Skip to main content Scroll Top

Verslag van het 9e symposium (20-9-2025) van het Lewis Carroll Genootschap

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Om 11.00 opende voorzitter Bas Savenije ons jaarlijkse symposium, opnieuw in de Gasthuiskapel van Zaltbommel. Na het welkom en een korte toelichting op het programma gaf hij het woord aan onze drie Vlaamse gasten: Finn Audenaert Ruben De Baerdemaeker en Nora De Baerdemaker.

Nora                           Ruben                       Finn

Aanleiding was het door Finn geconcipieerde en geredigeerde verzamelwerk
Alice – Nieuwe avonturen in Wonderland (2025)
Alle drie waren bijdragers, Finn met een paar verhalen en informerende stukken, Ruben met een verhaal en een haiku en Nora, veruit de jongste (toen 12!) auteur, met een verhaal.

Finn trapte af met een mooi inkijkje in hoe zo’n enorme bundel (624 p.) eigenlijk tot stand komt en hoeveel tijd zoiets kost. Het begon met het breed aanschrijven van auteurs uit Vlaanderen en Nederland, en zelfs uit Zuid-Afrika (maar bij dat land lukte het niet verhalen los te weken). Veder beperkte hij zich niet tot fantasy/science fiction, ook schrijvers van het romantische genre werden uitgenodigd een bijdrage te leveren. Het hoefde niet per se over Alice te gaan, ook haar auteur Lewis Carroll/Charles Dodgson mocht centraal staan, dat laatste is ook een paar keer het geval. Poëzie was welkom, evenals een Carrolliaans recept.

Helaas was er door de vloed aan verhalen (en ook vanwege de hogere kosten) geen ruimte voor binnenillustraties. Op een stel vooroefeningen van de cover van Steven Van Hasten na dan. Het door hem zelf geschreven informatieve deel heeft hij heel bewust beknopt gehouden, echt als kennismaking voor lezers die weinig basiskennis van de Alice-boeken en Lewis Carroll hebben.

(voor een bespreking van het boek, zie:  https://lewiscarrollgenootschap.nl/boekbespreking-alice-nieuwe-avonturen-in-wonderland/ )

Dromen met Lewis Carroll
Daarna gaf hij het woord aan zijn strijdmakker Ruben De Baerdemaeker, die sprak over ‘Dromen met Lewis Carroll’. Hij had net een haiku voorgedragen:

Haiku
Ze droomt in de zon
Sinds de negentiende eeuw
Vandaag danst ze weer

Ik herlas voor dit verslag nog even zijn verhaal in de bundel: ‘Auditie’, en daarin zit een erg mooie (en geestige) droom. Het onderwerp gaat hem dus aan het hart, en in het geval van deze lezing hield hij een warm pleidooi voor dagdromen. Met als start de zeer negatieve opvattingen over en waarschuwingen van gerenommeerde 19e-eeuwse geleerden op dit gebied. Niet alleen levert dagdromen in de ogen van deze mannen problemen op met het herkennen van of wat je aan het doen bent echt is, waanzin ligt op de loer en sowieso levert het in het latere leven problemen op. Net als het gevaarlijke lezen moest dagdromen (dus) zorgvuldig begeleid worden.

Carroll stond mijlenver van dit soort opvattingen en laat dat ook zien in zijn boeken, zie bij voorbeeld de droomsetting van Wonderland en de laatste twee strofes van het gedicht in het slot van Spiegelland. Met regels als ‘Dreaming as the days go by’ en ‘Life, what is it but a dream?’. De twee boeken zijn een antwoord op de geleerden: dagdromen is noodzakelijk, je komt er de dag mee door, en vooral: het is ook gewoon erg leuk. Ook een in de ogen van De Baerdemaeker ondergewaardeerd boek als Sylvie and Bruno maakt er reclame voor. En passent wijst hij erop, met een verhaal van James dat lijkt verder te gaan op een literaire truc van dat boek (de echte wereld gaat zonder overgang over in die van de droom), dat er naar zijn idee wel wat meer aandacht mag zijn van de literatuurwetenschap voor het werk van Carroll.

Een inspirerende en uitdagende lezing!

Het Genootschap: stand van zaken en plannen
Na een korte pauze, waarin Finn, Ruben en Nora het boek signeerden, hield Bas Savenije het gebruikelijke praatje over zaken als  bestuurssamenstelling en financiën.
Met het huidige aantal Vrienden kunnen we voort. Met een bestuur van drie man: Bas (voorzitter), Henri Ruizenaar (lid) en Arnold Zandbergen (secretaris/penningmeester). Liliane Waanders heeft zich teruggetrokken, dus als iemand zich geroepen voelt….
In 2026 bestaat het Genootschap in z’n huidige vorm 10, en als je anders telt, zelfs 50 jaar. Daar zal wel enige aandacht aan besteed gaan worden. Evenals, bij voorbeeld in de Phlizz en op het symposium, aan het feit dat The Hunting of the Snark 150 jaar geleden het licht zag.

De Engelse en Amerikaanse societies
Judith van den Berg praat ons bij over hun activiteiten in 2026 (ook bijgehouden in Phlizz), waaronder één op 17 januari waar zij zelf spreker is: de ‘Visit and Study Day’ in Westminster Abbey. Ook ‘Alice’s Day’ (4 juli) is bijzonder omdat die dag in 2026 gelijk valt met de datum van het beroemde boottochtje!

Judith

Voor de lunchpauze ging de zaal nog
Quizzen o.l.v. Wilma Vlug

Zoals gebruikelijk de afgelopen jaren kregen de aanwezigen de kans te tonen hoe weinig of hoeveel ze weten over (het werk van) Lewis Carroll. Met 15 multiple-choicevragenvragen waaronder ‘Waarom werd de eerste oplage van Alice in Wonderland vernietigd?’’Welke bekende Nederlander lijkt het meest op Humpty Dumpty?’’Hoe vaak zegt de Queen of Hearts ‘Off with his/her/their head?’ ‘Hoe heet het magazine van de Amerikaanse Society?’

Wilma had een ingenieus stemsysteem (met QR-code) verzonnen, zodat we op de telefoon konden meedoen en op het board de spanningverwekkende tussenstanden kregen. De winnares zie je hieronder, rechts.

Grote Pauze
Met een door de plaatselijke slager in overleg met Wilma verzorgde, goeie lunch, muziek door Willem Stoppelenburg c.s (zie onder), een doorlopende diavoorstelling van Alice-illustraties gemaakt door Onno ter Borg en een zeer geanimeerde boekenmarkt met een werkelijk enórme keuze aan edities, adaptaties en biografisch materiaal. Het kwam bijna allemaal uit de nalatenschap van Casper Schuckink Kool.

Zo rekende je af voor de lunch!

Een stukje van het vierkant vol boeken

Muziekuitvoering ‘Alice in Wonderland’
Na de lunchpauze vond een betoverende uitvoering, mede dankzij de goede akoestiek van de Gasthuiskapel, plaats van ‘Alice in Wonderland’ (1995, herzien 2025). Componist Willem Stoppelenburg (www.willemstoppelenburg.com. ) heeft het begingedicht van Alice in Wonderland op muziek gezet, aanvankelijk voor kamerkoor. We kregen een speciale vooruitvoering hiervan in een kleine bezetting (zangstem, kinderstem en piano). Met Willem Stoppelenburg ‘als orkest’ op piano, alt Charlotte Stoppelenburg (links op de foto) en sopraan Cornelia Neven ‘als kinderkoor’.

De componist licht het werk toe

Tenniel in kleur
Het was nog lang niet op. Eerst was het woord aan Floris Tilanus die, zoals hij het zelf formuleerde, de eervolle opdracht had gekregen van uitgeverij Van Oorschot de oorspronkelijke tekeningen van John Tenniel in te kleuren voor de editie met de nieuwe vertaling van Robbert-Jan Henkes.

Een opvállende opdracht, immers hij was nu juist bekend door zijn werk in zwart-wit met pen, sinds 2021 veelal met potlood. Tilanus noemde even wat voorbeelden (zie afb. hiernaast). Van Oorschot had het geprobeerd met AI, maar dan ben je bij Tenniel aan een moeilijk adres. Zijn tekeningen zijn maar heel soms ingekaderd, bij voorbeeld.

Maar ook voor een ervaren tekenaar is er veel uitdagends, hoe bekend hij ook is met allerlei technieken. Tenniel maakt niet alles af, of doet niet veel meer dan iets suggereren. Zoals het raam hieronder achter de theetafel dat je nu dankzij Tilanus helemaal ziet; Tenniel had genoeg aan een paar lijntjes. Zodra een tekening niet ingekaderd is, moet je met oplossingen komen, evenals bij schaduwen. Je moet ook voortdurend opletten dat de boel niet te schreeuwerig van kleur wordt (en dus naar achteren toe hetzelfde minder fel doen).
Moet je een beetje historisch inkleuren of lekker modern? Tilanus koos voor een soort midden, met wel wat wat hij noemde ‘woke’-elementen: kleurrijke gezichten!

Een leuk gegeven is dat er nu drie signaturen op de prenten staan: die van Tenniel, die van de graveurs (de gebroeders Dalziel) en die van Floris Tilanus

Het was een fascinerend inkijkje in een activiteit waarmee menigeen zich vroeger weliswaar intens, maar meestal ook niet heel artistiek of ‘verantwoord’ beziggehouden  hebt.
Uiteraard kreeg Floris Tilanus het boek Lize’s Avonturen in het Wonderland, een uitgave van het Genootschap: de allereerste gekleurde Alice-uitgave ter wereld, uit 1875. Maar wij kregen ook van hém een geschenk: een bundel met werk van hem in zwart-wit: Floris Tilanus geknipt en geplakt door Ger van Wulften uit 2023:

De slotspreker was onze voorzitter, die al enige tijd bezig is de relatie van Hugo Brandt Corstius met Lewis Carroll te onderzoeken. Hij zal van deelonderzoekjes verslag doen in de Phlizz, maar op deze dag behandelt hij meteen een soort hoofdvraag:

Is Hugo Brandt Corstius de Nederlandse Lewis Carroll?
Op het eerste gezicht valt daar wel wat voor te zeggen: er zijn zeker (oppervlakkige) overeenkomsten. Zoals dat ze allebei wiskundigen waren, met sterke belangstelling voor logica en taal, puzzels, raadsels en goochelen. Ze combineerden in hun stukken graag wiskunde, logica en humor/nonsens, en hadden een
voorkeur voor het geschreven woord, wellicht omdat ze allebei stotterden. Beiden waren eigenzinnige, vasthoudende types met een uitgesproken mening. Brandt Corstius was een liefhebber van Carrolls werk.
Bas Savenije loopt vervolgens op drie gebieden de overeenkomsten en verschillen na:

– fictie: vinden we de typische Carroll-nonsense ook bij Brandt Corstius? Ja, hier zijn duidelijke overeenkomsten. Bas laat dat zien met enkele duidelijke voorbeelden, zoals omkeringen en vermenging  van realiteit en fictie.

– de aanpak en de houding van beiden in hun ‘columns’/columns, Hier zijn duidelijke verschillen, met name in het vertrekpunt. Bij LC is het anker vaak het geloof, bij HBC pure vrijheid. Ook is er verschil in de toon (LC cynisch, HBC bot) en LC zoekt in tegenstelling tot HBC contact met zijn lezers. Maar er zijn ook duidelijke overeenkomsten, zoals hun betweterigheid, het zonder aanziens des persoons de tegenstander belachelijk maken, en hun humor en goochelen met logica.

– hun visie op en gebruik van taal. Beiden hadden belangstelling voor hoe de taal te mechaniseren en voor de kwestie van het geven van eigen betekenissen aan woorden.

Alles bij elkaar: het lijkt wat overdreven Hugo Brandt Corstius dé Nederlandse Lewis Carroll te noemen, maar ze stevig met elkaar verbinden kan zeker.
Het toetje van de lezing was deze interessante quote van HBC, in de Volkskrant, 4 februari 1994:

Na de afsluiting, de borrel en nog maar eens langs de boeken gingen we gelouterd huiswaarts. Het was een inspirerende en zeer gevarieerde dag.