Auteur: Casper Schuckink Kool

Alice in de Dikkie Dapper Krant

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

De bibliografie van Henri heeft één bezwaar: hij is niet te overtreffen. Alles staat er in, tot wansmakelijke verzamelbundels met een tot drie pagina’s teruggebracht Alice-verhaal aan toe.  Ik was dan ook aangenaam verrast bij het doorspitten van mijn archief te stuiten op een volgens mij tot nu toe nergens beschreven versie.

Ik vond een aantal fotokopieën van de Dikkie Dapper Krant, een onduidelijk jeugdblad waarover ik  weinig kan vinden. Daarin ‘Alice’s avonturen in Wonderland – Een oud sprookje naverteld’. Het verhaal is in negen stukken van één tot anderhalve pagina geknipt, het eerste stond  in nummer 47 van jaargang 1952, het laatste in nummer 3 van 1953. De enige illustratie is het hoofd van Alice naast de kop van het verhaal.

Mijn serie kopieën is verre van compleet – ik heb alleen aflevering 1, 2, 4, 8 en 9, voldoende om een indruk te krijgen. De vertaling c.q. bewerking lijkt heel redelijk, maar over de echt moeilijke passages als de Tea Party en de Mock Turtle kan ik niet oordelen, want juist die ontbreken. Voor een complete set houd ik mij aanbevolen!

Lees verder

Alice in De Volkskrant – aanvullingen

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

‘Alice in De Volkskrant’ zou een regelmatige Phlizz-rubriek kunnen zijn, gezien hoe vaak de woordcombinatie Alice in Wonderland voorkomt in die krant. De betreffende artikelen knip ik meestal uit – als ik de schaar kan vinden. Graag maak ik de lezer deelgenoot.

Peter de Waard schreef in zijn column De kwestie (20-05-20) over geld, onder de titel “Is geld nu van ruilmiddel een tovermiddel geworden?”. Citaat: “Nu is geld alle economische theorieën overstegen. Het is van ruilmiddel geëvolueerd tot tovermiddel. Overheden voelen zich Alice in Wonderland. Ze kunnen onbeperkt lenen, omdat hun eigen centrale banken die leningen opkopen.” En de slotzin: “Ze [=economen] schrijven vaker sprookjes- dan economieboeken.”
Voor zover mij bekend heeft Alice nooit geld geleend, en zeker niet onbeperkt. De vergelijking slaat dan ook als kut op Dirk. Toch is uit kop en slotzin duidelijk wat De Waard bedoelt: hij ziet Alice als de verpersoonlijking van het sprookje, als een soort tovervrouwtje, als een zusje van Sneeuwwitje, Roodkapje en Doornroosje, als een nichtje van Harry Potter. Kortom, als alles wat ze juist niet is.
Het meest wonderbaarlijke is dat de vergelijking bij vele lezers toch waarschijnlijk een vaag soort gevoel van herkenning zal oproepen, omdat het fenomeen ‘Alice in Wonderland’ ze bekend is van speel- of tekenfilm, strip- of kleurboek, of van citaten als het bovenstaande. Daarmee is de cirkel rond.

Sheila Sitalsing heeft al eerder getoond dat ze ‘Alice’ werkelijk heeft gelezen, en dat blijkt ook uit de in de vorige Phlizz aangehaalde passage uit haar column van 15 mei. Jammer genoeg is daar de titel weggevallen, die luidde ‘Waterpijp’. Ook de slotzin verdient het hier te worden geciteerd: “Deemoedig beloofde de minister beterschap. Uit de pijp van de Rups kringelde rook.”

Van een vriend kreeg ik een artikel uit de Volkskrant van 20 maart, dat ik zelf niet meer had. Een interview met de 89-jarige Tonke Dragt. Interessant, maar ik had het niet bewaard. Nu pas zag ik dat de schrijfster poseerde voor haar boekenkast, waarin tientallen Aliceboeken te herkennen waren – duidelijk een verzameling. Wat jammer dat in het artikel daar met geen woord over wordt gesproken.

En dan is er nog de link tussen Alice en de bizarre samenzweringstheorieën in verband met de coronaepidemie. Op 4 juni was de zaterdagbijlage van de Volkskrant gewijd aan de wereld van het complotdenken. Een artikel van Michael Persson, “De feiten zullen volgen”, gaat over de Amerikaanse beweging QAnon – met miljoenen aanhangers die menen dat de media louter leugens verspreiden. Belangrijkste aanhanger: Donald Trump. Twee citaten uit dit artikel: “Hij [een woordvoerder] verwees naar Godfather III, Sneeuwwitje en Alice in Wonderland. En naar Het Grote Ontwaken, wat als het doel van de beweging kan worden gezien en verwijst naar eerdere religieuze oplevingen in de afgelopen eeuwen. Openbaringen, maar dan in de 21ste eeuw.” En even verderop: “Onthoud: desinformatie is echt. God zegene u. Alice & Wonderland. Het Grote Ontwaken.” In een vervolgartikel op 8 juli wordt ook nog vermeld dat QAnon het Witte Konijn als mascotte hanteert. Citaat: “Heeft iemand anders ‘Q’ en het ‘Witte Konijn’ het konijnenhol in gevolgd en hoe dit allemaal samenhangt met het coronavirus?”

Zomaar met een onbekende een gesprek aangaan over Alice was altijd al riskant, maar nadat je de fatsoensrakkers van je af hebt geschud, dreigt nu dus een nieuw gevaar: te worden aangezien voor een complotdenker!

Lees verder

Collecting Carrollania

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

De in dertig jaar bijeengebrachte Lewis Carroll-verzameling van Max Bernstein (voormalig vicevoorzitter van de Amerikaanse LCS) en zijn vader telde in 2004 zo’n drieduizend objecten. Toen ze begonnen was verzamelen nog een werkwoord. Je moest voor elke aanwinst moeite doen, contacten leggen en onderhouden, antiquariaten en veilingen aflopen, catalogi uitpluizen en vakliteratuur bijhouden.

Vandaag de dag vraagt het opbouwen van een verzameling niet veel meer dan een internetverbinding en een creditkaart met voldoende saldo.  Je hoeft er de deur niet meer voor uit. Ik vind er geen klap meer aan – maar ik heb dan ook geen creditkaart.

Er was een tijd dat ik dacht dat mijn in vijftig jaar met veel inzet en weinig geld bij elkaar gesprokkelde Carrolliana-collectie van circa duizend boeken etc. heel wat voorstelde. Inmiddels weet ik dat 99 % vervangbaar is, dat wil zeggen ergens op het net wordt aangeboden. Die paar unica ? Als ik dood ben komen die ongetwijfeld ook op de markt, mijn mede-verzamelaars moeten nog even geduld hebben.

Selwyn Goodacre, ex-voorzitter van het Britse Genootschap en bezitter van meer dan 2000 Alice-boeken, schreef Elucidating Alice, een geannoteerde tekst, uitgegeven door de firma Evertype. Deze uitgever kan maar liefst 107 Alice-versies leveren, die op bestelling worden gedrukt: in rare alfabetten, in tientallen exotische talen, en in dialecten als het Weens en het Waals. Dus, moderne verzamelaar,  stuur een mailtje naar Evertype dat je ze allemaal wil hebben, en over een paar weken ben je weer 107 unieke Alice-uitgaven rijker …

Of vader en zoon Bernstein nog steeds verzamelen, weet ik niet. We zijn vijftien internetjaren verder, misschien zijn ze inmiddels de tienduizend gepasseerd. Vroeger zou ik jaloers geweest zijn. En nu ? Ik moet er niet aan denken …

Lees verder

Boekbespreking: Wonderland is everywhere

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Engelsen zijn vaak verbaasd als ze een boek dat ‘Alice in Wonderland’ heet toch niet kunnen lezen. Nicolaas Matsier heeft er al eens op gewezen, in zijn artikel “Alice in Verbazië”, dat het Engelse Wonderland een ander is dan het Nederlandse. Met het oog daarop claim ik hierbij vast de titel ‘Alice in Verwonderland’ voor mijn vertaling, die ik hoop nog voor mijn tachtigste verjaardag te publiceren.

In mijn Alice-kast is een plank gereserveerd voor boeken met titels als ‘X in Wonderland’ of ‘Alice (Ellis, Alys) in …. land’, bijvoorbeeld Alice in Soepenland. Het blijft mij verbazen hoe een honderdvijftig jaar oud Engels boek nog altijd zoveel mensen inspireert. Misschien overdrijf ik ook, en ben ik de enige die bij de filmtitel Ellis in Glamourland onmiddellijk aan Lewis Carroll denkt. Niet te missen is die link bij ‘Mr Tompkins in Wonderland’, een boek over onder meer de relativiteitstheorie, dat is opgedragen aan Lewis Carrol [sic !] en Niels Bohr.

Op die plank ook twee prentenboeken, volgens mijn schatting gepubliceerd tussen 1875 en 1895, toen het Wonderland van Lewis Carroll bij ons nog vrijwel onbekend was; de eerste Nederlandse uitgave, uit 1875, ging over Lize, en de tweede, uit 1890 van Eleonora Mann, speelde in het ‘Land der Droomen’. Van de prentenboeken heet het ene ‘Een Reisje door het Wonderland’, en het gaat over het ondeugende jongetje Humpty Dumpty. Het andere heet ‘In het land der Wonderen’, en het begint zo: “In het land der wonderen gebeurden altijd wonderlijke dingen en kleine Alice vond het o zoo heerlijk als men haar daar eens van vertelde.” Hoewel de rest van het boek geen enkele overeenkomst vertoont met de tekst van Lewis Carroll, ga ik ervan uit dat de naam van de hoofdpersoon niet zomaar is gekozen. Het is dus mogelijk dat in dit boek voor het eerst Alice haar opwachtingen maakt in het Nederlandse taalgebied.

De beide prentenboeken zijn niet bekend bij het Centraal Bestand Kinderboeken, en er zijn dus ook geen exemplaren in openbare collecties. Het boek over Mr Tompkins is geschreven door professor Gamov; de Nederlandse vertaling verscheen in 1953 bij Van Stockum in Den Haag.

Lees verder

Boekbespreking: Alice in het land der kaasmuizen

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Hoewel ik in het algemeen tegen censuur ben, zou ik de Alice-bewerking van Geronimo Stilton graag verbieden voor schoolbibliotheken en andere instellingen die zich op kinderen richten. Wie alleen kartonnen diepvries-pizza’s kent, zal als hij lekker wil eten niet gauw kiezen voor een Italiaans restaurant. Wie het prul van de Italiaanse schrijffabriek krijgt voorgeschoteld, zal waarschijnlijk voorgoed bedorven zijn voor de echte Alice.

“Geronimo Stilton” is een concept. Onder deze fictieve auteursnaam verschijnen tientallen kinderboeken, een tijdschrift, en diverse uitingen op het internet – een soort Italiaanse Disney-studio. Het meest opvallende is dat de wereld van Stilton uitsluitend bevolkt wordt door aangeklede muizen, hier knagers en knagerinnetjes genoemd – en de lezers worden toegesproken als knaagdiervrienden. Zolang die muizen figureren in werkjes als ‘Het raadsel van de Kaaspiramide’ of ‘De familie Duistermuis’ is er nog niet zoveel aan de hand, al gaat de formule na meer dan vijftig delen wel knap vervelen. Erger is het dat Stilton zich ook heeft vergrepen aan Jules Verne, Louise Alcott (Heidi), Robin Hood, R. Stevenson (Schateiland), en dus ook aan Alice.

In deze ‘navertelling’ is Alice dus een muis, evenals de hertogin, de kokkin, de baby, de hoedenmaker, de drie zusjes, en alle speelkaarten ! Dit heeft natuurlijk vreemde consequenties, bijvoorbeeld in haar vriendschappelijke omgang met katten, en als haar hals wordt aangezien voor een slang. Volgens mij heeft een muis net zo min een hals als Humpty Dumpty ! Pas echt een probleem kreeg de bewerker bij het Tranenmeer. Hij kon muis Alice toch niet confronteren met een echte muis ? Dat werd dus maar een grote vis !

De muizen-identiteit heeft nog meer gevolgen, ook taalkundige. Alle Wonderland-figuren hebben nu koppen en een snuit, en de ‘gloves’ zijn pootschoenen geworden: een zeer irritant woord als het vaak voorkomt (en dat doet het). Andere pogingen om grappig te zijn strandden jammerlijk. Misschien ligt dat ook aan de vertaling, want dit misbaksel is vertaald uit het Italiaans. Een voorbeeld: “We noemden hem Schildkop omdat hij onze koppen opvoedde.” Waar is de grap gebleven ? Helaas is dit zinnetje representatief.

Een verzamelaar wil alles hebben, daarom hier de gegevens. Beloof me één ding: laat dit prul niet aan kinderen lezen ! Geronimo Stilton / Lewis Carroll – Alice in Wonderland – 2012, De Wakkere Muis, Amsterdam, ISBN 978 90 8592 178 3

Lees verder