Curieuze Carrollachtige – adepten/verwijzingen V

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Als je, net als ik, al geruime tijd Carroll gerelateerde boeken, geschriften, brochures en pamfletten verzamelt, kom je soms vreemde dingen tegen. De ene keer bestaat er een (zeer) verre verwantschap met Alice en/of Lewis Carroll, de andere keer ligt die verwantschap meer voor de hand. Onder het kopje “Curieuze Carrollachtige adepten/verwijzingen” zal ik er in Phlizz  een aantal van uitlichten, die in Nederland zijn verschenen.

In 2018 heeft het Lewis Carroll Genootschap het boekje Jabberwocky uitgegeven. Dit boekje, nog steeds verkrijgbaar in de webshop van het genootschap, bevat 1 nieuwe Nederlandse, 6 bestaande  en 2 Afrikaanse vertalingen van het nonsensgedicht Jabberwocky van Lewis Carroll. In de appendix van dat boekje worden een aantal grensgevallen en losse eindjes met betrekking tot een wel/niet volledige vertaling onder de loep genomen. Het poëem Barlemanje van Marten Toonder is daar buiten gevallen, omdat het geen echte vertaling/bewerking van Jabberwocky is. Toch is er wel sprake van enige verwantschap en dit rubriekje is een mooie plek om daar wat aandacht aan te besteden.

In 2014 is het bovenstaande boek verschenen onder de titel “Nu is de moen gevangen” met als ondertitel “Alle poëmen van Marten Toonder”. Arjan Peters schreef hierover onder meer in de Volkskrant van 10 januari 2015 dat Koeterwaals (vertaling Jabberwocky van Nicolaas Matsier) van Lewis Carroll en de vreemde poëmen van Marten Toonder aantonen dat briljante nonsens veel méér zijn dan onzin. Er zijn 2 versies van dit gedicht, de eerste versie (I) is gepubliceerd in De Groene Amsterdammer van 25 oktober 1947, de tweede (II) licht gewijzigde versie is verschenen in de gedichtenbundel Vleugeljaren van Marten Toonder uit 1989. Barlemanje vertoont zeker wel enige gelijkenis met Jabberwocky. In beide gedichten wordt er vanuit een vage situatie op pad gegaan om iemand/iets te grazen te nemen. In Jabberwocky is dat de zoektocht naar de Jabberwock en in Barlemanje de queeste naar de Moen. Beide gedichten zijn klankgedichten en verdienen het hardop te worden opgelezen en zouden niet misstaan in een spoken word optreden. In het verhaal Heer Bommel en de grijze kunsten uit 1976/77 wordt gesproken over een “barleman”, een of andere wildebras, driftkop. Een groot verschil is wel dat in Jabberwocky een verteller, de vader, het avontuur en zijn zoons heldendaad van het overmeesteren van de Jabberwock beschrijft, terwijl in Barlemanje, de verteller, de Barleman zelf is, die de Moen gaat vangen. Maar de vormgeving van de titels van beide gedichten vertonen wel gelijkenis. Jabberwocky/Barlemanje interpreteer ik respectievelijk als de levensomgeving van de Jabberwock/Barlemanje.

Marten Toonder kende Jabberwocky niet, toen hij Barlemanje schreef. Maar later, geconfronteerd met Jabberwocky, had hij wel het idee dat Jabberwocky ongetwijfeld al in zijn onderbewustzijn had gezeten. Hij vond Jabberwocky een schitterend origineel gedicht met een logische grondslag, terwijl zijn eigen gedicht een veel emotionelere basis had. Maar oordeelt u zelf!

BARLEMANJE   (II)

 

’t Was grol en gloei

en slomig broei

in lure, slore stirren.

Het was sar stomig in mijn krol,

daar stunk een kwalm van schit en brol

en sloomden glome knirren.

 

Ik trok geen moen

en zoog geen droen.

‘k Was grollig, daar mijn kleddel

de vale walm had ingewigd

en norksig drielde naar de schicht,

die wijlde in de peddel.

 

Nu dralleboort

een vuurgaljoort

en knispert door de klijven.

’t Is of er stolen glomen gaan

en moenen in de krolle slaan

en stoffe stekkels stijven.

 

Nu gaar ik kwas

en werp ik stras;

nu is de moen gevangen.

Ik trek een gloederige sproet,

(als ondermaanse peddel doet),

en droen dralt door de prangen.

 

BARLEMANJE   (I)

 

’t Was grol en gloei

En slomig broei

In lure, slore stirren.

Het was sar stomig in mijn krol,

Daar stonk een kwalm van schit en brol,

Er sloomden glome knirren.

 

Ik trok geen moen

En zoog geen droen,

‘k Was grollig, daar mijn kleddel

De vale walm had ingewigd

En norksig drielde naar de schicht,

Die wijlde in de peddel.

 

Nu dralleboort

Een vuurgaljoort

En knaspert door de klijven.

’t Is of er stolen glomen gaan

En moenen in de krolle slaan

En stoffe stekkels stijven.

 

Nu gaar ik kwas

En werp ik stras,

Nu is de moen gevangen.

Ik trek een gloederige sproet,

(Als kwalmerige peddel doet)

En droen dralt door de prangen.

Marten Toonder. Nu is de moen gevangen; alle poëmen. Bezorgd door Dick de Boer & Klaas Driebergen; voorwoord Jean Pierre Rawie. Personalia, Leens 2014 [ISBN 9789079287444, 24,95 euro]