Categorie: Wool and Water

Onder de hoogtezon

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Als kleuter moest ik vaak ‘onder de hoogtezon’. Mijn moeder spreidde een plaid uit en deed me een klein zwart brilletje op en daar zat ik dan een kwartiertje of zelfs wel langer. Om de tijd te doden las mijn moeder dan voor uit Alice in Wonderland, gevolgd door Alice in Spiegelland. Het was de bekende beige pocketeditie van Ad. Donker.

Toen ik ging studeren aan de kunstacademie in Enschede verliet ik mijn ouderlijk huis. In mijn nieuwe omgeving maakte ik al snel kennis met een overbuurvrouw en zij verzamelde Alice uitgaven.
Zo kwam mijn kleutertijd weer in mijn gedachten en met het oude exemplaar uit die tijd begon mijn verzameling. Ik heb drie thema’s gekozen als uitgangspunt, Nederlandse uitgaven, Engelse uitgaven met andere illustraties dan die van Tenniel (die ik uiteraard ook wel heb natuurlijk) en tenslotte zo veel mogelijk verschillende vertalingen. Ik heb inmiddels een bescheiden collectie opgebouwd en natuurlijk zijn er ook leuke ‘Alice’ artikelen bijgekomen in de loop van zo’n veertig jaar verzamelen. Ook ander werk van en over Lewis Carroll ontbreekt natuurlijk niet.

Wat mij zo boeit aan de verhalen is de nieuwsgierigheid en de onverschrokkenheid van de heldin.
Alles wordt met een open geest tegemoet getreden. Heerlijk!
Dat heeft natuurlijk veel te maken met de instelling van de auteur, die behalve logica ook die nieuwsgierigheid bezat. Hij was behalve wiskundige en auteur ook een begenadigd fotograaf, een ambacht dat in de nadagen van het Victoriaanse tijdperk nog in de kinderschoenen stond.

Al met al is mijn verzameling nog steeds aan het groeien, het is een hobby, waar ik nog lang niet op ben uitgekeken.

Lees verder

Alice in Intermezzoland

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Vorig schooljaar is onze school begonnen met Intermezzo, een soort schakelklas tussen de basisschool en de brugklas voor kinderen die sociaal-emotioneel nog niet toe zijn aan de middelbare school. Vaak zijn ze nog te jong omdat ze een klas hebben overgeslagen, maar soms weten ze ook nog niet goed hoe ze hun schoolwerk moeten aanpakken, omdat ze nooit moeite hebben hoeven doen en toch hoge cijfers haalden, of voelen ze zich nog te onzeker voor klas 1. De vakken zijn niet hetzelfde als in de brugklas, maar wel uitdagend zodat ze kunnen kijken of ze het vwo-niveau aankunnen, maar elke dag is er ook een blokuur LO, kunst, toneel of muziek, zodat denken en doen worden afgewisseld. Het gaat niet alleen om leren-leren, organiseren en plannen, maar ook om doorzetten en samenwerken. Vaak speelt er nog iets anders en zijn ze bijv. autistisch getest, dyslectisch of hoogbegaafd. Als docent Engels en mentor van deze (soms dubbel) bijzondere kids, leek me dit de ideale groep om op ontdekkingsreis te gaan in Wonderland: de kinderen hebben ongeveer dezelfde leeftijd als Alice, vinden vaak ook dat hun omgeving ‘wonderlijk’ op hen reageert en verbazen zich nog met dezelfde kinderlijke nieuwsgierigheid over wat er op hun pad komt. In andere klassen deed ik wel eerder lesjes met het Alice-verhaal, bijv. over de woordgrapjes, en daagde leerlingen dan uit om in het Engels of Nederlands met eigen ‘puns’ te komen. Nu had ik echter ruim de tijd om het verhaal als een soort leidraad te nemen in hun tussenjaar en daarbij ook vakoverstijgend te werk te gaan, omdat de drama-, filosofie- en kunstlessen zich natuurlijk bij uitstek leenden om te combineren.

We gingen op pad en filosofeerden over dromen, keuzes maken, de tijd, slim zijn terwijl je omgeving het tegendeel beweert. We luisteren naar stukjes van het verhaal en lazen het zelf, in het Engels en Nederlands, want ik had mijn hele Alice-verzameling natuurlijk meegenomen: van pop-upboeken tot cd’s en puzzelverhalen. We vroegen ons dezelfde dingen af als Alice: of je door de aarde kan vallen en waar je dan terecht komt, in welke situaties ze zich heel klein of juist heel groot voelden en hoe je daarmee je voordeel zou kunnen doen als je dat zelf in de hand had. De leerlingen kozen een karakter en moesten dat volgen in het verhaal, niet alleen om te kijken of de haas altijd snel en de schildpad juist sloom was, maar ook om de dieren te vergelijken met mensen die ze kenden en of hun eigenschappen overeen kwamen of verschilden. Ze gingen met ‘emblematic verse’ aan de gang (rijmen in de vorm van het onderwerp, zie bijlage voor voorbeelden) en op zoek naar Alice in deze tijd, wat niet alleen allerlei commerciële maar ook muzikale en game-achtige parafernalia opleverde. In het kunstlokaal creëerden de leerlingen hun eigen fantasie-Wonderland op posterformaat, met soms space- of griezelige resultaten en in de dramales zouden ze het verhaal als toneelstuk gaan opvoeren, maar daar stak Corona helaas een stokje voor. Wel konden we het Alice-project afsluiten met een Mad Tea Party, incl. Alice-theeservies en maskers. Gekke hoofddeksels uit het verhaal mochten daarbij natuurlijk ook niet ontbreken. In de afrondende opdracht, waarin de leerlingen gingen tijdreizen (‘Down the Rabbithole’) met Alice naar 1865 mochten zij een onderwerp en locatie kiezen die ze interessant vonden om uit te zoeken en -werken voor die Victoriaanse tijd in de geschiedenis, bijv. Politiek, Dagelijks leven, Eten & drinken, Vrije tijd,  Mode, Opvoeding of Werk. Het was kortom een heerlijke reis door Wonderland, waaraan door Corona een vroegtijdig einde kwam, want de ‘lockdown lessons’ leenden zich helaas minder goed voor bovenstaande activiteiten, dus Spiegelland hebben we niet gehaald. Ik heb er echter van genoten, en de meeste leerlingen ook wel, al vonden met name de jongetjes het Alice-project soms ‘stom’ en ‘saai’, wat vaak synoniem is voor ‘te moeilijk’; zij beleefden meer plezier aan het digitale Donald Duck-project dat we daarna gingen doen in de online les.

Lees verder

Kijkje achter de schermen

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Kijkje achter de schermen (nou ja, alleen in de boekenkast)  van Ton Richel, Den Haag, 73 jaar, oud-docent.

Ik ben anglofiel.  Dat is al vroeg begonnen. Aangestoken door de humor van P.G Wodehouse (heerlijke onzin met Bertie Wooster) en verdiept door uitgebreide trektochten langs de youth hostels in het Verenigd Koninkrijk (overal borden naar kastelen die ruïnes bleken te zijn). Het gevoel voor het absurde sprak me aan.

Ik ben ook wiskundige. Destijds was er nog geen haast bij de studie en kon je je ongestraft verdiepen in bijvakken. Ik koos (o.a.) filosofie en hier hoorde ik voor de eerste maal dat Alice in Wonderland meer was dan een kinderboek. De notities van Martin Gardner waren boeiend en ik raakte geïnteresseerd in C.L. Dodgson. Ik las de biografie van Morton Cohen.

Het viel me op  dat er vele uitgaven waren van AiW, met verschillende illustratoren, maar het leken mij tekeningen voor kinderen. Tot ik de editie zag met de juweeltjes van Ralph Steadman. “The Complete Alice and The hunting of the Snark” is nog steeds één van de dierbaarste boeken uit mijn boekenkast(en). Inmiddels kan ik ook “193 portretten van verdwijnende vogels” van Ralph  met klem aanbevelen. Nog veel meer van Ralph is prachtig.

Nu pas kreeg ik door dat er vele illustratoren van AiW waren die zich niet op de kinderziel richten. Ook bleken er boeken die Alice alleen als uitgangspunt namen voor het vertellen van een eigen verhaal, zoals Alice in Sunderland door Bryan Talbot. Zeer de moeite waard. Sinds het internet ons helpt bij het zoeken, kunnen we veel meer onbekende pracht opgraven.

Ik had nog niet van het Genootschap gehoord. Het idee sprak me aan, zoals ook bij de NL tak van de Dickens Society. De aankondiging van het tweede bijeenkomst van het LCG in Den Haag kwam ik bij toeval tegen. Als Hagenaar was het een kleine moeite om eens op bezoek te gaan. Het bleek een klein groepje van vriendelijke gepassioneerden.

Ik sloot me met een glimlach aan.

Lees verder

Blijf kijken & blijf tekenen

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Voor deze rubriek vroegen wij Moniek Rutten een bijdrage te leveren. Moniek geeft hier op haar eigen kunstzinnige wijze vorm aan.
Bent u gefascineerd door haar bijzondere stijl? Op haar website www.moniekrutten.nl en kunstblog kunt u nog veel meer van haar vinden.

Lees verder

Een boek van Lenny

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Als echte Carrollianen kennen we natuurlijk allemaal de website van Lenny de Rooy www.alice-in-wonderland.net

Haar website biedt heel veel informatie over Alice, haar schrijver en haar illustrator en het was dan ook vanzelfsprekend dat haar lezing over de tekeningen van Tenniel voor ons allemaal buitengewoon boeiend was. Ik ben dan ook heel blij om op haar website te lezen dat haar Corona-isolatieperiode heeft geresulteerd in het schrijven van een boek. Je kunt er alles over lezen op haar blog.

Ik kan niet wachten en wens haar heel veel succes met het vinden van de juiste illustrator want de uitgever heeft ze al!

Lees verder

Ik ben geen ware Carrolliaan

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Nee, echt niet. Alice en Lewis Carroll hebben in mijn leven nooit zo’n belangrijke rol gespeeld als, om er een paar te noemen, Toonder, Zappa en Bach – maar ze zijn er wel ongeveer altijd geweest. Mijn ouders lazen mij en mijn broertje en zusje elke avond voor uit een aantal klassieke kinderboeken: Pooh, Erik, The Wind in the Willows, Niels Holgersson, Jungle Book, en natuurlijk ook Alice.

Ik kon al lezen en zag daardoor dat wat ze voorlazen niet hetzelfde was als wat er in het boek stond: ze vertaalden het voor de vuist weg uit het Engels (en sloegen dus voor het gemak de verzen over). De Jabberwock zullen ze dus ook wel hebben weggelaten, maar Tenniels afbeelding vond ik zoals ongetwijfeld talloze andere kinderen ongeveer het griezeligste wat ik ooit gezien had (die met de spin in Erik was een goede tweede).

Het bestaan van de Openbare Bibliotheek was een ware openbaring (binnenkort ben ik zestig jaar lid). Daar moet ik ook de vertaling van Reedijk en Kossmann hebben aangetroffen, en iets meer inzicht hebben gekregen in de eigenaardigheden die de tekst aankleven.
Oudere lezertjes zullen zich misschien nog het groot formaat Alice-kleurboek herinneren dat op een gegeven ogenblik voor een luttel bedrag bij de Slegte lag. Mijn ouders hingen diverse pagina’s daaruit als wandplaten in het trappenhuis, wat opnieuw iets zegt over de status die het boek en de illustraties bij ons genoten.
Een kleine twee jaar nadat ik muziekwetenschap was gaan studeren in Utrecht – het moet in 1976 zijn geweest – werd het opeens menens met Alice. Mijn goede vriend Henk Kuipers raakte tijdelijk in de ban van Carroll, waardoor ik kennismaakte met Martin Gardners Annotated Alice en natuurlijk ook met de dito Snark. Vervolgens ontdekte Henk in Vrij Nederland een oproep aan Carroll-liefhebbers, wat ertoe leidde dat wij naar Fleerde in de Bijlmer togen en daar Casper Schuckink Kool en een handvol al bijna even schilderachtige geestverwanten leerden kennen.
The rest is history. Nou ja, wat betreft het Lewis Carroll Genootschap dan.
In die tijd had ik aspiraties als striptekenaar en illustrator, en leverde in die hoedanigheid ook enige bijdragen aan de Wauwelwok. In diezelfde tijd zette ik me op een gegeven ogenblik aan het illustreren van de Snark – een experimentele bezigheid, omdat ik niet zo bedreven was in het werk en met kleur en nog nooit had geaquarelleerd. Een jaartje later maakte ik ook tekeningen bij Jabberwocky (beide werkjes zijn te bekijken op mijn website*).
Een ander project van het LCG, dat voor mij uiteindelijk ingrijpender gevolgen zou hebben, was het plan om met zijn allen een vertaling van de Snark te maken. Helaas stierf de onderneming een stille dood, het resultaat van te veel hoofden, te veel zinnen en het onverwachts verschijnen van twee andere Snark-vertalingen. Maar mijn fascinatie voor het verschijnsel vertalen (wie weet voortgekomen uit die voorlees-impromptu’s van mijn ouders) was daarmee wel wakker gekust.
Het Genootschap dutte op een gegeven moment in, maar ik heb sindsdien altijd contact gehouden met Casper, die uiteraard mijn belangstelling voor Carroll-zaken onverflauwd wakker heeft gehouden.
Jaren later deed ook mijn vertaaldrift zich weer gelden, toen ik op een ledig moment uit eigen beweging begon met het vertalen van Gormenghast, een lijvige trilogie van Mervyn Peake, tevens bekend als Carroll-illustrator, die hierin ook verscheidene nonsensgedichten heeft verwerkt. Het boek werd uitgegeven, en verbazend genoeg volgden hierop mettertijd meer opdrachten, zodat mijn aanvankelijke hoofdbezigheid als recensent van klassieke muziek intussen wat overschaduwd is geraakt door mijn activiteiten als vertaler.
Misschien zou dat hoe dan ook gebeurd zijn. Maar het moge duidelijk zijn dat het Lewis Carroll Genootschap mijn levensloop beslissend heeft bijgebogen.
En in die lange bocht draag ik nog steeds het stil verlangen mee om ooit Phantasmagoria te vertalen, al ben ik ervan doordrongen dat dat aan het onmogelijke grenst.

 

* Links:

https://fvdwaa.home.xs4all.nl/strips/snark.htm

https://fvdwaa.home.xs4all.nl/strips/jab00.htm

Lees verder

Grenzen

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Ondanks dat ik als docent Nederlands werkzaam was aan een Pedagogische Academie en dus veel met “jeugdliteratuur” werkte, had ik tot 1989 “de echte Alice” nooit gelezen. Alleen zo’n vreselijke Disney-versie. Tijdens een vakantie van ons gezin ontmoetten we haar in Oxford. Een enthousiaste mevrouw leidde ons rond en vertelde van alles aan de hand van de “Alice in Wonderland windows”, de glas-in-loodramen in Christ Church Cathedal. Er ging een wereld voor ons open en zoon Jur en ik werden alletwee “verliefd”… nee, niet op de mevrouw. Op bescheiden schaal gingen we een beetje verzamelen en natuurlijk veel lezen; die vakantie kwamen we al met twintig “Alice-jes” terug in Nederland. We hadden er nog geen idee van hoeveel verschillende er zouden zijn. Ook Gardner was erbij, een mooi gebonden exemplaar en alle noten werden grenzeloos geconsumeerd.

Natuurlijk werden we lid van The Lewis Carroll Society.

In de jaren negentig schreef ik enkele bijdragen voor de “Wonderland-Spiegel” waarvan één over de Friese vertaling van Tiny Mulder; ook de gedichten vind ik goed en mooi vertaald. Misschien zijn er meer vrienden die het Fries een warm hart toedragen en kan er nagedacht worden over mogelijkheden Through the Looking Glass te (laten) vertalen. Ik vroeg toen via Peter Kuipers, de redacteur èn uitgever van de “Wonderland-Spiegel”, aan Tiny Mulder dat te doen, maar dat kon ze niet meer opbrengen schreef ze. Toen ik voorstelde dat ze dan alleen de gedichten zou vertalen zei ze dat ook dat niet meer zou lukken. Ze kende haar grenzen. In 2010 is ze op bijna 90-jarige leeftijd overleden.

In 1998 hebben Jur en ik het “Centennial” in Oxford bijgewoond, de viering ter gelegenheid van de honderdste sterfdag van Dodgson. Een indrukwekkende week in Christ Church vol excursies, lezingen en films. Ontbijt, lunch en diner in The Great Hall, evensong in de Cathedral, logeren in een studentenkamer, wandelen o.l.v. Edward Wakeling naar Binsey en de Treacle Well, met de bus naar Nuneham en met de boot terug, de Bodleian Library, de one man show “Crocodiles in Cream” van Kevin Moore die daarmee een portret schetst van Carroll … Twinkle twinkle little star, de tuin van de deanery met “the little green door”, uitzicht vanuit je kamer op Peckwater Quad en Tom Tower, de kamers van Dodgson … bijna een overdosis CLD en het genoemde is maar een kleine, willekeurige greep: genieten zonder grenzen!

Daar leerden we Henri kennen en natuurlijk vele andere niet Nederlanders onder wie de – latere – oprichtster en voorzitter van de Lewis Carroll Society of Brazil, Adriana Peliano.

We waren een dag eerder naar Oxford gegaan om ook nog even in London te kijken, o.a. in Charing Cross Road, toen nog ‘s werelds beroemdste boekenstraat … één winkel had uitsluitend tweedehands Carrolliana en ook de hele etalage lag vol! Binnen zagen we enkele Nederlandstalige waarvoor je toen “bij ons” hoogstens twee kwartjes zou neerleggen; hier was de goedkoopste 10 pond! Ons budget was gelukkig begrensd…

Tot de dood van Alan White,10 jaar geleden, de “editor” van The Lewis Carroll Society, schreef ik af en toe een recensie in de “Lewis Carroll Review” en verzamelde nieuwtjes uit Nederland voor “Bandersnatch”. In 2000 bezocht ik de meeste plaatsen waar Dodgson ooit was … fantastisch! Ook boeiend te lezen hoe anderen dat ervoeren, zoals Lovett of Matsier. Van zo’n trip die ik iedereen kan aanbevelen, maakte ik een gedetailleerd verslag. Misschien is er belangstelling genoeg om in “Phlizz” af en toe een deel ervan te plaatsen? Op de laatste dag zocht ik Alan op. Zijn indrukwekkende verzameling probeerde hij te begrenzen … dat lukte hem niet maar het moest wel gezien zijn beperkte ruimte; hij zette mij zeker aan het denken.

Er gaat eigenlijk geen dag voorbij of ik kom Alice wel even tegen en het boek blijft eindeloos boeien. Tijdens vakanties lees ik graag een biografie over CLD, deze zomer een kleintje, die van Stephanie Lovett: veel illustraties maar toch ook weer mij onbekende feitjes. Heel goedkoop te krijgen via internet! Maar ook met betrekking tot biografieën moet je grenzen trekken, over Dodgson is elke biografie welkom, over de echte Alice natuurlijk ook maar hoever ga je met beroemde kennissen en vrienden van CLD zoals Tennyson, Tenniel of Terry? Dat wordt weer een extra kast. En andere beroemde kinderliteratuur? Bij ons is ook al een plankje Milne.

Vorige week liep ik nog even kringloop “De Fugelpits” in Dokkum binnen … midden op een lege tafel lag daar zómaar FOAR ALLE IS IN TIID It libbensferhaal van Tiny Mulder van Geart de Vries (Ljouwert, 2006). Zij vertaalde niet alleen Alice, maar ook andere kinderboeken zoals van Rudolf Töppfer, Beatrix Potter, Max Bolliger en James Krüss. Zelf schreef ze ook kinderboeken, verhalen, enkele gedichtenbundels en twee romans. Een bescheiden oeuvre dat mij enorm aanspreekt waarschijnlijk doordat veel ervan geen fictie is. De biografie boeit meteen; De Vries laat Tiny aan het woord die eigenlijk “gewoon” over haar leven vertelt. Ook over het vertalen van Alice. Dat verscheen in de door haar verzorgde kinderrubriek van het “Friesch Dagblad”. “Alle wiken in stikje en dan as feuilleton. Dan komt it fansels ôf, want dan moatte je wol. Al fier fan tefoaren tocht ik nei oer wurdboarterijen (woordspelingen) en ûnsinferskes dy ’t komme soene; tiden koe ‘k deroer prakkesearje (…). Het vertalen van Alice was dus een jarenlang proces en het is begrijpelijk dat toen ze al met pensioen was, zij geen puf meer had aan “Spiegelland” … ze zou over haar grenzen zijn gegaan.

Lees verder

Publicaties van de vrienden

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

In nummer 32 (mei 2019) van The Carrollian, The Lewis Carroll Journal, van de Britse Lewis Carroll Society staan twee bijdragen van vrienden van het Lewis Carroll Genootschap:

  • dodo/nododo proves that the Lewis Carroll Genootschap is not extinct van Judith van den Berg >>klik<<
  • Tweedledee’s Logic: Squaring Reductio ad Absurdum van Bas Savenije >>klik<<

In nr 57 (juli 2019) van de Lewis Carroll Review, the Reviewing Journal of the Lewis Carroll Society, staan twee bijdragen van vrienden van het Lewis Carroll Genootschap:

  • ‘Alice (High, Low and in Between)’ door Franke Koksma. Het betreft een recensie van The Broken Promised Land van Arie van der Geest >>klik<<.
  • ‘A Visual Counterpart to the Alice Books: Who is Maggie Taylor?’ door Bas Savenije. Dit is een bespreking van Lewis Carroll’s Through the Lookong-Glass and What Alice Found There. Illustrated by Maggie Taylor >>klik<<. Het is een verkorte versie van de bespreking in dodo/nododo 2 >>klik<<.
Lees verder

Phantasmagoria

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Het afgelopen decennium is Alice mijn leven binnengeslopen. Het begon met één boek, in mijn geval een artbook van Pat Andrea. Niet vanwege Alice in Wonderland – ik had het boek zelfs nog nooit gelezen en kende het vooral van de klassieker White Rabbit van Jefferson Airplane – maar omdat ik al sinds de middelbare school fan van Pat Andrea ben. Ontelbare keren heb ik daarna genoten van zijn tekeningen van Alice en de quotes waar ze op gebaseerd waren en langzamerhand werd ik verliefd.

Ik moest gewoon het verhaal lezen en kocht op een rommelmarkt een Alice, welke weet ik echt niet meer, met de illustraties van Tenniel; twee kunstwerken ineen! Ik liep tegen een stripboek van Alice aan, daarna tegen een Alice-poppetje, toen tegen een biografie over Lewis Carroll en een van zijn boeken met foto’s van Alice en zijn andere vriendinnetjes. Er werd een plank op de boekenkast gereserveerd en tien jaar later heb ik opeens een kamer met Lewis Carroll en vooral: Alice.

Verzamelen is verslavend. Eerst koop je alles wat je ziet als het betaalbaar is, mooi of lelijk, en ik kwam er al snel achter dat het aanbod overweldigend is. Daarna word je selectiever en zoek je oudere edities, informatieve boeken over Lewis Carroll en zijn andere werk. In een van mijn zoektochten op eBay en Marktplaats kwam ik vorig jaar een advertentie tegen waar iemand met een verzameling toverlantaarnplaatjes ook een stapeltje Alice-plaatjes te koop had voor slechts een paar tientjes. Oud, uniek en goedkoop en toen ze bezorgd werden, was ik verrast over de kwaliteit en blij dat de serie compleet was. Eén glasplaatje had lichte schade, maar volgens de verkoper “zag je daar bij de projectie geen barst van”, dus nu nog op jacht naar een lantaarn. Op Marktplaats werd een toverlantaarn aangeboden, die er uitzag als een bronzen raket; alleen voor de vormgeving al een musthave, en hij werkte ook nog. Zeer bijzonder om lekker thuis met een in onbruik gebruikt apparaat, waarbij de gloeiendhete lamp ondanks een grondige reiniging voor een bijpassende muffe lucht zorgde, naar een oude Alice-voorstelling te kijken.

(tekst gaat door onder de foto’s)

Toeval of niet, maar bij de boekenverkoop op de laatste bijeenkomst van het Lewis Carroll Genootschap in Deventer lag een boek dat volledig gewijd was aan de Toverlantaarn-collectie (1988, uitg. Harry N. Abrams). Alle glasplaten, geproduceerd aan het eind van de negentiende eeuw, zijn afgebeeld en het boek bevat het volledige (aangepaste en verkorte) verhaal dat bij de vertoning werd verteld. In het voorwoord van Brian Sibley wijst hij erop dat de tekeningen gebaseerd zijn op Tenniel, maar dat er subtiele verschillen zijn aangebracht en dat er wat bij Tenniel missende illustraties zijn toegevoegd, zoals Alice die de sleutel vindt en een Rule 42-afbeelding. Hij suggereert ook de interesse van Lewis Carroll in de toverlantaarn gezien zijn fascinatie voor fotografie. In de biografie van zijn neef Stuart Dodgson Collingwood uit 1898 is een brief van Lewis Carroll, maar dan als Charles Lutwidge Dodgson zelf, opgenomen waarin hij adviezen aan het bestuur van de universiteit verstrekt voor het inrichten van een binnenruimte voor lesgeven aan studenten, waarbij hij pleit voor een donkere kamer voor toverlantaarnprojecties, nog voordat hij opmerkt dat een kamer voor fotografie ook een pluspunt zou zijn.

Echt toevallig is dat ik bij het opruimen van de zolder een paar weken terug in een oude Verzamelkrant (augustus 1997) een artikel tegenkwam van toverlantaarnverzamelaar Daan Buddingh. Vooral in het Victoriaanse tijdperk werden toverlantaarnvoorstellingen populair, meldt hij. Het beroemdst werden voorstellingen waarbij het publiek de stuipen op het lijf werden gejaagd; door het gebruik van meerdere lantaarns, ze te bewegen en allerlei trucs toe te passen, werd de suggestie van beweging gecreëerd. Het leek in deze voorstellingen, die fantasmagorieën werden genoemd, alsof er duivels en geesten op de mensen toe kwamen; soms vielen er zelfs mensen flauw.

Phantasmagoria! Een van de gedichten van Lewis Carroll heet Phantasmagoria en de film die rockster Marilyn Manson ooit wilde maken over (de duistere kant van) Lewis Carroll, had dezelfde naam. It’s a small world, en uiteindelijk blijkt dat alles om Alice draait. Ben benieuwd wat ik de volgende keer vind en absoluut niet kan laten liggen…

Lees verder

Mijn fascinatie voor Lewis Carroll: That’s logic

Phlizz

Online magazine van het Lewis Carroll Genootschap

Als kind heb ik voor het eerste kennis gemaakt met Alice in Wonderland. De eerlijkheid gebiedt me echter te erkennen dat plaats, tijd en context van deze kennismaking me niet meer helder voor de geest staan. De hernieuwde kennismaking in de periode waarin ik mijn kinderen voorlas en we samen de onvermijdelijke Disney-films bekeken, gaf mij echter een bijzonder gevoel van herkenning.

In de jaren 90 zag ik in Tallinn op straat in een boekenstalletje bij toeval een Estse versie van Alice voor een luttel bedrag. Zonder enige aarzeling kocht ik het enigszins beduimelde exemplaar. Kort daarna bezocht ik Polen en kon ik het niet laten om op zoek te gaan naar een Poolse versie. De geest was uit de fles en ik ben inmiddels een verwoed verzamelaar van Alice-versies.

Tijdens mijn baan als directeur van de Koninklijke Bibliotheek kweet ik me nog wat incidenteel van die taak, maar sinds mijn pensioen slaat de degelijkheid toe. Mijn oorspronkelijke belangstelling ging vooral uit naar de wijze waarop door de jaren heen illustratoren de creaties van Lewis Carroll hebben geïnterpreteerd. Maar al snel raakte ik, behalve door zijn werk, ook geboeid door de persoon van Lewis Carroll, zijn leven en zijn opvattingen.

Van jongs af aan ben ik een liefhebber van paradoxen, woordspelingen en raadsels zoals ze veelvuldig voorkomen in Carrolls werken. Ook zijn humor spreekt mij aan.

Zodra ik me verdiepte in de persoon van Lewis Carroll werd duidelijker waarom.

Lewis Carroll was een wiskundige met een bijzondere belangstelling voor logica. Ik heb na mijn middelbare school  twee jaar wiskunde gestudeerd en na een korte onderbreking door militaire dienst ben ik filosofie gaan studeren. Mijn aanvankelijk interesse voor sociale wijsbegeerte maakte als snel plaats voor een fascinatie voor logica. Ik pakte ook de wiskunde weer op en ben uiteindelijk afgestudeerd op een combinatie van logica, wiskunde en taalwetenschap.

En nu bestudeer ik de geschiedenis van de logica om de bijdragen van Lewis Carroll beter op hun waarde te kunnen schatten. Maar ook uit nieuwsgierigheid naar de synergie tussen logica en taal, zoals die veelvuldig naar voren komt in zijn werken.

In de bijdragen van Lewis Carroll aan de logica speelt de reductio ad absurdum een belangrijke rol. Het is al jaren mijn favoriete argumentatievorm. De spanning tussen absurditeit en logica is veelvuldig herkenbaar in Carrolls werken.

Om met Tweedledee te spreken: “If it was so, it might be; and if it were so, it would be; but as it isn’t, it ain’t. That’s logic.”

Ik kijk ernaar uit om van gedachten te wisselen met andere liefhebbers. Het Lewis Carroll Genootschap is hiervoor een uitstekend platform.

Lees verder