Skip to main content Scroll Top

Bij zijn geboorte al te laat! Meneer Konijn

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Bespreking van:

Benjamin Lacombe (tekst & illustraties): Meneer Konijn
vertaling door Pim Lammers van Monsieur le Lapin Blanc (2024)
Uitgever: De Eenhoorn, Eke (BE), 2025, 48 p.
24,95 euro, ISBN 9789462918832
5+ (voorlezen)

Met Meneer Konijn herneemt Benjamin Lacombe (1982) zijn ‘bemoeienis’ met de Alice-verhalen. In 2016 verschenen de twee Alice-boeken in een luxe editie (samen in één doos). Hij tekent de in Meneer Konijn terugkerende personages, als de Hartenkoningin, het Witte Konijn en Alice, hetzelfde als toen. In 2021 volgde het fraai uitgevoerde uitklapboek Alice: le carrousel.
Alle drie redelijk goed verkrijgbaar, in verschillende talen, maar niet in het Nederlands.

Is in Wonderland het Witte Konijn een (terugkerend) personage op het pad van Alice, in Meneer Konijn (in het origineel is de verwijzing naar Carroll duidelijker: Monsieur le Lapin Blanc) is het Witte Konijn het hoofdpersonage, dat ergens in zijn leven even met Alice te maken heeft.

Op het voorplat lijkt Meneer Konijn bezig aan een soort val, gelijkend op die van de tuimelende Alice. Maar het gaat in dit verhaal niet om terechtkomen in een heel ander land, het is meer een beeld van Konijns voortdurend met de tijd worstelen. Op één van de klokken zie je trouwens ‘carroll’ staan.
Het betreft hier echt een leven, zoals Lacombe het formuleert aan het eind van de Proloog: dit is zijn [Konijns]verhaal. Zoals ik het lees, is dat een reusachtige knipoog naar dat van een held, met alle geëigende kenmerken van het heldenleven, inclusief Proloog en Epiloog (‘In de herfst van zijn leven….”).
Om te beginnen is er de wonderbaarlijke geboorte: feitelijk is het Witte Konijn (later gaat iedereen hem Meneer Konijn noemen) daar al te laat. Al zijn broertjes en zusjes zijn al uit de moederbuik, en de melk is op.
Dan zijn daar de beroemde daden, de werken. Dankzij zijn enorme fantasie maakt hij van het te laat komen een echt avontuur, waarna hij de meester en de klas verbluft met spannende en/of bijzondere verhalen. In zijn werkende leven lukt het hem de mensen op te vrolijken. Zelfs de dictatoriale Hartenkoningin, bij wie hij hofmeester wordt, weet hij met een van zijn activiteiten tot het onmogelijk geachte glimlachen te krijgen en haar te kalmeren met een creëren van een sublieme doolhof. Weer daarna trouwt hij met een intelligente schoonheid, Camille, die in bepaalde opzichten behoorlijk lijkt op Alice’ schepper: ze houdt van stille wandelingen, getallen en logica. Konijn krijgt geen kinderen met haar. Hun oplossing: hun huis openstellen voor kinderen die geen thuis meer hebben. Twee ervan heten, hé, Alice en Lewis.

Dan hebben we de gevleugelde woorden. Bij voorbeeld de antwoorden op gekke vragen, zoals “Slakken zijn verklede autootjes en wolkjes zijn gemaakt van suikerspin.” De mooiste betreffen de tijd. Ergens halverwege het verhaal komt Konijn al tot het besef dat hij dat hij volgens al die klokken misschien wel te laat is, “maar ik ben precies op tijd volgens de tijd die ik wil nemen om de wereld te ontdekken.”
Uiteindelijk weet Meneer Konijn het centrale conflict uit zijn leven op te lossen: de omgang met de tijd. Daarvoor heeft hij wel een helper gevonden, het is Cheshire Cat. Die vindt het een eer een verlaat konijn te ontmoeten. Zelf heeft hij (ook) een broertje dood aan de tijd. Om zijn nek hangt een grote klok met wijzers die alle kanten op gaan (helaas tekent Lacombe die niet!). Cheshire Cat leeft graag volgens zijn eigen ritme, klokken vindt hij maar illusies. Herkenning! Op de prent zien we deze keer dus niet Alice maar Konijn onder de boom ‘van’ Cheshire staan.

Konijn is een uniek persoon (ook als enige in het gezin een albinokonijn). De moraal is duidelijk, vriendelijk, maar ook een beetje cliché: iedereen mag er op eigen wijze zijn. Dit ook expliciet in de Epiloog. Met naast de tekst daarvan een prent die specifiek het motief van Konijn-en-de-tijd afsluit.
De opdracht achterin is voor ‘alle kleine konijntjes, te laat of op tijd, die uit een gebroken mal komen maar op hun dag hun plek in de wereld zullen vinden’, oftewel bij voorbeeld de kinderen die in het verhaal door Meneer Konijn en Camille worden opgevangen.

Alice en Wonderland
Op een bepaald moment in zijn leven, als Konijn al werkt als hofmeester op het kasteel van de Koningin (zie in Wonderland bij voorbeeld zijn rol tijdens de rechtszitting) ontmoet Konijn Alice. Eigenlijk meer: botst hij op haar, hollend uiteraard omdat hij te laat is. Het is een heel bijzonder, vreemd, sierlijk bewegend meisje, dat ‘niet meer weet wie ze was en ook niet waar ze naartoe ging.’ Konijn blijft maar even bij haar (zij met thee, Cheshire Cat is er ook), want het is al snel “O jee, o jee!”, hij moet een croquettoernooi gaan openen….
Als hij ontdekt dat hij zijn handschoenen en waaier vergeten is, stuurt hij In paniek Alice naar zijn huis om die op te halen. Bekend werk. Net als dat dat huis er kort daarna aan gaat: Alice’ reusachtige schoen is voldoende om dat weer te geven, maar we zien haar ook als reuzin in Konijns kamer (p. 34/35, zie afb.), een prent die eigenlijk nooit ontbreekt in Wonderland-versies. De reactie van Konijn op de verwoesting van zijn huis is erg leuk.

Alice verdwijnt weer uit beeld.

Op Konijns route door het wonderbos naar school zien we de richtingbordjes die alle kanten op wijzen (bekend van de eerste Disney-film). Camille wandelt graag langs de Vijver der Tranen. Onder de vrienden van Konijn zitten de Maartse Haas en de Gekke Hoedenmaker, apart genoemd, maar op de prenten tot één gesmeed: de Hoedenmaker is een Haas.

De illustraties
Die prenten zijn in het eerste stuk in orde en soms qua perspectief geinig, maar niet heel bijzonder. Dat verandert als Konijn in dienst treedt van de Hartenkoningin. Daarna zijn ze een lust voor het oog, Prachtige prenten van Konijns drukke werkzaamheden op een totaalshot van het kasteel, een betoverende dubbelpagina met de doolhof waarin je de tot rust komende Koningin ziet, doeltreffende schutbladen met Konijn tussen de rozen en, mijn favoriet: de ontmoeting van Konijn met de Hartenkoningin als er nog veel dreiging in de lucht hangt (er zijn geen kandidaten meer voor de functie van hofmeester die hun hoofd nog hebben!)(p. 22/23, zie afb. hieronder).

Voor de prenten lijkt me dat helemaal geen probleem, er valt veel te zien en te bewonderen. Maar de taal is op een aantal plekken best pittig. Een voorlezer zal zich hier en daar genoodzaakt zien te parafraseren of over te gaan tot een pauze met uitleg. Ook de afwezigheid van een echt verhaaltje met een spanningsboog kan hier een rol spelen.
Maar een zelflezer van 8+ die de worsteling met de tijd best goed zou kunnen volgen, zul je niet zo gauw zien grijpen naar een prentenboek met een min of meer schattig klein konijn op het voorplat….
Voor oudere en volwassen (mee)lezers valt, natuurlijk sowieso als je je Wonderland-fan bent, voldoende kijk- en leesplezier uit dit prentenboek te halen.