Skip to main content Scroll Top

De Nederlandse Zwateldrok van Sofia Engelsman

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Noot van de redactie

De onderstaande tekst is de oorspronkelijke versie van het Engelse artikel ‘Jabberwocky in Dutch: Zwateldrok by Sofia Engelsman’ dat als hoofdstuk is gepubliceerd in het boek ‘A Companion to “Jabberwocky” in Translation’. Dit is in oktober uitgegeven door Malmö University Press, onder redactie van Anna Kérchy, Kit Kelen en Björn Sundmark. De wijzigingen die in de tekst op verzoek van de redactie zijn aangebracht, zijn hierin niet meegenomen. Het boek ‘A Companion to “Jabberwocky” in Translation’ is gratis te downloaden via  https://books.mau.se/catalog/book/264. Daar is ook een paperbackversie te bestellen voor $ 28 (EAN/UPC 9789178775347).

Zwateldrok

Het was midvond en de slijvere toven
freesden en fretten in de gruit.
Zeer mimsig waren de borogoven
en de dolrafs giepten luid.

‘Pas op, mijn zoon, voor de Zwateldrok,
sterk van kaak en scherp van klauw.
Ook de Jubjub-vogel maakt amok
met de fure Beendergrauw.’

Hij nam zijn spitsig zwaard ter hand
om die mankse gruw te verslaan.
Eenmaal bij de Tumtumboom aangeland
bleef hij peinzend een tijdje staan.

Grommig denkend stond hij daar
toen de Drok, met vuur in de ogen,
door het tuigele woud kwam aangewaard,
al gorbelend op vol vermogen.

Een, twee! Een, twee! Erbovenop!
Rits-rats, ging het spitsig zwaard.
De Drok was dood, en met de kop
galomfeerde hij snel huiswaarts.

‘En, is de Zwateldrok er geweest?
Kom dan hier, mijn jubele jongen!
Wat een frolle dag! Hoeza, wat een feest!’
gnirkte vader, met blijde sprongen.

Het was midvond en de slijvere toven
freesden en fretten in de gruit.
Zeer mimsig waren de borogoven
en de dolrafs giepten luid.

Sofia Engelsman

Wauwelwok (1947), Koeterwalski (1965), Krakelwok (1982), Koeterwaals (1994, 2009) (1), Wauwelwok (1994), Zwateldrok (2006), Beuzelzwans (2015) en Klepperjaks (2018). Acht keer verscheen Jabberwocky in een Nederlandse vertaling. (2)

De eerste vertaling uit 1947 (Kossmann en Reedijk) (3) verwierf een canonieke status. Hun uitgave van Alice’s Adventures werd meermaals herdrukt (13de druk 1992) en ‘Wauwelwok’ werd zelfs de titel van het tijdschrift van het Nederlandse Lewis Carroll Genootschap in de jaren ’70 en ’80. Reedijk slaagde erin zowel het rijmschema als het metrum vrijwel volledig te bewaren. De vertaling richtte zich op de eerste plaats tot volwassenen, op de flaptekst werd het boek aangekondigd als ‘een bijzonder aantrekkelijk boek, een boek voor volwassenen en voor kinderen.’
Ook de vertaling van Nicolaas Matsier uit 1994 kreeg veel weerklank, wat mee te danken was aan zijn prestige als vertaler en romanschrijver voor volwassenen. Ook zijn vertaling werd meermaals herdrukt. In zijn essaybundel Alice in Verbazië brak hij een lans voor Alice als kinderboek, ‘en wel één van de zeldzame klasse waarvoor geldt dat de volwassen lezer, meelezer, of voorlezer zich niet alleen geen seconde hoeft te vervelen, maar zonder meer in staat is het boek namens zichzelf te lezen, zonder speciale bemiddeling van een noodzakelijk voorhanden kinderziel’ (Matsier, 1996: 34). Net als Reedijk probeerde hij zoveel mogelijk de prosodie van het origineel te bewaren, niet alleen het rijmschema, maar ook het metrum. In 2009 maakte hij een nieuwe vertaling voor een uitgave die zich door de illustraties van Anthony Browne duidelijker tot een jonger publiek richtte.

Nog meer gericht op jonge kinderen is de vertaling van Sofie Engelsman, die centraal staat in deze bijdrage. Anders dan Matsier was Engelsman wel een ervaren vertaler voor de jeugd. Ze vertaalde onder meer werk van Lynne Reid Banks en Anna Dale. Intussen is ze een van de belangrijkste vertalers bij uitgeverij Gottmer, waar ze populaire series vertaalt als de Dork Diaries van Rachel Renée Russel en Legend van Marie Lu.
Haar vertaling van Jabberwocky verscheen voor het eerst in een uitgave met illustraties van Helen Oxenbury. In haar ‘noot van de vertaler’ bij het eerste deel schreef ze dat de uitgever haar vroeg de vertaling te laten aansluiten bij die illustraties, met als  bedoeling ‘dat ook jonge kinderen veel plezier aan het verhaal zouden beleven. De vertaling moest dus goed toegankelijk worden, zonder afbreuk te doen aan het origineel’ (Engelsman, 1999: 7). Verder motiveert ze de vertaalkeuzes die ze maakte op lexicaal niveau: ‘Zelf vond ik vroeger – en ik denk veel kinderen met mij – die moeilijke woorden die je net niet begreep heel spannend en geheimzinnig. Dat gegeven vormde de leidraad bij mijn woordkeuze. Ik heb ernaar gestreefd een vertaling te maken die weliswaar eenvoudig is, maar zeker niet onnodig simpel’(ibid).
Dat Engelsman ernaar streeft haar vertaling toegankelijk te maken, blijkt al bij de eerste woorden. ‘Brillig’ vertaalt ze als ‘midvond’, als ‘portmanteau’ van middag (midday) en avond (evening) doorzichtiger dan ‘’bradig’ van Cornelis Reedijk (volgens zijn Hompie Dompie ‘de tijd wanneer je het vlees voor het avondeten gaat braden’) of dan ‘schiewerde’ van Nicolaas Matsier (waarin het woord ‘schemering’ (dusk) doorschemert). Ook elders in het gedicht en de uitleg van Humpty Dumpty blijkt de vertaling van Engelsman eenvoudiger dan die van Matsier. Zo vertaalt ze ‘portmanteau’ als ‘een soort vlecht’, want ‘de betekenissen van twee woorden zitten door elkaar heen gevlochten in één woord’. Matsier kiest voor het neologisme ‘kofferwoord’ (suitcase word). Verder bewaart hij ook het moeilijke woord ‘gyroscoop’ dat Engelsman vervangt door ‘ploeg’ en gebruikt hij meer oude, formele taal (‘verschoon’, ‘al tot verweer’, ‘terneer’, ‘ontzield’).(4)

Anders dan haar voorgangers laat Engelsman het strakke metrum los. Ze bewaart wel het rijmschema ABAB en hanteert dat zelfs consequenter dan in de brontekst. Alleen in de vierde en vijfde strofe gebruikt ze een slant or imperfect rhyme (‘daar’ – ‘aangewaard’; ‘zwaard’ – ‘huiswaarts’). De binnenrijmen in de vijfde en zesde strofe kan ze niet bewaren, maar meermaals behoudt ze niet alleen de alliterations and assonances, maar voegt ze er zelfs toe, zoals in haar vertaling van ‘The jaws that bite, the claws that catch’ als ‘sterk van kaak en scherp van klauw’ of van ‘The vorpal blade went snicker-snack’ als ‘Rits-rats ging het spitsig zwaard’. Het is duidelijk dat Engelsman kiest voor een ritmische en klankrijke vertaling die zich prettig laat voorlezen.
Anders dan Matsier maakt Engelsman meer gebruik van loan or calqued translation, waarbij ze vooral namen van vreemde wezens en dingen onveranderd overneemt  of aanpast aan de morfologische of fonologische regels van de doeltaal. ‘Toves’ wordt ‘toven, ‘borogoves’ ‘borogoven’, ‘the Jubjub bird’ ‘de Jubjub vogel’, ‘the Tumtum Tree’ ‘de Tumtumboom’ (5) en ‘the tulgey wood’ ‘het tuigele woud.’ Daardoor blijft ze ook dichter bij de klankkleur van het origineel.
Een tweede reden waarom de vertaling van Engelsman gekozen werd voor deze bijdrage is dat ze de enige is met oorspronkelijk Nederlandse illustraties. Voor de jubileumuitgave van  Alice in Wonderland en Alice in Spiegelland in 2014 zocht uitgeverij Gottmer Floor Rieder aan, die het jaar voordien een Gouden Penseel won (de belangrijkste prijs voor illustratoren in Nederland) voor haar illustraties in Het raadsel van alles wat leeft (Jan Paul Schutten). De cover werd verkozen tot Mooiste Boekomslag 2014, het boek werd door een vakjury geselecteerd als een van de ‘Best Verzorgde Boeken’ van het jaar en haalde de Honour List van de International Board on Books for Young People. Rieder werkte met een ingewikkelde techniek: ze kraste met een pennetje in met zwarte gouache bedekte glasplaatjes die ze op een lichtbak legde. Ze gebruikte ook maar vier kleuren: zwart, wit, oranje en groen. Het resultaat is heel apart en doet denken aan houtsneden. Voor haar Zwateldrok liet ze zich duidelijk inspireren door John Tenniel, van wie ze de vleugels, de klauw en de kop overnam. Tegelijk doet de kapmantel denken aan de dementors uit de Harry Potter serie of de Nazgûl uit Lord of the Rings van J.R.R. Tolkien.

De meeste aandacht in recensies kreeg Rieders Alice. De illustratrice gaf haar een moderne outfit met stoere sneakers, een rugzak en een brilletje, waarmee ze haar naar eigen zeggen wou typeren als ‘avontuurlijk’ en ‘een beetje een wijsneus’ (Rieder, 2015). Volgens Janne van Beek is ook Engelsmans Alice meegegaan met haar tijd: ‘Ze is net als Carrolls heldin actief, intelligent en nieuwsgierig, maar ze is ook avontuurlijker, directer en eigenzinniger. Haar persoonlijkheid sluit aan bij het meisjesbeeld dat uit de hedendaagse, genderbewuste kinderliteratuur naar voren komt’ (Van Beek, 2018).

Zoals hierboven duidelijk werd, is ook Engelsmans spel met de taal in ‘Zwateldrok’ mee geëvolueerd met haar tijd, ook zij creëerde haar eigen en eigentijdse Jabberwocky. Hoe dat kan, verduidelijken Jur Koksma en Joep Stapel in hun essay over Jabberwocky: ‘Omdat het spel eindeloos veel varianten kent, gaat het er vooral om dat het gespeeld wordt. Aan dit spel zijn vertalers de meest fanatieke deelnemers’ (Koksma en Stapel, 2018: 14).


noten
(1) Voor de nieuwe uitgave in 2009 maakte Nicolaas Matsier een hervertaling van zijn versie uit 1994.

(2) Twee van de vertalingen verschenen in een tijdschrift. Daarnaast werd het gedicht nog twee keer vertaald in het Afrikaans als Brabbelwoggel (1968) en Flabberjak (1992). Opmerkelijk genoeg bestaat er geen Vlaamse versie.

(3) De avonturen van Alice in het wonderland en in het spiegelland was de eerste vertaling van beide boeken over Alice in het Nederlands. Alfred Kossmann vertaalde het eerste deel en Cornelis Reedijk het tweede (Koksma en Stapel, 2018: 31). De eerste Nederlandse ‘Alice’ verscheen in 1875. Lize’s avonturen in ’t Wonderland was een sterk ingekorte bewerking (Buijnsters en Buijnsters-Smet, 2001: 257)

(4) Ook met zijn vertaling van de titel ‘Koeterwaals’ doet Matsier een beroep op een ruime woordenschat van de lezer. Koeterwaals is een bestaand maar weinig gebruikelijk synoniem voor brabbeltaal (gibberish). Engelsman liet zich voor haar Zwateldrok wellicht leiden door de uitleg die Carroll zelf gaf aan de leerlingen van de Girl’s latin School uit Boston: ‘the result of much excited discussion’ (Carroll en Gardner 2000: 153, note 26).  ‘Zwatelen’ is literaire taal voor hoogdravend kletsen en ‘drok’ is gewestelijk of verouderd voor ‘druk’. ‘Drok’ lijkt ook op ‘draak’ (dragon), in de vierde en vijfde strofe gebruikt Engelsman deze afgekorte vorm.

(5) Dorine Louwerens (2016) vertaalt de ‘Tumtum tree’ als ‘snoepjesboom’ (candy tree), een veel duidelijker aanpassing aan de jonge lezers. Haar ‘Beuzelzwans’ is in woordgebruik en klankkleur veel speelser en lichtvoetiger dan de andere Jabberwocky-vertalingen (door woorden als ‘hoetsievark’, ‘Roversnaai’, ‘flits en flop’ en ‘floepervlug’).

Geraadpleegde Vertalingen
Engelsman, Sofia (2006). ‘Zwateldrok’, in: Alice in spiegelland. Illustraties van Helen Oxenbury. Haarlem: Gottmer.

Engelsman, Sofia (2014). ‘Zwateldrok’, in: Alice in wonderland en Alice in spiegelland. Illustraties van Floor Rieder. Haarlem: Gottmer.

Kossmann, Alfred & Reedijk, Cornelis (1947). ‘Wauwelwok’, in: De avonturen van Alice in het wonderland en in het spiegelland. Illustraties van John Tenniel. Rotterdam & Antwerpen: Ad Donker.

Louwerens, Dorine (2016). ‘Beuzelzwans’, in: Alice in wonderland & Alice in spiegelland. Verteld en geïllustreerd door Tony Ross. Amsterdam: Memphis Belle.

Matsier, Nicolaas (1994). ‘Koeterwaals’, in: De avonturen van Alice in wonderland & achter de spiegel. Illustraties van John Tenniel. Amsterdam: Van Goor.

Matsier, Nicolaas (2009). ‘Koeterwaals’, in: De avonturen van Alice in wonderland & achter de spiegel. Illustraties van Anthony Browne. Amsterdam: Van Goor.

Geraadpleegde literatuur
Buijnsters, P.J. & Buijnsters-Smets, Leontine (2001). Lust en Leering. Geschiedenis van het Nederlandse Kinderboek in de negentiende eeuw. Zwolle: Waanders Uitgevers.

Carroll, Lewis & Gardner, Martin (annotator) (2000). The annotated Alice. The definitive edition. New York: W.W. Norton & Company.

Koksma, Jur & Stapel, Joep (2018). ‘In gevecht met de Jabberwock: een onzinnige onderneming’, in: Henri Ruizenaar (samensteller), Jabberwocky. Het nonsensgedicht Jabberwocky van Lewis Carroll in een nieuwe Nederlandse, zes bestaande Nederlandse, twee Afrikaanse vertalingen, met begeleidend essay. S.l.: Lewis Carroll Genootschap, p. 10-31.

Matsier, Nicolaas (1996). Alice in Verbazië. Amsterdam: De Bezige Bij.

Rieder, Floor (2015). ‘De Alice van Floor Rieder’, Boekenkrant, 1-10-2015. Retrieved from http://www.boekenkrant.com/de-alice-van-floor-rieder/

Van Beek, Janne (2018). Engelsmans Alice, Filter, week 40. Retrieved fromhttps://www.tijdschrift-filter.nl/webfilter/vrijdag-vertaaldag/2018/week-40-janne-van-beek/

 

Jan Van Coillie
Dichter, wetenschapper, leesbevorderaar, bloemlezer. Inleider, (poëzie)workshopleider en recensent Jan Van Coillie (1957) werd in de jaren ‘80 de eerste doctor in de kinder- en jeugdliteratuur met een proefschrift over kinderpoëzie. Het bleef altijd over poëzie schrijven en stelde bloemlezingen van gedichten voor kinderen en jongeren samen. Verder werkte hij mee aan studies op het gebied van jeugdliteratuurgeschiedenis, onder andere over de illustratiegeschiedenis van het sprookje, een boek over de internationale receptie van Annie M.G. Schmidt en het handboek Leesbeesten en boekenfeesten: hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken (2007, volledig herziene editie, oorspr. 1999).(red.)