Skip to main content Scroll Top

Koffieloze woensdag

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Voor Tineke, die thee boven koffie verkiest.

Op een woensdag als een ander viel Alice door het welbekende konijnenhol – deze keer zat ze nochtans achter een eekhoorn aan. Het arme kind landde met een plof in een overvolle keuken. De Hoedenmaker zat te suffen aan tafel, tegenover hem speelde de Maartse Haas in zichzelf mompelend een partijtje patience.

Op de tafel en de vrije stoelen – ja, zelfs op de schoot van de Hoedenmaker – stonden stapels borden met etensresten en vuile kopjes. Bestek slingerde overal rond. Het rook er niet al te fris. Alice fronste haar wenkbrauwen. Wonderland was er niet op vooruit gegaan. Ze slaakte een kreet toen ze op een vork trapte. De tanden priemden pijnlijk door haar dunne zool.

Aan tafel schrok de Gekke Hoedenmaker op. ‘Te laat!’ riep hij dramatisch. Zijn hoed wiebelde op zijn overgrote hoofd.

‘Hoort u dat wel te zeggen?’ vroeg Alice terwijl ze de gemene vork loswrikte.

De Hoedenmaker keek haar nors aan. ‘Zwijg me van dat verdraaide konijn met OCD. Ik heb belangrijker problemen. Het koffiezetapparaat is kapot en ik heb al drie vergaderingen gehad. Eentje om zes uur, eentje om zes uur tien én eentje om zes uur twintig. De koffie is te laat.’ Hij wees naar een zieltogend toestel op het aanrecht. De klep was eraf, de schakelaar hing scheef. ‘Het spelletje koffiezet-tikkertje met de Rups liep eergisteren fout af. Hij won.’ De Hoedenmaker trok een nog zuurder gezicht. ‘En zo verloren wij allemaal.’

De Maartse Haas knikte vol medeleven. ‘Erg, erg,’ zei hij. Toen smakte hij een kaart op tafel. ‘Dekselse Boer. Bijna uit!’

‘Welke vergaderingen dan?’ vroeg Alice. Ze vergat op slag de rommel in de keuken, duidelijk het resultaat van twee vrijgezellen die gingen samenhokken. Voor zover zij wist werd er in Wonderland per koninklijk besluit geregeerd. Veel vergaderen was er niet bij. En Marius de beul trok het land niet rond met powerpointpresentaties, daar was ze zeker van. Aan informatierondes deden ze niet in dit gekke rijk.

‘Hoezo, “welke vergaderingen”?’ De Hoedenmaker pulkte aan een puist op zijn neus. ‘Ik herinner me vaag dat we met het Comité ter Bevordering van de Rugslag prijsoffertes vergeleken voor nieuwe springplanken aan de Poel der Tranen. Maar we kunnen het ook over een trampoline-hindernissenparcours op het croquetveld van de Hartenkoningin hebben gehad. Ik was er met mijn – ahum – hoofd niet bij. Vraag me niet naar die andere vergaderingen! Geen koffie, geen concentratie. Logisch toch?’ Zijn ogen werden gevaarlijk groot. Er sijpelde wat vocht uit de puist op zijn neus.

Koffie! Alice dacht aan thuis, daarboven, en liep rood aan. ‘Eh, ik heb nog nooit koffie gedronken, weet u. Daarvoor ben ik te jong.’

De Hoedenmaker keek haar aan alsof ze zojuist had gezegd dat ze de Hartenkoningin persoonlijk een klap had gegeven. ‘Jij drinkt geen koffie?’ fluisterde hij.

De Maartse Haas legde zijn kaarten neer en slikte hoorbaar. Ergens in de theepot die boven een stapel borden uittorende piepte een muis klaaglijk. Het was niet de Zevenslaper, want die had Alice bij haar vorige bezoek op zijn vraag de grens met Nooitgedachtland overgesmokkeld.

‘Dan ben jij hier de gekste van allemaal,’ zei de Hoedenmaker. ‘En dat wil wat zeggen.’ Hij stond abrupt op, waardoor er een hels lawaai weerklonk. Aan zijn voeten lag het vol scherven. ‘Geen koffie, geen servies,’ besloot hij filosofisch.

Alice bedacht net hoe ze daarop moest reageren toen de Hartenkoningin de keuken binnenstormde. Ze was ondanks haar naam schaamteloos paars aangelopen; haar kroon stond scheef op haar dik gevlochten haar. ‘Waar. Is. Mijn. Espresso?’ hijgde ze. Ze stampte bij elk woord op de plankenbodem. De messen, vorken en lepels dansten in het rond.

‘Het apparaat is toch kapot, Majesteit.’ De Maartse Haas hield verschrikt zijn poot voor zijn snoet.

‘Hoofd eraf!’ klonk het ziedend.

‘Van de haas of van het apparaat?’ vroeg de Hoedenmaker. ‘De klep heeft al de geest gegeven. Ach, zonder koffie heeft een mens geen zekerheden meer.’ Het dunne straaltje pus droop van zijn wang op zijn vooruitstekende kin.

‘Allebei!’ gilde de Hartenkoningin.

Alice’ ogen flitsten van links naar rechts. Gelukkig was er geen soldaat te bespeuren …

De Hoedenmaker boog zich naar haar toe. Aan zijn kostuumvest hing het oortje van een gebroken kopje. ‘Zie je wel,’ fluisterde hij, ‘zonder koffie draait ze nog meer door dan anders. Elke koffieloze ochtend is een ramp. En niemand heeft er een idee van wanneer er een nieuw apparaat wordt geleverd. De Kolderkat heeft een vakbond opgericht en onderricht  – zulke dure woorden gebruikt hij nu – de leer van Marx Lark; de productie van zowat alles ligt momenteel stil.’

‘Zelfs die van speelkaarten,’ zei de Maartse Haas bedremmeld.

De Hartenkoningin graaide wild naar het bestek op de grond en wierp het alle richtingen uit. Tik. Tak. Plonk. Alice dook ternauwernood weg.

‘Dus de Hartenkoningin wordt knettergek als er geen koffie is,’ vroeg ze bezorgd.

‘Zolang als Wonderland bestaat al.’ De Hoedenmaker zuchtte diep. ‘Nu moet je weten dat er slechts drie koffiezetapparaten in Wonderland zijn. De Hartenkoningin houdt de zwarte godendrank graag exclusief. De andere toestellen zijn al even kapot. En dan krijg je dit … heibel! We hebben wel eens geprobeerd Hare Majesteit cafeïnevrij te zetten.’ Hij rilde. ‘Dat was de Grote Onthoofding van ‘09. We spreken er normaal niet over.’

De oren van de Maartse Haas gingen hangen. Hij schuifelde uit beeld.

Alice keek haar ogen uit. De Hartenkoningin schreeuwde tegen de theepot: ‘Geen koffie! Geen soldaten! Alles gaat naar de knoppen.’ Ze draaide zich naar de Hoedenmaker en wees beschuldigend naar de grote knopen van zijn besmeurde kostuumvest. Vervolgens bukte ze zich verbazend snel, alsof ze geen honderdvijftig kilo woog, dook onder de tafel en riep: ‘Dit is geen hazenhol, Maartje. Sta op! Laat konijnendingen aan konijnen over.’

De klok aan de muur sloeg tien uur. Het wordt een lange dag, dacht Alice, en een eekhoorn heb ik nog niet gezien. Ze besloot wijselijk elke verdere verwijzing naar koffie uit de weg te gaan en schonk zich een kopje thee uit de pot.

Bah, schroeinetelthee. Smaakloos maar ongevaarlijk.