
Deze recensie heeft geen zin meer als opwekker naar de voorstelling te gaan of op tijd reclame te maken voor Theatergroep Terra: ik zag de allerlaatste uitvoering. Maar aangezien het natuurlijk onze plicht is al het naleven van Alice vast te leggen, schrijven we er toch over.
Gezien: ‘Alice in Wonderland’ (6+)(muziektheater), op 7 juni
in Theater aan de Schie, Schiedam
Met: Nikita Willemsen (Alice), Wesly de Ridder (o.a. het Witte Konijn), Sjors Arts (o.a. de Hartenkoningin) en Melle Berendse (o.a. de Hoedenmaker).
Script en liedteksten: Sjors Arts
Poppen-, decor- en kostuumontwerp: Kathelijne Monnens
Muziek: Hilmar Leujes
Lichtontwerp: Tim van Tooren
Geluidsontwerp: Jurriaan Boerstoel
Regie: Wesly de Ridder
Alle scènefoto’s: Mark Bos
Theater Terra bestaat al sinds 1977 en is gespecialiseerd in bewerkingen van klassiekers, kinderboeken en sprookjes. Meestal gaat het om muziektheater voor het hele gezin, met acteurs en levensechte poppen (waarachter de acteurs ‘gewoon’ zichtbaar zijn).
Zoals zo vaak is ook deze Alice-adaptatie een loflied op de fantasie. We worden daarop voorbereid door de beginscène, waarin we Alice en haar ruziënde vader en moeder zien in een kunstmuseum. De (milde) vader staat open voor wat nieuwere en apartere kunst, hij probeert dat over te dragen op de nieuwsgierige Alice. Maar de kijverige moeder ziet nergens schilderijen die ze nou echte kunst zou willen noemen. Dezelfde acteur zal straks een daverende Hartenkoningin zal zijn, ze is al gedeeltelijk in het rood, ook met een rode hoed waar ze haar hoofd nog even geraffineerd achter verbergt. Als Hartenkoningin zal ze daar een paar keer op luide toon aan toevoegen dat ze een bloedhekel heeft aan (mensen die doen aan) fantasie.
Dan loopt er een nogal gestrest Konijn langs. Even later zien we dat Konijn in een schilderijlijst. Alice zal niet lang daarna door de ruimte kruipen die het ‘schilderij’ openlaat. Ze komt terecht in een heel bijzonder land, met een stelletje ook erg bijzondere personages: Tweedledee en Tweedledum, Absolem, een al oudere rups, een blauwe kat met een fraaie grijns en een Hoedenmaker en z’n vrienden.
Die lijken haar allemaal al te kennen, eigenlijk ook uitgezien te hebben naar haar komst. In een gedicht is voorspeld dat Alice zal terugkeren en Wonderland zal bevrijden.
Ook dit Wonderland wordt gedomineerd door een wat nare Koningin. Aanvankelijk denken we nog dat Alice met een beroemd zwaard een bepaald monster,
het Larieloeder (een variant van de Jabberwock), moet gaan verslaan. Maar Alice beslist anders.
Een en ander leidt tot een volbloed happy end, zowel in Wonderland als in het ‘echte leven’. Het enorme monstergeval verschijnt wel, maar Alice begrijpt heel goed dat er eigenlijk iemand anders het kwaad is en stuurt het gevaarte met het magische zwaard richting Koningin…. Alice, gegroeid door haar fantastische avontuur, weet haar ouders zover te krijgen dat ze beloven nou eindelijk eens op te houden met hun gekibbel, en met een handigheid zelfs dat ze hand in hand het toneel verlaten.
Tegen het eind is een fraaie en ontroerende scène de terugkeer van de rups Absolem als vlinder. Het kind naast me ging betoverd staan, tikte, zonder haar blik los te laten, haar moeder aan en wees.
En het is allemaal echt gebeurd, hè: Alice heeft het horloge van het Witte Konijn (nog) in haar hand.
Wonderland, Spiegelland en fantasy
Het is volkomen logisch dat er in zo’n voorstelling ‘geknoeid’ wordt met het origineel. Adapteren is noodzakelijk, al is het maar omdat er ook voor jonge kinderen gespeeld wordt. Wel met, zoals dat hoort, vette knipogen naar de volwassenen. Het gaat er vooral om of dat een beetje goed gedaan wordt.
Veel is hier bekend werk. Zoals gebruikelijk is deze versie gemengd met Spiegelland. Sinds de Alice-Disney-films van 1951, 2010 en 2016 en allerlei Alice-fantasy is er zelden nog een Alice in Wonderland-adaptatie die het puur bij het eerste boek houdt. We zien de mengeling hier aan het schaakbordmotief in het decor, aan een optreden van de Tweedles, en het verslaan van het monster in het slot.
De naam van de (ook hier blauwe) rups: Absolem, is te danken aan Burtons eerste film (2010). Net als in die film zijn de Tweedles en (vooral) het Konijn helpers.

© Mark Bos
Een originele toets is de invulling van het personage dodo, hier Ferdinand geheten Het is ook een vette knipoog naar de identificatie dodo/Carroll. Hij is de sigaar als ‘hulpje’ van de Koningin. Ondanks de negatieve energie van de Koningin probeert hij een zekere status te behouden, wat een geweldige mix van resoluutheid, aarzeling en schijterigheid oplevert.

© Mark Bos
Keten en grappen
De keuze voor de Tweedles is te begrijpen. Het levert een enorm aantal grappen op, in de tekst, in beeld (verwisselingen) en in geluid (een oergeestig poinggjjgg als ze zich verplaatsen en neerkomen), alles in een razend tempo. Onder andere wordt hier de grap met Iemand en Niemand (die gemaakt wordt aan het hof in Wonderland en in Spiegelland in het hoofdstuk ‘De leeuw en de eenhoorn’) enorm geestig uitgewerkt. met nog een heel stelletjes ontkenningen en bevestigingen erachteraan. Is het verstandig zo’n scène bijna meteen aan het begin? Zo hilarisch wordt het niet gauw meer….Aan de andere kant: de zaal is er wel lekker door opgewarmd.
Maar ook elders is er volop ruimte voor (logica)grappen, woordspelingen en gekeet. Het gesprek dat Alice heeft met de rups is ingekort, maar heeft toch een aardig restant van het gevraag over en weer van ‘wie ben je’. Een paar keer vraagt Rups aan Alice of ze Alice is, maar die weet dat niet (meer). Ze weet alleen dat haar náam Alice is….
Veel woordspelingen zitten bij de Hoedenmaker en de Koningin, en de meeste ruimte voor lekker keten is voor de Koningin. Terra heeft ervoor gekozen haar een mooie mengeling te laten zijn van eng/bedreigend en om mee te lachen. De Hartenkoningin (‘Hare Koninklijke Vreselijkheid, ook wel ‘Nare Majesteit’) is voor niemand in de zaal een heel serieuze bedreiging, door het feit dat de energieke acteur die haar speelt voortdurend de lachers op zijn hand heeft. Een leuk soort bedreiging is het, dat Larieloeder moeten we nog maar eens zien, echte handboeien en de gevangenis blijven onzichtbaar, en van vallende koppen is al helemaal geen sprake. Wel zingt ‘ze’ een sterk en geestig lied met als gezellig terugkerende zin ‘Kop eraf!’, waar elk kind op kan meedeinen. Haar interactie, in tekst en beweging, met de dodo is geweldig.
Soms zijn de grappen wat flauw, met verwijzingen naar Gerard Joling en André Hazes senior, maar wel weer leuk is een wat actuelere waarin de draak gestoken wordt met (de fans)van Francis van Broekhuizen.
Alice en de rest
De kans om in een lied of anderszins de lachers op haar hand te krijgen is er voor de actrice die Alice speelt niet. Maar ze neemt je al wel snel voor zich in. Ze heeft niet de hele tijd veel te doen, bij voorbeeld als ze met een kaart op zoek is en weinig hulp krijgt, daar zit ook wat (onnodige) herhaling in. Maar in de ontmoetingen is ze lekker actief, en ze heeft een paar sterke liedjes (die ze brengt met flair en een fijne stem). Nergens spectaculair, wellicht wat meer voor de oudere kinderen en volwassenen. In de eerste recensies wordt Nikita Willemsen nauwelijks genoemd of ze krijgt de aantekening dat ze waarschijnlijk snel in haar rol zal groeien. Dat is dan een voordeel van het laat zien van een voorstelling: Willemsen, De Ridder, Arts en Berendse zijn volledig op stoom en erg goed (op elkaar) ingespeeld.
De drie mannelijke acteurs die alle andere rollen spelen, schieten van de ene in de andere rol, het meest in (of achter) de Hartenkoningin, de Hoedenmaker en Het Witte Konijn.
Acteurs achter de poppen
Een acteur achter een pop: je ziet het, maar op een gegeven moment valt het nauwelijks meer op. En het maakt al helemaal niet uit voor de geloofwaardigheid van het poppenpersonage. Sterker: het is zelfs fascinerend om de acteur het voor elkaar te zien krijgen zijn eigen lijf én dat van de pop allerlei dingen tegelijk te laten doen.
De poppen zijn gemaakt door Kathelijne Monnens, ze zijn prachtig zoals je kunt zien op de foto’s. Ook het geintje dat in de eerste Disney-film met de rups gemaakt wordt: drie losse onderdelen (hoofd, poot, staart), weet ze voor elkaar te krijgen, met drie acteurs, die tegelijk dezelfde teksten spreken. Het is daarna gewoon jammer als een acteur Chesire in z’n eentje ‘draagt’. Het is een mirakel dat Monnens ook nog zulke interessante en passende kleren en decors heeft ontworpen, een multitalent.

© Mark Bos
Ten slotte|
Alles bij elkaar: een vriendelijke, grotendeels levendige voorstelling, behoorlijk dicht bij het origineel gebleven, met gebruikmaking van elementen van zo langzamerhand bekende Alice-adaptaties, met hier en daar een originele toets.
Na afloop kwamen de acteurs naar de foyer voor een fotomoment. Een enorme, gedisciplineerde (Engelse!) queue stond ze al op te wachten. Elk kind kreeg speciale aandacht, met een hoop gekeet (én liefde voor de wat aarzelende typetjes) van de acteurs.
V.l.n.r. Wesly de Ridder, Nikita Willemsen, Sjors Arts en Melle Berendse

Nikita Willemsen hield een blog bij tijdens het begin van de tournee: https://www.facebook.com/reel/1633793707812236 , met daarin een optreden van onze eigenste Henri Ruizenaar toen het gezelschap Oldenzaal aandeed.
Vanaf eind september is van Terra ‘Pippi en de Piraten’ te zien.

