierboven).
Appendix the Second levert een lied dat de plaats kan innemen van ‘The Waits’ voor regisseurs die, als ze buiten de kerstperiode spelen, liever niet een kerstlied gebruiken.
Appendix the Third houdt zich bezig met latere toevoegingen (voor de productie uit 1900 en later) van Slaughter.
Appendix the Fourth ten slotte levert een schitterend, uitgebreid overzicht van de producties tot en met 1926. Gelardeerd met een flink aantal foto’s van spelers, vooral Alices. Met hier en daar iets echt curieus’, zoals een foto waarop Slaughters dochter te zien is als dirigente in de 1909-productie of foto’s van optredens van een oesterkoningin, die zelfs een eigen side bar krijgt, Kreeg Carroll toch nog z’n zin (zie boven).

oesterkoningin Vera Clarke, in een productie uit 1915
Ten slotte
Alles bij elkaar: een handige, gedeeltelijke samenvatting van wat we al (hadden kunnen) weten over de operetta, maar ook een zeer rijke aanvulling daarop. Het boek laat ook zien wat het nut is van gedegen verzamelen en documenteren: nieuw onderzoek leunt op ouder onderzoek en zo komen ‘we’ steeds verder. Het materiaal lag er, maar was nog niet eerder op deze effectieve manier gebruikt.
Dat iemand zich nu ook grondig op de muziek gestort heeft, levert veel kennis op over de voorstelling, over hoe een componist bezig bleef met zijn werk, hoe de muziek scènes en woorden begeleidt en maakt uiteindelijk een nieuwe opvoering mogelijk waarbij de dirigent de beschikking heeft over een full score.
Maar ik vermoed dat de regisseur daarvan meteen aan het adapteren slaat.
De editie
Het stevige boek, net iets kleiner dan een A4, is om nog een andere reden aantrekkelijk: het is overvloedig geïllustreerd.
Voor- en achterplat hebben een kleurrijke Hoedenmaker onder een theatergordijn (achterop zien we hem op de rug!). Wellicht is hij Demakos’ lievelingspersonage, misschien wil Demakos erop wijzen dat de Tea Party in de besprekingen relatief veel aandacht kreeg en ook het meest gefotografeerd werd. De Hoedenmaker was verder een voor acteurs aantrekkelijke, opvallende rol. De tegen een boom leunende, dromende Alice moet het doen met een klein zwartwitje.
Noten
[1] Besproken in het januarinummer van de Phlizz van dit jaar, zie:
https://lewiscarrollgenootschap.nl/alice-op-het-toneel-van-henri-savile-clarke/
[2] Voor je verder hier verdergaat, zou je je kunnen warmdraaien met een bezoek aan de onvolprezen site van Catherine en Mark Richards, lewiscarrollrecources, wel met het gezellige risico dat je, zoals Alice, steeds dieper het konijnenhol induikt. Klik op deze link en er wacht je een schat aan informatie: https://lewiscarrollresources.net/savileclarke/index.html Het meeste is bij elkaar gebracht door Catherine.

