Skip to main content Scroll Top

De wijze les van de Rus

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

De bel. Wat nu weer? Alek en ik zouden net gaan middageten. Er staat een oude Rus met een wandelstok voor de deur, zomaar. En dat in hartje Gent. Mijn kat komt tussen mijn benen piepen naar de onverwachte gast, die me zonet bijna omverblies met een gebulderd ‘Dobryy den!’

‘Rustig maar, Alek,’ sus ik mijn kat.

‘Ik hoop oprecht dat ik u niet deed schrikken,’ zegt de gezette man wat zachter, zoetgevooisd bijna, terwijl hij zijn te grote bontmuts ietsje rechter op zijn hoofd zet, ‘ik volg het voorbeeld van Lev, mijn grootvader langs moederskant. Die ging ook altijd bij vreemde huizen langs om te controleren of er genoeg borsjt in huis was.’ Hij kucht, zijn wangen worden nog roder dan ze al waren. ‘Toen nog thuis, bij Moedertje Rusland. Men deed het in die tijd vaker.’

Ik knik langzaam, hoewel ik geen idee heb waarom iemand dat zou doen. De Rus kijkt me peinzend aan, alsof hij mijn gebrek aan culturele kennis kan ruiken.

‘Wilt u binnenkomen?’ vraag ik. Die riedel over zijn grootvader heeft het ijs gebroken. Zelf heb ik mijn grootouders nooit gekend, wat ik als een groot gemis ervaar.

Hij stapt gezwind over de drempel, stelt zich enigszins teleurstellend voor als Ivan Ivanovitsj (maar was dat geen bekende figuur?) en zet zijn fraaie wandelstok, duidelijk niet meer dan een modieus accessoire, tegen de muur. Meteen begint Alek, die normaal gesproken niets van vreemden moet weten, een lied te miauwen dat verdacht veel op een Russische volksballade lijkt. ‘Trepak’ van Tsjaikovski, geloof ik. Die vermaledijde notenkraker! Meneer Ivanovitsj gaat met een hand door zijn lange grijze baard en humt het deuntje mee. Na de laatste noot snelt Alek tussen mijn benen door naar achteren, de veiligheid van het huis in.

‘Heel mooi,’ zegt meneer Ivanovitsj, ‘u heeft een muzikaal huisdier. Dat is een goed teken. In Rusland zeggen we: een zingende kat is beter dan een zwijgende buurman.’

Wat? Ik word op snelheid gepakt, over zo’n diepzinnige uitspraak moet ik even nadenken.‘U heeft er geen boodschap aan?’ Zijn wenkbrauwen gaan de hoogte in.

Wat kan ik deze nieuwsgierige Rus vertellen? Zit er muziek in wat hij zegt? De buurman links, een zakenman die voortdurend over het verkeer in de straat klaagde, is naar een belastingparadijs verhuisd. En de man die rechts van me woonde, is er met mijn vrouw vandoor. Een geluk bij een ongeluk, dat laatste. Dat eerste trouwens ook. Stil in de straat is het dus wel. Op alle auto’s van die tweeverdieners na dan. Alek en ik doen niet aan die benzineslurpers. Wij hebben de benenwagen en daarmee redden we ons prima.

Krijg dat eens uitgelegd aan een exoot die zichzelf bij je heeft uitgenodigd. Ik grijns dan maar. O ja, ik mag niet zwijgen, luidens zijn spreekwoord. ‘Zingen is beter dan stilte. Klopt, klopt!’ zeg ik haastig.

‘Niet nodig, hoor, dat kloppen. U deed de deur zonet al voor me open. Hoogst hoffelijk van u,’ zegt meneer Ivanovitsj toeschietelijk. Zijn melodieuze stem bevalt me steeds meer.

Hij haalt een knalgele thermosfles uit zijn jaszak en schenkt thee in mijn mooiste kopjes. ‘Russian Caravan,’ zegt hij met de grootste smile die ik ooit op iemands gezicht zag. ‘Topkwaliteit.’

Ik kijk om me heen. Hoe zijn we in mijn woonkamer beland? En waar komen die kopjes zo gauw vandaan? Het moet zijn stem zijn, die me door mijn eigen woning laat zweven, zonder besef van tijd of ruimte.

Voor ik het weet, heb ik een kopje dampende thee in mijn handen. Ruikt heerlijk. Ik kijk verontschuldigend naar Alek. De lunch kan wel even wachten, niet?

‘Ik zei het u toch,’ zegt meneer Ivanovitsj terwijl hij aan zijn thee ruikt, ‘beter vind je niet, magisch bijna.’ Hij ploft parmantig op mijn sofa.

Hm, hij voelt zich hier gelijk thuis. Ik kijk hem aan, neem een nipje en vervolgens een slok. Wie zo’n lekkere thee meebrengt, vergeef ik veel. Veel, maar niet alles. Je moet altijd kritisch blijven. ‘Vertelt u mij eens wat u werkelijk hier brengt, meneer Ivanovitsj. U komt vast niet voor … borsjt.’ Een Boris ken ik, aardige man overigens, borsjt niet. Mijn stem klinkt een beetje onvast.

Ik krijg bijstand van Alek, die zich opnieuw bij ons heeft gevoegd. Hij krabt aan een poot van het salontafeltje – dat mag hij. Hij wel. Zijn korte, felle miauw doet aan als een ‘Dat dus.’

Meneer Ivanovitsj zet zijn kopje neer en zegt op een serieuze toon: ‘U heeft natuurlijk gelijk, ik kom niet om te controleren of u genoeg borsjt in huis heeft. Ik schat overigens in van niet en ook dat u niet weet wat borsjt precies is.’

Ik voel mijn hoofd warm worden. ‘Eh,’ weet ik slechts domweg uit te brengen.

Alek schuurt tegen mijn rechterbeen. Ik weet me daardoor te herpakken. ‘Vertelt u mij nog de ware reden van uw komst?’

Een tevreden ‘miauw’ volgt. Dank je, Alek.

‘Goed, ik zal het u vertellen.’ Voordat de Rus aan zijn verhaal begint, lijkt hij te worden afgeleid door mijn boekenkast. ‘Mooie collectie heeft u daar,’ zegt hij terwijl hij er van een afstandje naar kijkt. Hij gaat staan, soepel als een jongeling die nooit in een oorlog heeft gediend.

En of het een mooie collectie is. Het is een bonte verzameling van Alice in Wonderland-boeken. Een tentoonstelling waard, al zeg ik het zelf. Mijn argwaan is op slag verdwenen. Deze man aanbidt de Literatuur, met een hoofdletter -L-! Met zulke mensen krijg je nooit problemen, toch? ‘Dank u, meneer Ivanovitsj.’

Hij humt weer een deuntje, ditmaal zonder assistentie van Alek. Herken ik daar ‘Painting the Roses Red’ uit de Disneyfilm? ‘Wist u dat wij in Rusland ons eigen Alice in Wonderland-verhaal hebben?’ vraagt hij.

‘O?’

‘Ja, het heet Anya v Strane Chudes en is geschreven door Vladimir Nabokov, een briljant schrijver, als u het mij vraagt.’

Ik knik en volg elke beweging van deze wonderbaarlijke man. Hij heeft mijn interesse gewekt, en dat is best een klus. Vraag maar aan mijn vrouw – als je haar vindt.

‘Het is gebaseerd op het originele Engelse verhaal en licht aangepast aan onze culturele context. Een beetje rood gemaakt, zeg maar. Lezers krijgen daardoor meer gevoel bij het verhaal. Gevoel, dat is wat deze harde wereld ontbeert … Dat aanpassen zou men trouwens vaker moeten doen.’

‘Eh, wat leuk, weer wat geleerd.’ Ik sta op en loop naar de boekenkast. Bijna struikel ik over Alek, die zich niet verwaardigt te hissen. Ik haal een blauwe Alice-bundel met korte verhalen en gedichten uit de kast. ‘Grappig dat u erover begint. Niet zo lang geleden is dit boek verschenen.’ Sindsdien is het mijn lievelingsboek; ik hou het met trots voor mijn borst. ‘Veel auteurs hebben er een bijdrage aan geleverd.’ Ik bloos een beetje. ‘Zelfs ik. Het overkoepelende thema is, zoals u natuurlijk al heeft geraden, Alice in Wonderland. Elke schrijver heeft er een eigen twist aan gegeven.’

Hij staart me aan zonder een spier te vertrekken. ‘En, wat zijn de eenduidige lessen die we uit al die verhalen kunnen trekken?’

Nouja. ‘Ach, dat zijn er zoveel, denk ik. Te veel om zomaar even op te noemen. Wilt u het boek inzien?’ Ik reik het hem aan en denk aan de gedichten die ik niet helemaal heb begrepen.

Hij pakt de bundel aan. ‘Veel auteurs, u zegt het. Pfiew,’ fluit hij, ‘zwaar ding. Die samensteller pakt door.’ Hij bladert erin. ‘Laura Scheepers. Ooit al van gehoord, ja. Frank Roger, veelvuldig vertaald. Tussen de Wolga en de Oeral lezen ze hem in het Basjkiers, geloof ik. Brrr, Marius Vahlkamp – streng verboden in Rusland. Preuts zijn we niet, normen en waarden hebben we wel! E-ve-li-ne van Dienst? Zoals in: mag ik u van dienst zijn? Hah hah, een slechter pseudoniem kun je niet bedenken.’ Hij klapt het boek dicht, zijn mondhoeken gaan omlaag. ‘Waar zijn de illustraties?’

‘Die zitten er niet in.’

Meneer Ivanovitsj kijkt op. ‘Wat zegt u?’ vraagt hij. Zijn stem gaat onaangenaam de hoogte in. Er valt geen melodie meer te bespeuren …

Als hij het zo wil spelen. ‘Die. Zitten. Er. Niet. In,’ zeg ik overdreven articulerend. Ik ken het boek toch?

Er klinkt een benepen miauw, waarna Alek wegsprint. Hij weet wanneer de grond hem te heet onder de poten wordt.

De ogen van meneer Ivanovitsj worden groot, zijn kaken gaan op elkaar en hij mompelt binnensmonds. Russisch, wellicht. Ik kan het in ieder geval niet verstaan. De spanning loopt zichtbaar op. Zijn gezicht kleurt rood en het speeksel pruttelt tussen zijn lippen. Zijn gebrabbel wordt luider.

Dan opent hij zijn mond en vuurt de ene na de andere zin op mij af. Ik weet nog steeds niet wat hij zegt, maar hij is het vast ergens niet mee eens. Het feit dat hij met wilde uithalen pagina’s uit mijn allerliefste boek scheurt en op de grond laat dwarrelen, biedt weinig ruimte tot twijfel. Weet hij wel hoe duur dat boek is? Het is niet alsof ik auteurskorting heb gekregen. Waar is de vriendelijke Rus van zo-even gebleven? ‘Hé! Ho, stop, meneer Ivanovitsj! Wat doet u nu?’ Ik wil het boek, of wat ervan over is, uit zijn handen pakken, maar ik kom er niet bij. Ach, mijn arme hart bloedt voor de gepijnigde Literatuur.

‘Een Alice-bundel zonder eenduidige lessen?’ schuimbekt hij, plots weer in het Nederlands. Hij heeft een zwaarder Oostblokaccent dan bij zijn binnenkomst. ‘Zonder illustraties zelfs? Wat bezielt jullie simpel kikkervolkje? Wat dachten jullie toen jullie dit …’ hij houdt oneerbiedig het restant van het ooit zo prachtige boek omhoog, ‘dit … ding schreven?’ Hij kijkt er vol afschuw naar en keilt het in de verste hoek van de kamer. Ik zie dat daar al een dik boek met spookverhalen ligt. Juist. Ik moet wat vaker opruimen. Dat was die keer toen er een Fransman aan de deur stond, hij vroeg om uien. Gent is klein en tegelijk heel internationaal. Wie weet –

Meneer Ivanovitsj slaat met zijn vlakke handen op het salontafeltje en onderbreekt ruw mijn hoogst originele gedachten over hoe de wereld in korte tijd een dorp is geworden: allemaal de schuld van social media, invasies en wat nog meer. Nu dringt slechts één vraag zich op: wie of wat heb ik in hemelsnaam binnengelaten?

Hij kijkt me vermanend aan. ‘Er zit een hele wereld achter het Alice-verhaal, weet u. Het is meer dan enkel een vermakelijk verhaal over een meisje in een blauwe jurk. Daar moet u respect voor hebben.’

Die man is niet goed!

Hij gaat briesend verder. ‘Wat dacht u van de thee – niet de Russian Caravan – en de koek? Gewoon grappig, leuk bedacht, …?’ Dat smalende toontje aan het einde.

Erg veilig voel ik me niet meer, en dat in mijn eigen huis.

‘Eh, eerlijk gezegd wel,’ stamel ik, ‘het gaat om fictie, dat weet u toch?’

‘Fictie? Fictie, mijn reet. Hoe kom je erbij dat het een fictief verhaal is? Fictieve verhalen bestaan niet, ook niet in het fantastische genre. Elk verhaal is geschreven op basis van ervaringen. Elk verhaal bevat een boodschap, daar gaat het om. Of het nu borsjt is of –’

‘Daar … daar ben ik het niet mee eens,’ mompel ik. Is het wel verstandig om tegen zo’n woesteling in te gaan?

‘Niet?’ Hij snuift.

Ik verzamel mijn moed en start mijn betoog. Het gaat tenslotte om de Literatuur, geen kleinigheid. ‘Nee, meneer Ivanovitsj … Verhalen kunnen wel degelijk fictief zijn. Veelal gaat het dan om wedstrijdverhalen, in korte tijd verzonnen. Wat ideetjes samengooien. Zoals een faun met een lek in zijn dak hier of een elf met liefdesverdriet daar. Eenvoudige dingetjes. Ik weet het maar al te goed, want ik bedenk ze zelf vaak. Als je die ideetjes vervolgens wat meer uitwerkt, zit er vaak wel potentie in voor een kortverhaal. Ik zou zelfs durven zeggen: Literatuur. En dan is er bijvoorbeeld ook nog autofictie …’

‘Hou op, schei uit,’ buldert de Rus. Zijn baardharen lijken te splitsen van woede. ‘Wat een flauwekul. Geen enkele plot is fictie. De opgedane ervaringen van de schrijver worden door hem of haar, bijvoorbeeld door die Van Dienst,’ onderbreekt hij zichzelf, ‘het blijft een lachertje, die naam, … neergekrabbeld en die maken een verhaal. Een vertelling is dus altijd gebaseerd op de realiteit.’ Dat laatste woord spreekt hij behoorlijk dreigend uit, gevolgd door een ‘Tsssss.’

Alek komt ondanks het verbale geweld de woonkamer binnengetrippeld en draait zijn kopje schuin naar me toe. Nieuwsgierig aapje, eh, aagje.

Iedereen bevriest even.

De Rus staart voor zich uit.

Ik kijk naar Alek.

Alek naar mij.

Het kwijl druipt uit Aleks bek. En dan valt bij mij het kwartje. Hij is duidelijk afgekomen op de ‘tsssss’ van de man. Alleen is ‘tsssss’ niet hetzelfde als ‘psssss’; het geluid dat ik altijd maak om hem te lokken voor een snoepje. Want je moet wat als je samenwoont met een kat. De dagen zijn lang, zo zonder vrouw – zelfs zonder míjn vrouw. Was Pavlov eigenlijk een Rus?

Ik wend me tot meneer Ivanovitsj. ‘Vertelt u mij dan maar wat ik allemaal aan,’ ik maak denkbeeldige aanhalingstekens in de lucht, ‘realiteit in het verhaal van het meisje Alice kan vinden. Ik bedoel: praten met dieren, verandering van grootte, speelkaarten die tot leven komen, …’ Het kost me moeite om de ‘kom nou, laat me niet lachen’ in te slikken, want ik wil deze gekke dodo niet bozer maken dan hij al is.

Meneer Ivanovitsj schudt traag zijn hoofd. ‘Laat maar. Totaal zinloos, dit.’ Zijn stem klinkt vlakker, nu. Zijn schouders gaan hangen.

‘Zinloos? Ik voel hier juist een diepgaand gesprek opkomen,’ zeg ik, misschien net iets te uitdagend.

Alek grauwt. Prima.

‘Goed dan, jonge man,’ zegt de Rus, ‘ik probeer het nog één keer uit te leggen.’ Hij zucht. ‘Het gaat om de wereld achter het verhaal. Het verhaal van Alice zit vol metaforen, vol levenslessen, vol … Ik wilde het u daarnet vertellen.’

Ik luister naar zijn geblaat, maar hoor al dat hij mij de grootste nonsens gaat verkopen. Het lukt me dan ook niet meer om hem aan te blijven kijken en dus staar ik naar de vloer.

‘… maar u lijkt er geen interesse in te hebben en u lijkt er eerder op uit te zijn om uw gelijk te halen, om te streven naar een eindeloze welles-nietes-discussie.’ Hij zwijgt abrupt. En dan, heel snel: ‘Daar pas ik voor.’

Triomfantelijk kijk ik hem aan. Ha, ik heb hem. Gewonnen, zonder te zijn begonnen. Aleks aanwezigheid doet altijd zoveel goeds. Ik knipoog naar mijn kleine maatje.

Meneer Ivanovitsj staat op, pakt zijn knalgele thermosfles van het salontafeltje en vertrekt zonder plichtplegingen. ‘Proost,’ roept hij me nog na voordat hij de deur stilletjes achter zich sluit.

De Literatuur is gered. Tot daar de huisvredebreuk.

En toch … Ineens voel ik een onrust in mijn buik. Is het de opgebouwde spanning van daarnet? Het borrelt. Dan gebeurt het: mijn handen tintelen. Ik kijk ernaar. Ze lijken te vervormen. Ze vervormen echt! Hetzelfde geldt voor mijn armen, voeten, benen, mijn … mijn hele lichaam krimpt. Ik ben zo klein als … tja … Had die dodo uit Rusland gelijk? Grijpt elk verhaal terug naar een ervaring van de schrijver? Naar een realiteit waaruit wijze lessen te trekken zijn?

Nog vóór de reusachtige implicaties van dit inzicht helemaal tot me doordringen, zie ik een klauw op me afkomen. Alek, nee, ik moet je zoveel uitleggen. Er is geen tijd voor een snoepje. Ík ben geen snoepje. ‘Kssssst, ga weg!’

Als de pijn opkomt weet ik: hij heeft er geen boodschap aan.

 

#

 

Op zoek naar meer leesplezier? Hier vind je misschien je gading …

Ivan van Ivan, anthologie samengesteld door Finn Audenaert (2026), uitgave in eigen beheer, o.a. te koop op Bookmundo
Alice. Nieuwe avonturen in Wonderland, anthologie samengesteld door Finn Audenaert (2025), uitgeverij Poespa Producties
Bang voor spoken?, anthologie samengesteld door Finn Audenaert (2024), uitgeverij Poespa Producties