Vooraf
Tijdens het symposium van het Lewis Carroll Genootschap op 20 september 2025 heb ik een lezing gegeven over de vraag: “Is Hugo Brandt Corstius de Nederlandse Lewis Carroll?” Ik heb daarbij aangekondigd een aantal artikelen te schrijven over de vergelijking tussen Brandt Corstius en Carroll. Het onderstaande artikel is het eerste in die reeks. Het betreft hier overigens geen directe vergelijking tussen beide auteurs maar een reflectie op de vermelding van Lewis Carroll in een van de werken van Brandt Corstius.
In 1966 verscheen bij Uitgeverij Querido het boekje De reizen van pater Key. Hierin beschrijft Hugo Brandt Corstius onder het pseudoniem Raoul Chapkis de avonturen van de missionaris Jaap Key. Diverse hoofdstukken uit dit boekje verschenen eerder in Propria Cures, Hollands Maandblad en Tirade.
Het verhaal vertelt hoe de missionaris op weg ging naar het eiland Tristan de Cunha en menigmaal schipbreuk leed. Uiteindelijk kwam hij wel aan in Tristan de Cunha (Chapkis 1966, p.59):
Hij kwam aan, stapte aan wal, en achter hem zonk het schip in de haven. Toen de kinderen van het eiland dat zagen kwamen ze juichend op Key af, roepende: de oom van Alice in Wonderland!
Een Tristan da Cunhaan kwam op hem af […] en legde uit dat in maart 1881 de broer van Lewis Carroll, de schrijver van Alice in Wonderland, op Tristan was aangekomen als Anglicaans missionaris, en dat toen ook zijn schoener, de Henry B. Paul, in de haven was gezonken.
“Ja” kwam een andere Tristanees, die er bij was komen staan, vertellen, […] “en Lewis Carroll zelf heeft ons ook eens gered. Want hij kende Baden Powell, u weet wel de uitvinder van de padvinderij. Nou, en in 1886 was er hier hongersnood, geen schip deed ons meer aan, en we zouden eraan zijn gegaan als Lewis Carroll toen niet aan Baden Powell had gevraagd om er iets aan te doen.”


De aankomst van Pater Key op het eiland ( ill. Peter Vos)
Raoul Chapkis verwijst in een noot bij deze passage naar de Carroll-biografie van Florence Becker Lennon (p. 290 van de 1947-editie).
In hoeverre berust de verwijzing naar Lewis Carroll op de werkelijkheid? Hieronder ga ik in op deze vraag; daarvoor heb ik in het bijzonder een beroep gedaan op Wakeling & Luke (2020).
Het eiland
Laten we beginnen met het eiland Tristan da Cunha. Het is een afgelegen vulkaaneiland in het zuiden van de Atlantische Oceaan, ten zuidwesten van Kaapstad; het vormt samen met Sint-Helena en Ascension een Brits overzees gebied. Het heeft een oppervlakte van 98 m2 en is moeilijk toegankelijk vanwege een steile rotskust van 600 meter hoog. Het wordt wel gezien als het meest afgelegen bewoonde eiland ter wereld en er worden belangrijke kolonies zeevogels aangetroffen.
Tristan da Cunha is in 1506 ontdekt door de Portugese admiraal Tristão da Cunha. Het eiland werd regelmatig bezocht door robbenjagers, piraten, walvisvaarders en VOC-schippers. De eerste bewoners waren drie walvisvaarders uit de VS in 1811; van hen was nog één aanwezig toen in 1816 een garnizoen Britse troepen vanaf Kaapstad naar het eiland kwam om eventuele reddingspogingen te verhinderen van Napoleon die op Sint-Helena gevangen zat. In 1817 werd het garnizoen teruggetrokken, maar korporaal William Glass bleef op eigen verzoek achter, samen met zijn Hollands-Kaapse vrouw, twee dochters en twee collega’s.



Geleidelijk kwamen er meer bewoners, met name schipbreukelingen en gedeserteerde scheepslieden van walvisvaarders. Ze voorzagen in hun levensonderhoud met visserij, veeteelt en landbouw.
In 1836 strandde de schoener Emily er, met aan boord de Nederlandse visser Pieter Groen uit Katwijk. Hij bleef, trouwde er, veranderde zijn naam in Peter Green en werd in 1865 woordvoerder/gouverneur van de gemeenschap.
Na de opening van het Suezkanaal in 1869 nam het aantal schepen dat het eiland aandeed af en een groot deel van de bewoners vertrok ook naar elders. Regelmatig kwamen er wel Anglicaanse geestelijken voor het onderwijs aan kinderen en in 1876 claimde de Britse regering het eiland voor het Britse rijk. Afgesproken werd dat minstens eenmaal per jaar een Brits marinevaartuig langs zou komen met levensmiddelen en andere noodzakelijke dingen. Op het enige vlakke deel van het eiland ligt de hoofdstad die in 1867 de naam Edinburgh-of-the-Seven-Seas kreeg; er is een kleine vissershaven.
In 1897 woonden 60 mensen op het eiland, nu ca. 250. De postzegels en munten van het eiland zijn zeldzaam en gewild bij verzamelaars.
De broer
Lewis Carroll werd in 1832 geboren als Charles Lutwidge Dodgson; hij was het derde kind in het gezin waar uiteindelijk totaal 11 kinderen werden geboren. De jongste was Edwin Heron Dodgson, die werd geboren in 1846.

Edwin bleef na zijn schooltijd enige jaren thuis. Na het overlijden van de vader in 1868 probeerde Charles Edwin aan een baan te helpen, eerst als ambtenaar, vervolgens bij de uitgever Macmillan. Hij werkte korte tijd bij een bank, maar dat beviel hem niet. Uiteindelijk koos hij voor het priesterschap en na zijn priesterwijding in 1874 werd hij enkele jaren kapelaan. Zijn voorkeur ging er echter naar uit om missionaris te worden.

Edwin als missionaris
Die keuze bracht hem in maart 1879 naar Zanzibar, waar hij al snel de leiding kreeg over enkele scholen. Toen hij na een half jaar ziek werd, keerde hij terug naar Engeland waar hij bij zijn zusters in Guildford verbleef voor herstel.
Op dat moment was er bij de bevolking van Tristan da Cunha een grote behoefte aan een onderwijzer en een geestelijke, de inwoners zouden voorzien in huisvesting en voedsel. Toen bleek dat de bisschop van Sint-Helena bereid was een salaris van £ 100 per jaar te betalen ging de Society for the Propagation of the Gospel (SPG) op zoek naar een kandidaat. Edwin meldde zich en was de enige serieuze gegadigde. Het was de bedoeling dat een marineschip hem erheen zou brengen, maar dat duurde Edwin te lang en hij regelde in januari 1881 zijn eigen reis via een postschip naar Sint-Helena. Broer Charles was niet bepaald enthousiast over de plannen van Edwin en schreef op 8 januari 1881 in zijn dagboek: “Ik kan me niet voorstellen dat hij dit een zaak vindt die het waard is om een groot deel van zijn leven aan te wijden; er zijn in Engeland immers vele duizenden in vergelijkbare nood.” (Wakeling 1993-2007; vertaling BS)
Edwin werd op Sint-Helena hartelijk ontvangen door de bisschop, maar het was nog een hele uitdaging om vervoer naar Tristan da Cunha te regelen. Dat lukte uiteindelijk met de Engelse schoener Edward Vittery en na een reis van dertien dagen op een schip met slechts één hut zonder bed kwam hij aan op 28 februari 1881. Hij werd van boord gehaald door een kleinere boot en uiterst hartelijk ontvangen door de bevolking die bestond uit 106 personen, waaronder 40 kinderen en een groot aantal honden.
Edwin nam in eerste instantie alleen zijn belangrijkste bezittingen mee aan land; de schoener voer dagenlang in de buurt van het eiland in afwachting van gunstig weer om voor anker te gaan en de rest van de bagage aan land te brengen. Maar door het slechte weer leed de schoener schipbreuk en het merendeel van Edwards bezittingen, waaronder zijn boeken, ging verloren. Een meevaller was dat de kist met kerkelijke attributen gered werd. Dat gold ook voor de wijn voor de kerkdiensten: de kapitein had deze direct mee aan land genomen omdat hij vreesde dat de bemanning die anders soldaat zou maken.
Niettemin blijkt uit Edwins brieven dat hij het op Tristan da Cunha in het algemeen goed naar zijn zin had: een mooi eiland, aardige mensen, weinig ruzie, helaas wel wat dronkenschap. Het beste huis op het eiland werd als kerk en school aangewezen; het plan om zo spoedig mogelijk een echte kerk te bouwen bleek al snel onrealistisch. De meeste bewoners gingen op zondag naar de kerkdienst. De kinderen hadden een flinke onderwijsachterstand maar boekten dankzij Edwin geleidelijk vooruitgang.
Ratten en rampspoed
In 1882 bezocht een Amerikaans schip, de Henry B. Paul, Tristan da Cunha om een lading vee op te halen voor Sint-Helena. Maar het liep vast op een zandbank en keerde uiteindelijk onverrichter zake om. Aan boord van het schip waren ratten die wel de overtocht naar het eiland maakten en zich daar vervolgens rap vermenigvuldigden. Ze vormden een ware plaag en aten voor een groot deel de aardappeloogst op.
Het ging intussen ook minder goed met Edwin. De eilanders waren hem nog altijd welgezind, maar hij kreeg geleidelijk genoeg van het eigenzinnig gedrag van de kinderen. Hij voelde zich ook geïsoleerd: in toenemende mate verlieten jonge mannen het eiland en de bevolking daalde van 107 naar 93.
“Ik vind dat ik er wel recht op heb om enige tijd thuis door te brengen”, schreef hij in een brief op 8 juni 1883 (Wakeling & Luke 2020, pp.82-3; vertaling BS): “Ik kan me nauwelijks voorstellen hoe het zal zijn om weer eens te verkeren onder beschaafde mensen die in meer of mindere mate in staat zijn hun verstand te gebruiken […] Soms heb ik het gevoel dat ik gek word als ik hier nog een jaar moet blijven.”
Vanwege de rattenplaag en de teruglopende bevolking kwam Edwin tot de conclusie dat het de beste oplossing zou zijn om de eilandbewoners over te plaatsen naar een andere locatie. Hij meldde dit aan zijn broer Charles die op 27 september 1883 het volgende in zijn dagboek schreef: “Nieuws van Edwin, die een groot voorstander is van mijn idee om alle mensen van Tristan samen met hun vee naar de Kaap te verhuizen.”
Charles nam vervolgens contact op met een aantal invloedrijke personen, bij de SPG, de Colonial Office en Defensie, doch zonder resultaat. Hierbij kwam hij in contact met een oude bekende, de conservatieve politicus George Smyth Baden-Powell die geïnteresseerd bleek in de plannen en opperde dat de mensen naar Australië verplaatst konden worden, waar men graag immigranten wilde hebben. Een complicatie bij dit alles was dat Peter Green het eiland helemaal niet wilde verlaten; er zouden volgens hem ook voldoende bewoners achter moeten blijven om in dat gebied schepen assistentie te kunnen verlenen. Toen al zijn pogingen stuk liepen op bureaucratische procedures, spande Charles zich in om Edwin voor een jaar naar huis te krijgen; in Engeland zou hij dan de verhuizing van de eilandbewoners verder kunnen bepleiten.

George Smyth Baden-Powell

Lord Salisbury
Eind 1884 nam het oorlogsschip HMS Opal Edwin vanwege zijn slechte gezondheid en depressies mee naar de Kaap. Tijdens een storm viel Edwin door een luikopening en beschadigde zijn ruggenwervel. Niettemin slaagde hij erin om in februari 1885 Engeland te bereiken. Charles meldde dit op 9 februari 1885 in zijn dagboek: “Edwin is in Guildford, maar ik heb hem nog niet kunnen bezoeken, omdat hij een flinke val heeft gemaakt op het schip en zijn hoofd heeft gestoten met een hersenschudding als gevolg en rust en stilte opgedragen heeft gekregen.”
Toen Edwin hersteld was, ondernam hij samen met Charles actie naar politici, waaronder Lord Salisbury, de minister-president en een goede bekende van de familie. Ook deze poging was weinig succesvol, met name vanwege de gevreesde precedentwerking: “Zowel in Engeland als in Ierland is een groot aantal mensen die graag naar de andere kant van de oceaan zouden worden gebracht als ze daarvoor de middelen zouden hebben,” schreef Lord Salisbury aan Charles (Wakeling & Luke, p.108).
Het zat de bewoners van Tristan de Cunha intussen niet mee: 15 man verdwenen toen ze november 1885 naar een schip roeiden om voedsel voor de inwoners te halen. Dit was een ernstige reductie van het toch al beperkte aantal mannen. En toen uiteindelijk een schip beschikbaar was om inwoners naar de Kaap te vervoeren, bleek men daar niet bereid ze op te nemen. Tot overmaat van ramp was het eiland inmiddels vergeven van de ratten; daardoor was het poten van aardappelen en zaaien van koren zinloos. Het vergiftigen van de grote hoeveelheid beesten was onbegonnen werk; de vijf mannen die nog werk konden verrichten, hadden het trouwens al druk genoeg.
Ondanks alles was de Britse regering van mening dat de nederzetting gehandhaafd moest blijven om passerende schepen (waaronder de marine) de mogelijkheid te geven van bevoorrading en te fungeren als lifeline voor schepen die schipbreuk leden. Maar de eilandbewoners zouden selfsupporting moeten zijn en alleen incidenteel een beroep kunnen doen op aanvulling van voorraden.
Nu hij er niet in slaagde de verplaatsing van de bevolking te regelen, wilde Edwin terug naar het eiland en op 5 augustus 1886 arriveerde hij er op de HMS Thalia met de nodige voorraden. Charles ging niettemin voort met zijn pogingen, al werd hij steeds wanhopiger. Weer wendde hij zich, tevergeefs, tot Lord Salisbury en Baden-Powell.
Edwins gezondheid ging gestaag achteruit en hij kon zijn werk nauwelijks meer aan. In 1889 nam een bezoekend schip hem daarom mee naar de Kaap en in januari 1990 kwam hij weer aan in Guildford. Het eiland bleef voor vele jaren verstoken van een geestelijke.
Edwin herstelde na verloop van tijd en wilde terug naar de Zuid-Atlantische Oceaan. Hij kwam niet meer op Tristan da Cunha, maar verbleef van 1890 tot 1895 op de Kaapverdische eilanden en – na een onderbreking wegens ziekte – van 1896 tot 1898 op Sint-Helena. Daarna keerde hij terug naar Guildford. Door de gevolgen van zijn val werd hij geleidelijk meer invalide; hij overleed op 3 januari 1918.
‘Pater Key’ en de werkelijkheid
Veel is verzonnen in De reizen van pater Key, maar er bestaat dus wel degelijk een eiland Tristan da Cunha. En Lewis Carroll had een broer die als missionaris naar Tristan da Cunha ging en schipbreuk leed bij zijn aankomst op het eiland. Het betreffende vaartuig was echter niet “de schoener, de Henry B. Paul”, maar de Edvard Vittery. De Henry B. Paul bezocht ook Tristan da Cunha maar pas in 1882 en het liep vast op een zandbank met een rattenplaag als gevolg.
Het klopt ook dat Carroll zelf zich bemoeide met het lot van zijn broer en meer algemeen met dat van de eilandbewoners. Hij riep daarbij de hulp in van Baden-Powell, maar dat was niet de oprichter van de padvinderij, Robert Baden-Powell, maar zijn broer George Smyth Baden-Powell, die parlementslid was. Het is verder onduidelijk in hoeverre de bevoorrading van het eiland in 1886 te danken was aan inspanningen van Baden-Powell. De beide broers Dodgson hadden contact met diverse instanties en politici over de problemen van het eiland, maar uiteindelijk was een brief van Peter Green, de gouverneur van het eiland, aan de Admiraliteit de aanleiding tot de bevoorrading. In die brief beschreef hij de ernst van de situatie, hetgeen ertoe leidde dat de HMS Thalia de nodige voorraden in augustus 1886 op het eiland afleverde (Wakeling & Luke 2020, p.111).
Een opmerking terzijde: er is een roman geschreven over de geschiedenis van Tristan da Cunha en wel in 2003 in het Duits door Raoul Schrott. Deze is ook in het Nederlands vertaald (Tristan da Cunha, De Bezige Bij, 2004).

Ratten en katten
Het betreffende hoofdstuk van De reizen van pater Key bevat, naast de hierboven geciteerde passage, nog een verwijzing naar Lewis Carroll. In aansluiting op de reeds geciteerde passage lezen we (Chapkis 1966, p.59): “‘En toen’ kwam een Cunhaanse dame vertellen […], ‘toen hadden we die rattenplaag. Weten jullie nog dat de ratten de katten opaten?’”
Hierbij heeft Raoul Chapkis een verwijzing opgenomen naar A Tangled Tale, een verzameling puzzels van Lewis Carroll, meer precies naar de inleiding uit een editie uit 1886: “If a cat can kill a rat in a minute, how long would it be killing 60.000 rats? Ah, how long indeed! My private opinion is that the rats would kill the cats!”
Dit citaat doet weer denken aan een passage van Edwins eindrapport na zijn definitieve vertrek uit Tristan da Cunha (Wakeling & Luke 2020, p.147): “Tristan is nu vergeven van de ratten. We hebben geprobeerd de plaag te beheersen met behulp van katten, maar de katten gaven helaas de voorkeur aan kippen boven ratten.”
Is het denkbaar dat Charles voor zijn raadsel over katten en ratten werd geïnspireerd door Edwins ervaringen? Aan de hand van het door Chapkis gegeven citaat lijkt dat mogelijk: de rattenplaag begon in 1882, Edwin kwam in februari 1885 in Engeland waar hij regelmatig optrok met Charles en A Tangled Tale dateert van maart 1885. Weliswaar dateert het citaat uit Edwins eindrapport van 1889, maar Edwin maakte al eerder in zijn correspondentie met de familie melding van de mogelijkheid dat katten de ratten konden doden. In een brief van 18 april 1884 aan zus Louisa schreef hij: “Er waren twee grote ratten in mijn kamer vanavond – één van de katten heeft er één gedood.” (Wakeling & Luke 2020, p.100). Hoogstwaarschijnlijk wist Charles dus al voor de publicatie van A Tangled Tale van de rattenplaag.
Maar er zijn twee problemen met deze redenering.
Ten eerste verwijst Chapkis naar de inleiding van een editie uit 1886 van A Tangled Tale.. A Tangled Tale is oorspronkelijk uit 1885 en de eerste editie bevat geen inleiding, slechts een Preface van enkele regels waar het genoemde citaat niet in voorkomt. Bij Lovett (2024) is geen 1886-editie met een toegevoegde inleiding te vinden.
Ten tweede komt het raadsel Cats and Rats zelf niet voor in A Tangled Tale. Carroll heeft in 1880 een analyse ervan gepubliceerd in The Monthly Packet, een tijdschrift waarin ook de raadsels waren gepubliceerd die wel in A Tangled Tale zijn gebundeld. De door Chapkis geciteerde passage maakt deel uit van dat artikel. Maar het raadsel Cats and Rats was ook al eerder in The Monthly Packet aan de orde was geweest: in 1879 had Charlotte Young het gepresenteerd met een oplossing waar Carroll niet tevreden over was. Met andere woorden: het raadsel Cats and Rats is niet afkomstig van Carroll (zie ook Gardner 1996, pp.73-4 en Wakeling, 2019, pp.155-6). En aangezien de intocht van de ratten op Tristan da Cunha in 1882 was, kan het ook uitgesloten worden geacht dat Carroll bij zijn bespreking in 1880 van het raadsel Cats and Rats werd geïnspireerd door de gebeurtenissen op het eiland.
Literatuurverwijzingen
- Chapkis, Raoul, 1966, De reizen van pater Key, Amsterdam: Querido.
- Gardner, Martin, 1996, The Universe in a Handkerchief, New York: Copernicus.
- Lennon, Florence Becker, 1945, Victoria through the Looking-Glass. The Life of Lewis Carroll, New York: Simon and Schuster.
- Lovett, Charlie, 2024, Charles Lutwidge Dodgson (Lewis Carroll): A Bibliography of Works Published in His Lifetime, Lewis Carroll Society of North America.
- Wakeling, Edward (ed.), 1993-2007, Lewis Carroll’s Diaries. The Private Journals of Charles Lutwidge Dodgson (Lewis Carroll), Volume 1-10, The Lewis Carroll Society.
- Wakeling, Edward, 2019, ‘Recreational Mathematics’, in Wilson & Moktefi (eds.) 2019, pp.141-176.
- Wakeling, Edward & Caroline Luke, 2020, The Life of Edwin Dodgson. Brother of Lewis Carroll and Missionary to the South Atlanic Islands, The Choir Press
- Wilson, Robin & Amirouche Moktefi (eds.), 2019, The Mathematical World of Charles L. Dodgson (Lewis Carroll), Oxford University Press.

