Het was in 1971 in het college logica dat prof. Hubbeling ons aanraadde om het boek Alice in Wonderland te lezen. Lewis Carroll is Charles Lutwidge Dodgson die mathematica doceerde in Oxford, vertelde hij. Ik kocht het boek in de vertaling van C. Reedijk en Alfred Kossmann en herinnerde mij Klaas Stavinga, de zondagsschoolleider in Spijk die ons bijbelverhalen vertelde en ook voorlas uit Oliver Twist en uit Alice in Wonderland.
In het voorjaar van 2024 vroeg uitgever Dick Ronner[1] mij of ik Alice in Wonderland in het Gronings wilde vertalen. Ik ben die uitdaging graag aangegaan, want vertalen begint al heel vroeg in het leven van een Gronings sprekend kind.
In het Nieuwsblad van het Noorden stond het stripverhaal Panda. Mijn moeder las mij dat voor, en aan de drie plaatjes naast elkaar kon ik volgen wat zij las.
Maar ik wilde zelf ook graag lezen. Daarom kocht mijn moeder het boek Ik leer thuis lezen.
En daar begon ook het vertalen. Wonderlijk dat boom, fiets, wip, mus, schelp, reus en muur in het Nederlands van het boek net zo klonken als bij ons thuis in het Gronings, maar pijp, ton, zeep, jas en duiven klinkt net even anders dan piep, tön, zaip, jes en doeven.
Zo ontstond heel vroeg de gedachte dat je bij vertalen het ene woord in een bepaalde taal vervangt door een ander woord in een andere taal:
Once or twice she had peeped into the book=
Ain of twee keer haar ze gekeken in t bouk.
Deze methode van de woord-voor-woord vertaling, is geliefd bij sommige bijbelvertalers. Het heet ideolect (concordant) vertalen, en vooral het Oude Testament klinkt in het Nederlands dan bijna net zo welluidend als het oude Hebreeuws. De Statenvertaling is daar een mooi voorbeeld van: ik hef mijn ogen op naar de bergen.


Later leerde ik dat je zin voor zin moet vertalen, dynamisch-equivalent[2] Eerst de hele zin lezen, je er een voorstelling van maken en dan nagaan: hoe zeg je dat in het Gronings:
Once or twice she had peeped into the book=
Ze haar aal n moal of wat ien t bouk keken, (aal toevoegen) of:
Ze haar aal n poar moal ien t bouk keken.
Ik heb gekozen voor: n poar moal, omdat n moal of wat misschien toch wat vaker is dan once or twice.
Er komen in Alice in Wonderland soms lange zinnen voor. Die heb ik in het Gronings ook vertaald in lange zinnen. Maar als dat een constructie oplevert die in het Gronings heel gekunsteld is, ben ik te werk gegaan zoals ik heb opgedaan bij het vertalen van de Romeinenbrief van de apostel Paulus: een lange zin in stukken knippen.
De eerste zin in het boek bestaat uit 58 woorden die samen één lange zin vormen. In mijn vertaling zijn het 60 woorden geworden, maar die vormen samen vijf zinnen. En toch, als het enigszins mogelijk was, heb ik lange zinnen intact gelaten.
In het verhaal komen veel woordspelingen voor. Noamoakschildpad vertelt wat hij zo al moest leren op school. Hij telt de theorievakken af op zien vinnen, Mysterie, Zeografie en Taimeln. Deze woordspelingen kon ik lettelijk vertalen: mysterie is een woordspeling met historie, zeografie is een woordspeling met geografie en taimeln met taiken. Maar vaak lukte dat niet.
Overigens zijn alle woordspelingen onder aan de bladzijde verklaard in een voetnoot.
Net als sommige Groninger woorden in een voetnoot vertaald zijn in het Nederlands.
Een laatste opmerking betreft de verzen/liedjes die in het boek voorkomen.
Ook daar geldt het dat je niet woord voor woord moet vertalen, maar hele zinnen.
Liedjes hebben meestal een bepaald schema waarmee woorden aan het eind van de zin op elkaar rijmen.
Ik heb in alle gedichten het oorspronkelijk rijmschema kunnen handhaven.
In Alice in Wonderland komen dieren voor zoals het Witte Konijn, Hond en Kat; fabeldieren zoals Schorpioen. Een wezen dat toelichting krijgt in een voetnoot, is Noamoakschildpad.
Turtle soup= schildpadsoep. Het werd getrokken van de groene zeeschildpad. In de tijd van Lewis Carroll was de groene zeeschildpad al zo zeldzaam dat men een alternatief vond in een kalfskop. De soep wordt mock turtle soup genoemd.
Ik heb er lang over gedaan om te beslissen hoe ik dat mock zou vertalen: surrogoat, imitoatie. Ik heb gekozen voor het eenvoudige noamoak, noamaak schildpadsoep.
Het is dus noamoak-soep. Maar Lewis Carroll heeft zich een noamoak-schildpad voorgesteld. Het fantasiedier heeft op de tekening van John Tenniel het lijf van een schildpad, de kop en de achterpoten van een kalf.Ten slotte: er komen prachtige redeneringen voor, die je zo maar kunt tegenkomen in een ander boek. Zo las ik in Verbondenheid en Bezinning, mediteren langs het Ziltepad op blz. 52:Alice kwam bij een splitsing. En dan volgt er een korte samenvatting van het gesprek:
‘Welke weg moet ik nemen?’ vroeg ze.
‘Waar wil je heen?’ antwoordde de Cheshire-kat.
‘Dat weet ik niet’, zei Alice.
‘Dan doet het er niet toe’, zei de kat.
Het hele gesprek luidt:
‘Cheshire Poes’, zee ze bekwiemkes, omdat ze hail nait wis of e van dij noam hil: mor hai knees mit bek wied open. ‘Nou, tot dusver bevaalt hom t’, dochde Alies en ze zee nog: ‘Zol ie mie astjeblieft zeggen kinnen, welke kaant ik oet mout om hier vandoan te komen?’
‘Dat hangt veur n groot dail òf van woarstoe noar tou wils’, zee Kat.
t Moakt mie nait oet woarhìn – ‘zee Alies.
‘Din kin t ook niks schelen welke kaant ofstoe oet gaais’, zee Kat.
‘- zo laank as k mor woaraarns oet kom’, zee Alies der nog as toulichten bie.
‘O, doe koms zeker woaraarns,’zee Kat, ‘astoe mor laank genogt lops.’
Alies besefte dat dit nait te ontkennen vil.
Ik heb Alies ien Wonderlaand vertaald uit Lewis Carroll, Alice’s Adventures in Wonderland & Through the Looking Glass, edited by Martin Gardner. Middlesex, England, reprinted 1971.
noten
[1] Uitgeverij Vliedorp, Houwerzijl.
[2] Eugene A. Nida. Toward a science of translating. Leiden 1964.
K.G. Pieterman (*1944) in Niekerk De Marne, is predikant in de PKN, was docent Nederlands en leider van het vertaalproject Biebel ien t Grunnegers. Hij vertaalde Numeri, Brieven aan Lucilius, Ode an die Freude en Le petit prince in het Gronings en Le petit prince in het Nederlands in een bilinguale uitgave.

