Bespreking van:
Tiny Fisscher & Jeska Verstegen. Alice tuimelt in Wonderland.
Naar het beroemde verhaal van Lewis Carroll. Volt, Amsterdam 2026.
19,99 euro
ISBN 9789062225842
[alle illustraties: ©Jeska Verstegen]

Nog maar anderhalf jaar geleden interviewden we ‘de koningin van de huidige hertalers van klassiekers’, Tiny Fisscher, op het symposium van het Genootschap. Ze had op dat moment acht klassieke verhalen geadapteerd, waaronder Kees de Jongen, Alleen op de wereld, De kleine prins en Romeo & Julia (inmiddels staat de teller op tien). Opvallend bij haar boeken is dat ze er ook zonder uitzondering in slaagt de beste illustratrices en illustratoren te strikken, onder wie Martijn van der Linden, Charlotte Dematons en Mark Janssen.
Aangezien ze de zaal in meerderheid overtuigde van de noodzaak van bepaalde ingrepen bij het bewerken, wel altijd met eerbied voor het origineel, probeerden we haar warm te maken voor een adaptatie van Wonderland. En dan wel graag eentje voor 7+, want die was er nog niet. Maar nu dus wel! Met illustraties van de fantastische Jeska Verstegen, die In 2025 een Zilveren Penseel kreeg voor het boek ‘Donsdag’ (2024) en in 2024 een Gouden voor Het touw en de waarheid (2023), een boek dat getuigt van hechte samenwerking tussen schrijver en illustrator.
Dat echt met z’n tweeën zien we ook bij deze nieuwe editie van Wonderland, dat op het voorplat auteur en illustratrice samen als maker presenteert. Met op de titelpagina meteen het duidelijke ‘Naar het beroemde verhaal van Lewis Carroll’[onderstreping door mij, HvV], en dan hebben we de variant op de oorspronkelijke titel al gehad. Hoor ik hier al het eerste gemopper? Nergens voor nodig, het is een erg geslaagd project.
Noodzakelijk adapteren
Natuurlijk zijn er met het oog op het jonge(re) publiek dingen aangepast of gesneuveld. Dat kan om allerlei redenen. De uitgever die vraagt niet te enge situaties te schetsen of te donkere beelden te leveren. Een voor jonge kinderen te lange of te lastige scène moet eruit, waaronder het begingedicht, het vaderlandse-geschiedenisverhaal van de muis, nagenoeg alle moralen van de hertogin, te lange gedichten en liedjes zoals ‘You are old, Father William’ uit hoofdstuk 5 bij de rups, de ‘ontmoeting’ met het hondje (hoofdstuk 4, in het origineel al een tamelijk loze scène, met een voor Tenniels doen matige illustratie) en het enorme lied van de griffioen en de treurpad bij de dans in hoofdstuk 10.
Ze worden trouwens een enkele keer erg geestig toch eventjes opgenomen, zoals bij de muis: ‘En daar kwam me toch een saai verhaal over wie welk land ooit had veroverd en hoe dat allemaal was gegaan…’. Of: ‘Het lied ging maar door,…’. Of Fisscher verzint een kort gedichtje, meestal een variant op een (al dan niet) bekend kindergedicht. Bij de rups is dat ‘De kat van ome Willem’.
Nu en dan moet er iets worden uitgelegd, als er bij voorbeeld een woord wordt gebruikt dat voor een 7-jarige onbekend is: een droog verhaal, een uitdrukking zoals je hoofd verliezen. Een mooie vertaling, dat laatste, ook al te vinden bij Nicolaas Matsier, van ‘to have fits’. Carroll maakt een woordspeling met ‘fit’, Matsier en Fisscher gebruiken daarvoor ‘(je) hoofd (verliezen)’. Alice staat dan tegenover de koningin, dus dat past mooi. Maar Fisscher laat de zin van de koning: ‘You never had fits, my dear, I think?’ uitspreken door Alice als statement: ‘Uw vrouw, majesteit. Zij verliest om de haverklap haar hoofd’.
Verheugend nieuws voor sommigen zal zijn dat Fisscher de vingerhoed uit hoofdstuk 3, die bij de vertaling van Imme Dros gesneuveld was, gewoon laat staan. Ze maakt er, naar mijn idee, wel een grap over, door te laten doorschemeren dat de dodo niet weet wat voor’n ding het is.

Wel is er een daverende nieuwigheid. De makers vonden een waterpijp in deze tijd van waarschuwen voor roken en vooral vapen niet verstandig voor deze doelgroep. De illustratrice kwam toen met een caleidoscoop op de proppen, tot verrassing van schrijver en illustrator in de tijd van Carroll op school ingezet als middel om de verbeelding van de kinderen te stimuleren[1]. Je ziet hiernaast een typische speelgoedversie en ook de prachtig wervelende fragmentatie van Alice (juist in deze scène immers in verwarring over wie ze is).
Twee pagina’s verder krijg je nog zo’n meesterlijke prent, waarop de paddenstoel de grijns van de lapjeskat (die we straks pas gaan zien) wordt en het bos de rest van zijn gezicht. Voor de fans heeft Verstegen daar op de grond een schemerige waterpijp getekend, immers een monumentje in de geschiedenis van Wonderland.
Nakaarten
In het stukje ‘Nog even nakaarten’, een soort epiloog, verantwoordt Fisscher enkele van de keuzes op speelse wijze. De liedjes en versjes waren ‘veels te 1865’ constateert een van de nakaarters. In het verhaal laat Fisscher de treurpad zeggen dat het toen zogenaamd ook al ter discussie stond: ‘…maar wat moet je ook met zo’n nonsensversje?’, een fijn stukje metafictie door een zinnetje uit z’n verband te halen.
Maar ook mijmeren de paar nakaartende personages over de moraal, altijd een puntje bij de interpretatie van Wonderland. Ze zien gezellig meerdere mogelijkheden, zoals nieuwsgierig blijven en je eigen vorm vinden. En tegelijk kan het allemaal ook gewoon een hoop gekkigheid zijn.
Groei
Nieuwsgierig zijn en blijven. Je ziet het al aan Alice op het voorplat. Ze mag dan wel tuimelen, maar je constateert meteen dat ze benieuwd is naar wat er staat te gebeuren. Een citaat als het volgende (Alice met de griffioen) is typerend:
Ik ben in mijn hele leven nog nooit zo rond gecommandeerd,
dacht Alice. Maar ook nu won haar nieuwsgierigheid het van
haar verontwaardiging en…
Alice groeit dankzij die nieuwsgierigheid, door pittige gesprekken, doordat ze leert wat er achter die volwassenen schuilt aan betweterigheid en aanstellerij. Je ziet haar zelfvertrouwen en trefzekerheid toenemen, met als kantelpunt de discussie aan de theetafel. Haar discussie met haas en hoedenmaker is op niveau, en ze wordt assertiever. Ze kijkt door het filosofische woordspel van de hoedenmaker heen:’ ‘Heb ik om uw mening gevraagd? Méér van geen thee, is nog steeds geen thee’.’ Een prachtige toevoeging van Fisscher, die ook in de discussie aan tafel over de tijd op dreef is.

Kijk trouwens eens hoe elegant de tak meedoet aan de thee! En die stiff upperlip van de hoedenmaker(een beetje een portret van Paul McCartney?) mag er ook wezen. Je zult je niet vervelen met het zoeken naar leuke, betekenisvolle details, of die nu aan de bomen hangen of in het behang zitten.
Haakjes, woordspel en logica
In de slotscène aan het hof kan het groeien ook nog een mooie woordgrap opleveren
‘Ik kan er niks aan doen,’ zei Alice, ‘ik ben aan het groeien…’
De slaapmuis snoof. ‘Dat mag hier helemaal niet!’
‘Jij groeit zelf toch ook? protesteerde Alice.
‘Ja, maar nooit tijdens een rechtszaak.’
Fisscher volgt Carrolls tekst op de voet, met een fijne vertelstem, snelle dialogen en (dus) een lekker tempo. Ze krijgt het over het algemeen voor elkaar ook de geintjes van Carroll te gebruiken of daarop te variëren. Het mooist is dat te zien aan de beroemde zinnetjes tussen haakjes. Fisscher gebruikt ze volop, zelfs om wat extra te keten. Een gave vondst is het laten terugkeren van het woordje ‘veels’. Meteen op de eerste pagina start dit motiefje als het konijn langsdribbelt met ‘ ‘O nee, o jee, ik kom veels te laat’ (Veels? Dacht Alice)’. Aan het hof wordt het woordje zelfs nog een detective-elementje….
’veels te (zou konijn zeggen)’ lees je hier en daar, met 1x als geestige variant: ‘vreemderder (zou Alice zeggen)’.
Dubbele betekenissen en woordgrappen volop, tot op het eind, als enkele personages nog even nakaarten.
Een paar ervan konden gewoon blijven staan: ‘‘Natuurlijk begint twinkelen met een t!’ riep de koning boos.’ Die haalde ze letterlijk van Carroll.
Ook de woordspelinkjes bij het verhaal van de slaapmuis staan feitelijk al bij Carroll: stroopsmeren, in de put zitten, ze hadden heel veel ervaring om uit te putten. Of die bij het stuk over school: ‘Hoe meer je weet, hoe minder les je nodig hebt’. En in het slot aan het hof de grap iemand/niemand als auteur van de ‘brief’/het gedicht.
Maar Fisscher heeft een heleboel nieuwe geintjes: ‘Ik ben nu zo klein dat ik nauwelijks met z’n enen ben…’, of als ze (op dat moment reusachtig groot) aan het mijmeren is over een boek schrijven ‘als ik groot ben later – Groter kan bijna niet’. Fisscher vindt ook aardige oplossingen bij de schoolvakken, zoals misschiedenis, afrekenen, aandrijfkunde, strandvaardigheden. En de lapjeskat heet lapjeskat omdat die je voortdurend voor het lapje houdt.
Als het hof eraan komt in de tuin ziet Alice er ‘twee aan twee in platte klaverjassen’ en ‘een stelletje hotemetoten in ruitjasjes’.
Een woordspeling als ‘Ik zal’m als verklaring van hoe de zalm aan z’n naam komt’ is wat flauw, maar wordt leuk door de vraag van Alice: en die van het vrouwtje dan?
Taalfilosofie
Soms legt ze iets absurds uit, zoals bij de theevisite over de boter en de oorzaak van het defect van het horloge (broodkruimels). En ze wijst op het niet kloppen van het gedoe met het sleuteltje van het deurtje.
Uiteraard houdt Fisscher zich in als het gaat om het spel met logica en opvattingen over taal waar Carroll zo gul mee is. Zo sneuvelen bijna alle moralen van de hertogin en de manier waarop die tot stand komen. Alleen die over de mosterd-flamingo is er.
In de theevisite-discussie blijft veel overeind, zoals die over bedoelen wat je zegt. En erg mooi bewerkt is de passage over de tijd, waarin Alice de hoedenmaker zelfs weet te verbazen met haar ‘doden van de tijd’.
Hetzelfde geldt voor de paradox in de discussie die Alice voert met de lapjeskat over het gek zijn (inclusief de bijbehorende ‘verklaring’ met de grommende, kwispelende hond).
Wat missen we echt wel (of een beetje) en andere minpuntjes
Het verhaal van de muis is niet in de vorm van een staartje. Dat is op zich jammer, en het maakt de hoofdstuktitel (‘Ren je rot en een verhaal met een staartje’) minder leuk. Of het is een knipoog, dan zou het weer leuk zijn. Ook is het gedichtje dat het verhaal is, geinig, vooral door de a-assonantie.
Van de nonsensgedichtjes van Carroll blijft (dus) qua volume weinig over, dat zou diehard-fans kunnen teleurstellen. En Fisschers oplossingen/inkortingen zijn niet de hele tijd hoogstandjes. Wellicht omdat die versjes haar net niet genoeg interesseerden (veels te 1865 ook!). ‘De kleine krokodil’ dat Alice bij zichzelf opzegt om te kijken of ze alles nog een beetje op een rijtje heeft, is een flauwe imitatie van Daan Zonderland (‘kroko dilde’, ‘kangoe roeide’). ‘De spin Sebastiaan’(bij griffioen en treurpad) heeft een geinig slotregeltje, maar is waarschijnlijk te weinig bekend bij de doelgroep. ‘De kat van ome Willem’, opgezegd bij de rups, wel leuk stuntelig, is opnieuw een Annie M.G. Schmidt, meer bekend bij de (groot)ouders dan bij de kinderen.
Opvallend is dat de auteur niet bang is vlak voor het EINDE tóch met een vette moraal te komen ‘….als ze dan [later, als ze een boek schrijft] nog steeds als een kind kan voelen en denken, een kind met oneindig veel fantasie, dat met nieuwsgierige ogen de wereld in kijkt’. Afgezien van het feit dat dit een beetje een cliché-uitspraak is, is die ook enigszins in tegenspraak met wat er in het stukje ‘Even Nakaarten’ staat.
De illustraties
Het is altijd aardig om te kijken naar wat illustrators doen met de onontkoombare erfenis van John Tenniels tekeningen. Het blijkt soms lastig andere scènes te vinden dan hij koos, hoewel er hier en daar best ruimte is. Jeska Verstegen heeft daar weinig moeite mee, zoals een geestige Alice-in-de-knoop als die bij zichzelf controleert of ze haar rekenen nog op orde heeft. En een silhoutachtige, mistige afbeelding van Alice en haar zus, op de rug gezien, aan het water. Er zijn nog drie van deze heel bijzondere sfeerprenten: als Alice het konijn achternagaat, aan het eind van de theevisite, en bij het toegevoegde hoofdstukje ‘Even nakaarten’(afb. rechts).

Verstegen tekent bij de griffioenscènes enorme bergen, met de personages bovenop, één berg heeft overduidelijk het gezicht van een mens, en ergens ligt, hé, de hoed van meneer Konijn. Op éen van de twee dubbelpagina’s hiervan zien we drie flamingo’s ervandoor gaan!
Ontroerend feestelijk is Alice’ entree in de tuin. Op de rug afgebeeld spreidt ze gelukzalig haar armen, “Ein-de-lijk stond ze dan….’, zo begint Fisscher dit hoofdstuk.

Een fraaie variatie op Tenniel is de illustratie bij de scène met het deurtje naar de mooie tuin: Verstegen tekent Alice’ grote hoofd in het te kleine deurtje vanuit de tuin. Er zijn nog een paar prenten met een interessant perspectief, zoals enkele met een hoofdrol voor de reusachtige, in zebrakousen gestoken benen van Alice. Bij voorbeeld als ze heel groot in de kamer van het huis van meneer Konijn ligt. Nog een mooie variatie: de iconische, onvermijdelijke prent met Alice onder de boom ‘van’ de lapjeskat is bij Verstegen echt een portret van lapjeskat, van Alice zie je alleen een klein stukje jurk.
Tenniel
Net als John Tenniel, die ze bewondert, heeft Verstegen 42 prenten geleverd. Om daar te komen hoefde ze er, naast de paar andere scènes dus, maar een paar ‘bij te smokkelen’. Tenniel levert namelijk maar liefst vier illustraties bij het gedicht ‘You are old, Father William’, en dat ontbreekt in deze adaptatie.
Ze heeft er aan het begin en het eind al drie bij, alle drie niet bij een scène horende prenten. De eerste, erg geestig, op de inhoudspagina. Die staat naast het beroemde stukje tekst van de koning tegen konijn aan het hof, dat hier een soort motto is: ‘Begin bij het begin en ga door tot het eind. Dan stop je.’ (rechts zie je de oorspronkelijke illustratie; die staat qua tekst iets strakker in het boek).
De andere is die van de nakaarters (zie boven), en helemaal aan het eind dampt de lapjeskat prachtig op uit een kopje thee.

Schaakbord
Alice bekeek het beest eens goed. Hij zag er niet uit als een
lapjeskat, je zou eerder denken dat hij een vacht met een
schaakbordpatroon had aangetrokken (als dat al kon, dacht Alice).
De illustratrice begint met een geweldige knipoog door meteen op het integraalomslag met het schaakbordmotief te komen. Hûh, we gaan toch Wonderland lezen, en niet Spiegelland, dat een schaakspel beschrijft?
Ik vind dat wel geinig. Ze gebruikt het motief voor van alles, het hele boek door: op de schutbladen, de achterkant van een stoel, op de tekening van een berg, een vloeroppervlak, het dek van de treurpad, de onderkant van de kleding van de koning, kubusjes op de grond. En dus ook voor de kat.
Vraag: wat doet die hier en daar opduikende kop-en-schotel eigenlijk in het verhaal behalve naar thee verwijzen? Ze/Hij/Die is er meestal niet gerust op, een zorgelijk tiepje, dit theedragertje, zelfs nog als Alice weer terug is bij haar zus…Die kop-en-schotel had ik trouwens wel willen missen, net als het blauwe deurtje en meneer Konijn, op de ‘silhouetscène’ met Alice en haar zus in het slot. Het is de enige prent die ik wat uit balans vind.
Alice is prachtig! Ietsjes statisch en toch levendig. Haar kleur haar is niet per se nieuw, maar zelden is het zo lang en veel. Het blijft meestal in de plooi, ook als Alice achterover tuimelt. Heel soms wappert er iets een kleine beetje, en op het tranenwater landen zachtjes wat losse haren. Ogen, wangen en mond (die Alice hieronder, in de scène met de duif, fraai gesnoerd wordt) doen het meeste werk.

Het zou me niets verbazen als er nog eens een Engelse editie opduikt met deze illustraties, of een paar ervan. Op de Facebookpagina van de Britse Lewis Carroll Society doken er al een paar op, met bewonderende kreten.
Verwend
Wij van Phlizz voelen ons verwend met deze editie, die in tekst en beeld getuigt van respect voor karakter, taal en sfeer van het origineel en toch heel eigen is.
En zo zitten we in het Nederlandse taalgebied hartstikke goed in de Wonderlands, naast oudere nog in druk zijnde.
Deze nieuwe voor 7+. De editie Imme Dros/Linde Faas (2023), die van Robbert-Jan Henkes, met door Floris Tilanus ingekleurde Tenniel-illustraties (2024), en die van Floor Rieder/Sofie Engelsman (2014, net weer in druk), alle drie getrouw en voor 9/10+. Voor de jongste lezers is er het prentenboek van Sara Ugolotti (2025).
noot
[1] Fisscher vertelt over onder andere deze ingreep in een gesprek met Ronald Giphart in de Taalstraat: https://www.nporadio1.nl/fragmenten/de-taalstaat/019bcbf4-6ccb-724a-bd2a-d38c7eb5e39a/2026-01-17-tiny-fisscher-over-alice-tuimelt-in-wonderland
Op het symposium (26 september as., zie in de rubriek A Mad Tea Party) zijn Tiny Fisscher en Jeska Verstegen samen (uiteraard) aanwezig om te vertellen over hun samenwerking, hun band met Alice en de keuzes die ze gemaakt hebben.

