Walt Disney en Alice in Wonderland

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

The Lewis Carroll Society of North America verwees op 14 april 2021 [1] naar twee posts van Jim Korkis op het Cartoon Research blog over Walt Disneys werk aan een verfilming van Alice in Wonderland. Korkis is animatiehistoricus, met een speciale belangstelling voor nooit gemaakte of niet afgemaakte animatiefilms en het waarom daarvan. Ook voor het hele proces dat leidde naar een uiteindelijk wél gemaakte film, zoals Alice in Wonderland.

Het is niet helemaal duidelijk waarom de LCSNA dit nieuws nu deelt, want de gegevens zijn al vrij gemakkelijk te vinden. Namelijk op:

Mouseplanet – The Disney Alice in Wonderlands That Never Were by Wade Sampson

waar Korkis (naar mijn idee) zijn twee posts letterlijk uit knipte [2]. Wat hij ook deed, is wat illustraties toevoegen, en dat is dan wel weer leuk. Enkele daarvan vind je hieronder.
Je vindt een flink deel van deze gegevens overigens ook in de koffietafelkolos van Disney/Taschen, 2016, uitvoerig en bijzonder fraai geïllustreerd.

De eerste post (‘Uitgestelde animatie # 277’,  24 juli 2020: De nooit gemaakte Disney “Alice in Wonderland”) gaat over de jaren 1938 tot 1945. In de jaren 1920 maakte Disney al (reclame)tekenfilms met het personage Alice, de zogenaamde Alice-comedies (zie afb. 1, eentje uit 1924, zwartwit action/animatie, zwijgende film). Pas eind jaren ’30 begon hij serieus werk te maken van een echte bioscoopverfilming, na het succes van Sneeuwwitje en de zeven dwergen. In 1938 kocht hij de rechten, in het bijzonder die om de Tenniel-tekeningen te mogen gebruiken. Hij vond het verhaal echt iets voor zijn studio, maar bleef wel lang bezig met de vraag of zijn film compleet geanimeerd moest worden of gebruik zou maken van live-action gecombineerd met animatie.

Disney (er wordt geciteerd uit de scenariobesprekingen) is ervan overtuigd dat hij een film kan maken die de geest van Carroll behoudt. Maar hij ziet niets in het krampachtig vasthouden aan getrouwheid: weg met het typisch Engelse als dat nodig is, de film moet een leuke avond bezorgen aan de gemiddelde Amerikaanse burger. Je moet dus niet te veel leunen op de dialogen van Carroll, maar die alleen gebruiken voor zover jij de (komische) werking ervan ziet voor de film.
Er werd serieus werk van gemaakt. Disney-scenarist Al Perkins maakte een maar liefst 161 pagina’s tellende analyse, hoofdstuk voor hoofdstuk, van Alice, met daarin al voorstellen voor de animatie die de uiteindelijke film gehaald hebben, zoals een bril voor het Konijn en een uitbreiding van de rol van de Chesire Kat. Met behulp van deze analyse produceerde de Britse kunstenaar David Hall in 1939 in een paar maanden tijd circa vierhonderd (!) schilderijen, tekeningen en schetsen (zie voor voorbeelden het artikel van Mikos Teuben in deze rubriek)..

In november werd er op grond van deze concepttekeningen een proefrol met soundtrack gemaakt. Disney vond sommige dingen interessant [later bleek dat hij meende dat Halls tekenwerk net zo lastig te animeren was als dat van Tenniel], hij was alleen niet zo te spreken over zijn scenaristen. Zij hadden naar zijn idee de humor te weinig gehaald bij de persoonlijkheden van de personages, maar leken meer te houden van brute ingrepen als een croquetwedstrijd vervangen door  voetbal. Het project wordt even stilgelegd. Hall verliet in 1940 de studio. In april 1941 brengt Disney het opnieuw ter sprake, hij ziet het meeste in een live-actionmeisje, meer dan in een meisje-in-animatie dat de hele film moet dragen.

Tot 1945 gebeurde er eigenlijk niets wat betreft de filmplannen, wel produceerden de Disney-studio de coverart van een driedubbel-LP  met oorpronkelijke Alice-in-Wonderlandmuziek, met de toen 33-jarige Ginger Rogers als verteller van het complete verhaal. Herfst 1945 vraagt Disney de schrijver Aldous Huxley een live- action/animatiescenario te schrijven.

Daarover gaat de tweede post:

‘Uitgestelde animatie # 288,  9 oktober 2020’: Aldous Huxleys versie van de Disney “Alice”

In de herfst van 1945 haalde Walt Disney schrijver Aldous Huxley binnen om te werken aan het live action / animatiescript voor wat ‘Alice and the Mysterious Mr. Carroll’ zou (moeten) worden. Huxley, bekend van Brave New World. leverde een veertien pagina’s tellende overzichtstekst in op 23 november 1945, en op 5 december de eerste versie van het script.

Hier een verkorte versie daarvan, de uitgebreide vind je in de posts.

Uitgangspunt van het verhaal is dat de koningin de auteur van Alice in Wonderland wil ontmoeten. Hij schijnt te werken aan Oxford-University, en dus geeft ze de vicekanselier van die universiteit, Langham, de opdracht hem op te sporen. Carroll is dichterbij dan Langham weet. Hij is net in overleg met een zekere Charles Dodgson. Die wil graag stoppen met lesgeven (vanwege zijn gestotter) en biobliothecaris worden. Langham is daar niet voor, want die Dodgson is een liefhebber van fotografie en theater, best wel ongepast.

Dodgson heeft toevallig net een afspraak met Alice Liddell om naar Romeo en Julia te gaan in het theater, maar die mag niet van haar ‘oppasster’, Miss Beale. Na allerlei verwikkelingen (Alice wordt in het tuinhuis opgesloten omdat ze een brief aan Dodgson met een afzegging niet gepost heeft), afgewisseld met animatie gebaseerd op Alice in Wonderland, komt Alice toch naar het theater. Daar vertelt ze wat haar overkomen is, een van de acteurs gaat daarop het verhaal vertellen van de Rode Koningin, en we krijgen weer een stuk animatie. Als de koningin‘Off with her head’ roept, stormt de politie het theater binnen om Alice op te halen. Die onthult vervolgens wie Dodgson is. Net als Langham aan de koningin wil vertellen dat het hem niet gelukt is Carroll op te sporen, komt zijn assistent met hem binnen! Ineens is Dodgson de held, Alice ziet alle slijmerds om hem heen staan, we schieten weer in een geanimeerde scène. In het slot zien we Dodgson zitten in de bibliotheek van de universiteit.

Ook dit spript redde het niet. Het algemene verhaal is dat Disney het te literair vond, maar Jim Korkis (eigenlijk Wade Sampson) vindt het waarschijnlijker dat Huxley niet de juiste geest van Alice in Wonderland had opgepikt. Een medeweker van Disney oordeelde dat het script te complex was]

Evengoed gaf Disney zijn wens het boek te verfilmen niet op.

Hoe het complete script van Huxley eruit heeft gezien, weten we niet: een brand verwoestte meer dan vierduizend boeken en documenten), maar het Disney Archief heeft het bewerkingsvoorstel, notulen van de vergadering daarover en eenendertig pagina’s van het script. Voor de uiteindelijke film van 1951 is niets van Huxley gebruikt….

Tot zover mijn samenvatting.

Het is curieus om te vernemen hoe Huxley over de schepper van Alice dacht.Wat we namelijk wel weten is wat Huxley verwachtte van een en ander:

‘I am about to sign up with Disney for the script of an Alice in Wonderland, which is to be a cartoon version of Tenniel’s drawings and Carroll’s story, embedded in a flesh-and-blood episode of the life of the Rev. Charles Dodgson. I think something rather nice might be made out of this – the unutterably odd, repressed and ridiculous Oxford lecturer on logic and mathematics, seeking refuge in the company of little girls and his own phantasy’ [3].

Het is ook aardig om hierna te lezen wat Disney vond van de uiteindelijke film. Hij meende oprecht dat hij zowel John Tenniel als Lewis Carroll recht had gedaan met zijn verfilming van 1951. Hij doet dat door uit te leggen waarom Tenniels tekeningen niet geschikt waren voor animatie en vooral door te laten zien welke problemen hij had met de tekst van Carroll, die zich namelijk in zijn ogen weinig bekommerde om verhaal- en theaterwetten als verhaalstructuur en spanningsopbouw. Carroll presenteerde vooral ideeën in een fantasieverhaal, een stel losse episodes, daarin móest Disney wel plotstructuur en een spanningsboog (met Alice’s nieuwsgierigheid als basis) aanbrengen.

(22 juni 1951) Walt Disney (1901-1966) met een model van Donald Duck kijkend naar een kopie van het Walt Disney-boek van de nieuwe film ‘Alice In Wonderland’. (Foto Edward G. Malindine/Topical Press Agency/Getty Images)

 

Ook met de ongeveer tachtig personages zat Disney in z’n maag, de meeste doen ook nog hun best het hoofdpersonage te negeren. Dus kortte hij dialogen in en combineerde hij een paar karakters: teksten van Humpty Dumpty bij voorbeeld gingen naar de theevisite, de koninginnen werden teruggebracht tot de ene iconische, rancuneuze, schreeuwerige hartenkoningin. Een nieuw personage, de Sprekende Deurknop, voorkwam, door het gesprek met Alice, een uitleggende monoloog. Maar: de geest van Carroll ging volgens hem niet verloren!

Sampson/Korkis besteedt relatief weinig aandacht aan wat later een erg interessante figuur bleek in de illustratiegeschiedenis van Alice: David Hall, onder andere doordat deze kunstenaar wat meer de donkere en groteske kanten van het verhaal belichtte. Daarom is er in deze afdeling (Big & Pepper) ook een artikel, van Mikos Teuben, alleen gewijd aan de Alice-productie van deze kunstenaar.

Literatuur

Disney, Walt. ‘How I cartooned “Alice”; its Logical Nonsense Needed a Logical Sequence’. In: The National Board of Review of Motion Pictures, mei 1951. Ook via:
article-disney.jpg (2299×640) (alice-in-wonderland.net)

Sibley, Brian. ‘Afterword’. In: Carroll, Lewis. Alice’s Adventures in Wonderland; with David Hall’s previously unpublished illustrations for Walt Disney Productions. Methuen, London 1986, p. 139-160.
Sibley,  Brian: ‘Alice in Wonderland’. In: Kothenschulte, Daniel (ed.). The Walt Disney Film Archives; The Animated Movies. Disney Enterprises/Taschen, Köln 2016, p. 399 – 431.

Voetnoten

[1] https://www.lewiscarroll.org/2021/04/14/news-from-toontown/
[2] Of hij moet al vòòr 2010 deze zaken uitgezocht en gepubliceerd hebben, dan zou Sampson de knipper en plakker geweest zijn.
[3] Geciteerd door Harriet Reed, in: ‘Being Alice’, in: Bailey, Kate& Simon Sladen (ed.). Alice: Curiouser and curiouser. V&A Publishing, London 2020, p. 213.