Dit is de laatste adept, nummer 20, van deze rubriek. Wanneer ik terugkijk op deze reeks, valt op dat er opvallend veel onderwerpen zijn besproken die betrekking hebben op moeilijk te vinden of zeldzame uitgaven. En toch – zelfs na bijna zestig jaar verzamelen van Nederlandse Carroll-uitgaven – word ik nog regelmatig verrast door onbekende of nauwelijks gesignaleerde publicaties. Dat maakt het verzamelen nog altijd boeiend en levendig.
Aanvankelijk was ik van plan om in deze twintigste adept opnieuw een zeldzaam, “Carroll-achtig” boekje te bespreken. Gaandeweg ontstond echter het idee om dergelijke vondsten voortaan onder te brengen in een aparte rubriek, met als overkoepelend thema: welke Nederlandse uitgaven zijn mij in die afgelopen zestig jaar slechts sporadisch onder ogen gekomen? De werktitel voor deze nieuwe reeks luidt dan ook: Sporadische Nederlandse Alices. Daarin wil ik uitgebreider stilstaan bij Alices die vrijwel vergeten zijn of weinig te vinden in het Nederlandse taalgebied, en de moeite waard zijn om apart belicht te worden, bijvoorbeeld omdat ze bibliografisch interessant zijn.
Deze twintigste adept vormt echter nog eenmaal een “reguliere” aflevering. Een artikel over de fotografie van Lewis Carroll, zoals verschenen in het Photohistorisch Tijdschrift. Carroll was immers niet alleen auteur, maar ook een bevlogen en technisch begaafd fotograaf, en zijn fotografisch werk blijft tot op de dag van vandaag onderwerp van studie en discussie.
Lewis Carroll in het PHT
Het Photohistorisch Tijdschrift (PHT) is het officiële orgaan van de vereniging Fotografica. Het tijdschrift verschijnt sinds de oprichting van de vereniging in 1977 en komt viermaal per jaar uit. In het PHT worden artikelen gepubliceerd over de geschiedenis van de fotografie en cinematografie, met aandacht voor camera’s, projectoren, accessoires, technische ontwikkelingen, fabrikanten, fotografen en relevante literatuur.
De officiële naam van de vereniging – “FOTOGRAFICA, Nederlandse vereniging van Fotograficaverzamelaars” – weerspiegelt haar doelstelling: het bevorderen van de kennis en belangstelling voor alle historische aspecten van fotografie en cinematografie. Hieronder vallen onder meer apparatuur, toebehoren, documentatie, archiefmateriaal en vakliteratuur, in de meest ruime zin van het woord. De vereniging richt zich zowel op verzamelaars als op onderzoekers, historici en andere geïnteresseerden in het fotografisch erfgoed. Naast het tijdschrift organiseert Fotografica tweemaal per jaar een internationale Fotografica-ruilbeurs. Deze beurzen vormen een ontmoetingsplaats voor verzamelaars en liefhebbers uit binnen- en buitenland en bieden gelegenheid tot het kopen, verkopen en ruilen van fotografica en cinematografica. Van het PHT bestaat bovendien een losbladig archiefsysteem (tot en met 2010), waarin afzonderlijke artikelen thematisch zijn opgenomen. Losse artikelen zijn verkrijgbaar voor leden van de vereniging; het lidmaatschap is hiervoor vereist.

In het eerste nummer van het jaar 2000 is een artikel van 5 pagina’s te vinden over Lewis Carroll met als titel:
LEWIS CARROLL (1832 – 1898)
en als ondertitel:
EEN NEGENTIENDE – EEUWSE PASSIE VOOR HELE KLEINE MEISJES
Het artikel is geschreven door fotohistoricus Jan Coppens (1937–2000). Uit de NRC van 30 september 2000 blijkt dat Coppens vanaf het midden van de jaren zestig honderden artikelen en een tiental boeken publiceerde over de geschiedenis van de Nederlandse fotografie. Zijn kennismaking met buitenlandse fotohistorische studies wekte een groeiende nieuwsgierigheid naar het tot dan toe nauwelijks onderzochte Nederlandse fotoverleden. Veel van zijn publicaties worden vandaag de dag beschouwd als standaardwerken binnen de Nederlandse fotogeschiedenis. Tot zijn bekendste titels behoren onder meer: Een camera vol stilte (1976), over Nederlandse fotografen uit de periode 1839–1875; De bewogen camera (1982), over vroege sociaal-documentaire en propagandistische fotografie; en Door de enkele werking van het licht (1989), over de introductie van de fotografie in België en Nederland. Door zijn gecombineerde expertise als fotograaf, fotohistoricus en verzamelaar werd regelmatig een beroep gedaan op zijn kennis en oordeel.

Vanwege auteursrechten kan ik niet alle pagina’s laten zien, maar het is duidelijk dat Coppens in dit artikel in eerste instantie een scherpe en goed onderbouwde visie geeft op het fotografische werk van Lewis Carroll (Charles Lutwidge Dodgson) en diens ontwikkeling als fotograaf, tot aan het moment dat hij in 1880 zijn fotografische activiteiten beëindigde. Zie in dit verband ook het artikel De fotografie van Lewis Carroll en tijdgenoten, deel 1 van het Lewis Carroll Genootschap in de Phlizz. De fotografie van Lewis Carroll en tijdgenoten, deel 1 – Lewis Carroll Genootschap
De ondertitel van het artikel is veelzeggend. Na een korte inleiding over het leven van Carroll legt Coppens de nadruk vooral op diens portretfotografie — en in het bijzonder op de foto’s van jonge meisjes. Dat vormt meteen het meest problematische aspect van het artikel: de benadering is eenzijdig, aangezien vrijwel uitsluitend aandacht wordt besteed aan deze meisjesportretten. Dat blijkt ook uit de foto’s die in het artikel zijn opgenomen: negen in totaal, waarvan slechts één — van Ellen Terry met haar ouders, broer en zussen in 1865 — ietsjes afwijkt van deze verzameling foto’s. Ondanks de heersende indruk dat Carroll alleen jonge meisjes fotografeerde, is een kwart van zijn bekende kinderfoto’s van jongens. Carroll maakte inderdaad meer foto’s van meisjes dan jongens, maar de reden voor deze onbalans was gedeeltelijk toevallig; jongens zaten meestal op school, terwijl meisjes thuis onderwijs kregen. Tijdens de zomers van 1858 en 1859 bezocht Carroll echter de Twyford School in Hampshire en fotografeerde hij veel van de jongens en leraren.
Coppens bespreekt bovendien uitgebreid de vier teruggevonden naaktfoto’s, wat de indruk versterkt dat hij Carrolls oeuvre vooral vanuit dit omstreden perspectief benadert. Daarmee ontstaat helaas een gemiste kans om Carroll breder te presenteren: niet alleen als fotograaf van meisjes, maar ook als iemand met een scherp oog voor compositie, licht en techniek, en met een duidelijke artistieke visie binnen de context van de vroege fotografie.
Het artikel dateert inmiddels van ruim vijfentwintig jaar geleden, en in de tussentijd is de benadering van Carrolls fotowerk aanzienlijk veranderd. Tegenwoordig ligt de nadruk minder op de sensatie rond zijn meisjesportretten en meer op de culturele, esthetische en technische waarde van zijn fotografie binnen het Victoriaanse tijdperk. Zie hiervoor onder andere het gecatalogiseerde archief als boekwerk van Carrolls foto’s: The Photographs of Lewis Carroll, a catalogue raisonné, samengesteld door Edward Wakeling en uitgegeven door de University of Texas Press.


H.R., 01-04-2026

