Skip to main content Scroll Top

Curieuze Carrollachtige – adepten/verwijzingen XVIII

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Als je, net als ik, al geruime tijd Carroll gerelateerde boeken, geschriften, brochures en pamfletten verzamelt, kom je soms vreemde dingen tegen. De ene keer bestaat er een (zeer) verre verwantschap met Alice en/of Lewis Carroll, de andere keer ligt die verwantschap meer voor de hand. Onder het kopje “Curieuze Carrollachtige adepten/verwijzingen” licht ik er in Phlizz een aantal van uit die in Nederland zijn verschenen.

Een droeve levensschets

Eind 2000 verschijnt het boek Alles in de wind ter gelegenheid van de toekenning van de Thérèse van Duyl-Schwartze-prijs aan Emo Verkerk. Het uitgangspunt van dit boek zijn zeventig door Verkerk geschilderde portretten van Grote Cultuurdragers uit Binnen-en Buitenland. Deze portretten waren ook in die tijd in een tentoonstelling in het Fries Museum te Leeuwarden te zien. Verkerk heeft vervolgens Martin van Amerongen uitgenodigd om bij elke naam van het portret zijn kijk op de naam vrij in te kleuren, waardoor een soort dubbelportret van elke grote cultuurdrager in het boek is ontstaan. Het boek is uitgegeven door uitgeverij Mets & Schilt te Amsterdam.

Eerst twee korte schetsen van beide betrokkenen bij dit boek:

Emo Verkerk
Schilder, tekenaar en beeldhouwer Emo Verkerk (Amsterdam, 1955) is een van de belangrijkste Nederlandse kunstenaars van de afgelopen decennia. Hij is vooral bekend geworden met zijn geschilderde portretten van door hem bewonderde schrijvers, filosofen, musici en beeldende kunstenaars. Het uitgangspunt was, naast het lezen van biografieën, vaak een foto, die samen met indrukken en associaties die het bij de kunstenaar opriep het uiteindelijke portret vormde. Hoewel Verkerk zich van het traditionele portret met een realistische weergave heeft losgemaakt, bezitten ze toch een treffende gelijkenis.  

Martin van Amerongen
Publicist, schrijver, columnist en journalist Martin van Amerongen (Amsterdam, 1941-2002) was jarenlang redacteur van tijdschrift Vrij Nederland (1965-1984) en hoofdredacteur van tijdschrift De Groene Amsterdammer (1984-1997, 1999-2002). Naast dit redactionele werk heeft hij ook diverse boeken geschreven en was hij in 1996 een van de oprichters van Het Republikeins Genootschap.

De zeventig cultuurdragers zijn in het boek alfabetisch gerangschikt, van Céleste Abaret, via Desiderius Erasmus, Jesus, Wolfgang Amadeus Mozart, M. Vasalis, … naar Frank Zappa. En een van die grote opgenomen cultuurdragers is Lewis Carroll, van wie op pagina 26/27 zijn dubbelportret staat. Ik weet natuurlijk niet of Lewis Carroll zijn uitverkiezing zou hebben gewaardeerd. Zeker niet in zijn tijd, maar in de huidige tijd staat zijn verkiezing niet ter discussie. Het is wel zeer de vraag of Lewis Carroll erg blij geweest zou zijn met deze twee aan hem gewijde pagina’s.

De tekst
Van Amerongen heeft besloten het gedicht, zonder enige toelichting, uit het ontbrekende hoofdstuk uit Alice in Spiegelland op te nemen.
Deze teruggevonden scène dook in 1974 plotseling op bij een Sotheby-veiling in Londen. De koper heeft vervolgens aan Martin Gardner, schrijver van The Annotaded Alice, toestemming verleend dit hoofdstukje met een inleiding te publiceren in een beperkte oplage van 750 stuks voor de vrienden van het Amerikaanse Lewis Carroll Genootschap (1977). Over het algemeen waren de reacties op dit verloren gegane stukje tekst niet heel erg positief en vond men dat deze scène terecht aan het einde van hoofdstuk 8 in het tweede Alice-deel was weggelaten. De meeste kenners waren ook van mening dat dit simpele gedichtje waarschijnlijk een eerste opzet van Carroll was geweest en er zeker nog eens een tweede en/of derde blik aan gewijd had moeten worden. Hoe dan ook: de tekst werd gepubliceerd onder de titel ‘The Wasp in a Wig’.

Om het geheugen wat op te frissen. tenslotte dateert de vondst alweer van ruim 50 jaar geleden en is ook het hoofdstukje niet heel erg bekend bij eenieder, een

samenvatting van de betreffende scène:
Alice hoort een diepe zucht achter zich en keert om. Ze treft daar een oude man, wiens gezicht op een wesp lijkt, zittend tegen een boom, rillend van kou, klagend over zijn pijnlijke, oude botten. Ondanks haar haast om verder te gaan (ze wil graag koningin worden), voelt Alice medelijden met hem en besluit terug te keren naar de vermeende wesp. Ze vraagt of hij pijn en/of het koud heeft. Hij reageert nors en ietwat mopperig, maar Alice blijft haar best doen en gaat iets uit een krant voorlezen. De Wesp wordt vriendelijker en vertelt haar de herkomst van zijn gele pruik in dichtvorm. De Wesp legt in vijf strofen uit hoe hij door eigen schuld zijn krullen verloor en nu een geel pruikje draagt. Vervolgens, na het aanhoren van enige opmerkingen over haar hoofd, vond Alice het wel genoeg en besloot haar reis te vervolgen.

Het boekennummer van het tijdschrift Vrij Nederland van 22 oktober 1977 was voor een gedeelte gewijd aan dit vermeende verloren hoofdstukje zonder titel. Maar in het algemeen wordt als titel ‘De wesp in de pruik’ gebruikt. Behalve over de vertaling van de tekst door Else Hoog (1937) werd ook iets geschreven over de herkomst van het hoofdstukje en waarom dit hoofdstukje afviel. Met als toegift een essay van Carel Peeters over dit stukje “Alice”. De illustratie op de voorkant van het tijdschrift  is een van de drie illustraties die Ralph Steadman later maakte bij dit kapitteltje.

Ik heb niet het idee dat de tekst in het boek met de ondertitel Klein Vademecum van Grote Cultuurdragers uit Binnen- en Buitenland een juist beeld geeft van Lewis Carroll. Zoals hierboven al aangegeven is, was dit waarschijnlijk nog lang niet een afgeronde tekst. Ik denk dus dat Carroll over de bijbehorende tekstpagina ontdaan zou zijn geweest.

Als je toch voor een kort gedichtje wilt gaan, zou ik gekozen hebben voor de de ‘Jabberwocky’ of de ‘Muizenstaart’. Ook een paar strofen uit bijvoorbeeld De Walrus en de Timmerman’ komen daar meer voor in aanmerking. Het gedichtje van vijf strofen is een beetje vreemde eend in de Alice-bijt. Het past niet in een kinderboek. Het is een bizarre terugblik van een oude man op zijn jeugd, waarin hij één misstap heeft begaan en daar zijn hele leven voor heeft moeten boeten door het dragen van zo’n stomme gele pruik. Ietwat te moralistisch in een Alice-boek. Bovendien heeft Van Amerongen voor geen meter vrij geassocieerd op de naam Lewis Carroll, wat toch de bedoeling was volgens de inleiding bij het boek. Zijn associatie bij het portret was het kopiëren van een van de vele Carroll-gedichten. En daar is hij niet goed in geslaagd. Maar oordeelt u zelf.

Er is overigens nog een Nederlandse vertaling, van Nicolaas Matsier die de vertaling van ‘The Wasp and the Wig’ heeft opgenomen in zijn boek Aantekeningen bij Alice. Dit boek maakt deel uit van een cassette van twee boeken, uitgegeven door Athenaeum – Polak & Van Gennep te Amsterdam in 2009. Het eerste deel bevat beide Alice-verhalen.

Het portret

Dan het portret. Zoals gezegd: Verkerk doet niet aan traditioneel realisme. Herkennen we wel iets van Lewis Carroll/Charles Dodgson in dit schilderij? Wellicht iets van (de pose van) het beroemdste portret maar dan met een minder ingekeerde, (kind?)vriendelijker glimlach.

Emo Verkerk: Portret van Lewis Carroll (1987)

Olieverf op linnen, 55×45 cm. Coll. Frau Christine Hohmeister, Karlsruhe

foto: Oscar Gustave Rejlander

In wezen past het geschilderde portret als typering van Carroll beter dan de door Van Amerongen gekozen tekst.

H. Ruizenaar, 01/10/2025