Achteraf gezien lijkt het me dat ik er eigenlijk niet aan kon ontkomen: Het verzamelen van Alice in Wonderland, in Spiegelland, De jacht op de Snark, alles over Lewis Carroll en alles wat er maar in de verste verte mee te maken heeft. Want dat is nou eenmaal het lot van een verzamelaar. Drie dingen van iets is vaak al het begin van een enorme verzameling.
Maar Alice is al vroeg mijn leven binnen geslenterd. Als meisje van acht werd het boek Alice in wonderland me al voorgelezen door mijn grootmoeder en verbeeldde ik me dat ik zelf Alice was, verkleed met een wit schortje voor en mijn haar dat altijd in vlechtjes zat, los afhangend. Dan liep ik door de grote tuin en praatte wat met de bloemen. Poessie, de grijsgestreepte kat kon ook echt glimlachen!
Later op de middelbare school werden op de “Grote avond” aan het eind van het schooljaar door elke klas, voor het bal na, stukjes opgevoerd of iets ten gehore gebracht. Mijn vriendin en ik kwamen op het idee een scene uit Alice in wonderland na te spelen. Helaas was ik toen mijn vlechtjes net kwijt en kwam ik niet in aanmerking voor de hoofdrol. Het hoofdstuk dat we uitbeeldden was dat van de dolle theevisite. Ik weet niet meer wie de Maartse Haas en de Hoedenmaker waren, maar mijn rol was die van de Zevenslaper, met als enige tekst: Knipoog, knipoog, knipoog, knipoog, knipoog …..tot ik werd genepen en met een harde gil toch nog wat aandacht wist te trekken. Het verhaal van de drie meisjes in de put was er als zijnde te lang uit geregisseerd.
Alice redde bovendien mijn mondeling eindexamen Engels: van mijn boekenlijst mocht ik zelf kiezen waarover ik wilde vertellen. In het Engels natuurlijk. En hoewel ik eigenlijk alleen de Nederlandse versie kon dromen slaagde ik er toch in er een behoorlijke samenvatting van te maken.
Met een flinke slok op kon het ook gebeuren dat ik op een feestje “Wauwelwok” declameerde tot grote verwondering van de aanwezigen. De onnavolgbare versie van C. Reedijk en Alfred Kossmann. Toch was ik me er toen nog steeds niet van bewust dat ik later zo’n grote verzameling zou aanleggen.

Gottmer 1999, vertaling
Sofia Engelsman
Ik erfde “Alice” van mijn grootmoeder en had inmiddels een eigen exemplaar. Op de rommelmarkt vond ik er nog drie en dat was het begin van de verzameling. Maar pas echt enthousiast werd ik toen ik de uitgave met de tekeningen van Helen Oxenbury onder ogen kreeg en ontdekte hoeveel verschillende illustratoren en kunstenaars zich op Alice hebben uitgeleefd. Ook ontdekte ik allerlei andere vertalingen, stripversies, miniatuurboekjes en kleuterversies. Hoewel ik in het begin ook allerlei buitenlandse talen erbij nam, ben ik me toch een beetje gaan beperken tot alleen Engelstalige exemplaren met verschillende illustraties en Nederlandse vertalingen.
En dan de rest van het werk van Lewis Carroll, zoals The Hunting of the Snark. Dit lange gedicht heb ik zelfs vertaald; een enig karwei, waarbij ik geprobeerd heb zowel de letterlijke vertaling als het rijm en het ritme passend te krijgen. Nog steeds heb ik de intentie om het zelf ook te illustreren, maar daar moet ik nog even de tijd en de rust voor zien te vinden.
Boeiend zijn als vanzelf opeens ook de boeken over C.L. Dodgson, van wie Lewis Carroll het synoniem was, zijn fotowerk, zijn brieven en zijn omgeving, en is er nog de verleiding om video’s, puzzels, popjes en spelletjes en servieswerk erbij te gaan verzamelen. Het gemak van internet maakt het verzamelen echter wel een stuk minder avontuurlijk.
Tot het moment is gekomen dat je steeds vaker met boeken thuis komt die je al blijkt te hebben! Vreselijk, je blijdschap van je nieuw verworven aanwinst te voelen omslaan in teleurstelling en schaamte. Zo langzamerhand moet ik eigenlijk de hele verzameling van ongeveer 300 boeken elke maand even doornemen! Trouwens helemaal geen straf.
Uiteindelijk moet je ook gaan verzinnen waar het allemaal naar toe moet als je er zelf niet meer voor kunt zorgen. Misschien weten de leden van ons genootschap hier een oplossing voor!

